Bellen met...

Arie Methorst van Dierenspeciaalzaak ‘’t Guppy’ in Ede, over het dilemma dat mensen, die in de vakantie op huisdieren passen, hebben als het dier sterft: vervangen of niet?

Stel: je moet op de cavia van de buren passen tijdens hun vakantie. Maar halverwege de week gaat het beest dood. Komen mensen u dan vragen om precies zo’n zelfde?

„Dat komt wel voor, ja. Maar meestal gaat het dan om huisdieren als goudvissen. Het is natuurlijk eenvoudig om stiekem een nieuw goudvisje te kopen als deze opeens overleden blijkt te zijn. Goudvissen lijken toch allemaal op elkaar, dan ziet de nieuwe eigenaar geen verschil.”

Ja, goudvissen, maar hoe zit het met hamsters en konijnen? Is Flappie bij thuiskomst nog wel dezelfde Flappie?

„Jawel, die kans is groot: dat soort dieren wordt niet zo gauw vervangen. Dan moet je echt je best doen om eentje te vinden die er precies op lijkt. Er zit altijd wel nét een vlekje meer of minder op zo’n dier, dat merkt de eigenaar toch. Bovendien gebeurt het vaker dat goudvissen doodgaan, hoewel dat minder wordt.”

Oh ja? Gaan vissen minder snel dood dan vroeger?

„Nee, maar ze worden op een andere manier gehouden: steeds meer mensen houden vissen in een aquarium in plaats van in een kommetje. In een kom vervuilt het water sneller. De kans is groot dat degene die tijdelijk oppast, te veel voer in het water strooit. ‘Beter te veel dan te weinig’ denken mensen dan. Maar als je te veel voer geeft, wordt het water vies. De zuurstof gaat er uit en dan gaan vissen dood. Wij verkopen trouwens ‘vakantieblokjes’: een soort geperst vissenvoer, dat je voor langere tijd in het water kunt laten drijven. De vis heeft zo twee weken voer, én het water blijft schoon.”

En cavia’s dan? Of parkieten? Die bezwijken zeker aan de hitte in zo’n warme kooi?

„Nee hoor. Kleine huisdieren sterven meestal aan ziektes, een vervuilde kooi, verhongering... verwaarlozing, eigenlijk. Dan kun je beter wachten tot de eigenaar thuiskomt, en dan samen een nieuwe kopen. Ze komen er toch achter.”

Olga van Ditzhuijzen