Zodra ik erudiet ben, zal ik mijn grijze lok aan de wereld tonen

Ik ga niet ‘even naar de kapper’, ik trek af en toe tijdelijk bij de kapper in. Dat komt omdat ik haar heb dat dik, krullend, grillig en snelgroeiend is, dus eigenlijk alle eigenschappen van onkruid vertoont. (Na mijn in chloorwater doorgebrachte vakantie was het zelfs groen.) Kappers noemen dit: ideaal haar. Ik noem dit: toch ook wel onhandig.

Daar komt bij dat ik sinds mijn zesentwintigste een grijze lok heb. Sommige mensen vinden dat ik die grijze lok gewoon moet houden, zelfs moet koesteren, omdat het een ‘Susan Sontag-lok’ is. Maar ik ben geen erudiete intellectuele vrouw die al twee jaar dood is, dus ik ben nog niet aan een Susan Sontag-lok toe. Zodra ik erudiet ben, zal ik mijn grijze lok aan de wereld tonen.

Net zoals luizen en muizen immuun worden voor de giftige bestrijdingsmiddelen die je erop loslaat, is ook mijn Susan Sontagje inmiddels immuun voor verf. Mijn kapper, die uit Londen komt, noemt mijn lok „rebellieus”.

Hij heeft het verven van het Susan Sontagje verheven tot hogere wetenschap. Als ik binnenkom, verdwijnt hij meteen naar de kelder van de kapperszaak, en gaat daar, onder het bezwerend geprevel van chemische formules, mengsels maken. Daarna brengt hij middels geavanceerde tamponeertechnieken die hij speciaal voor het Susan Sontagje heeft ontwikkeld, de verf op mijn haar aan. „Rebellieus”, zegt hij er hoofdschuddend bij. „Ré-bel-li-eus.”

Daarna doet hij nog van alles – knippen, andere lokjes inwikkelen in zilverpapier, me vertellen waar je op Ibiza om acht uur ’s morgens nog kan dansen, krullen draaien, dingen op me spuiten, stereoföhnen (met twee föhns tegelijk), vragen hoe het met mijn zus gaat, uitleggen hoe je een houten vloer lakt – en vier uur later ben ik klaar.

Tijdens dit proces krijg ik honger en dorst, want ik moet nu eenmaal om de drie uur gevoederd worden. Maar dat geeft niet. Een assistente wordt naar buiten gestuurd om broodjes met peperpaté te halen, en even later weer, voor verse cappuccino’s voor alle klanten. In de tussentijd krijg ik van de andere kapster de karnemelk die zij bij haar lunch had. Soms wordt me ook een glas witte wijn aangeboden.

Als het bijna donker is, verlaat ik de zaak. Geknipt en geverfd. Iets minder rebellieus. En met een volle maag.