Zichtbaren

Birma staat niet hoog op de wereldlijst van landen waar de democratie moet worden verbreid. Wel heerst er sinds 1962 een militaire dictatuur, genadeloos zoals we het dan noemen, maar het land heeft geen geweldige olievoorraden, geen imponerende economische groei, Birma exporteert geen terroristen, en je wordt er gemiddeld niet ouder dan iets meer dan vijftig jaar. Daarmee kom je niet ver in de publiciteit.

In de Oude Kerk in Amsterdam is nog tot en met dit weekeinde een tentoonstelling van foto’s, gemaakt door Jan Bogaerts, waarop nauwkeurig te zien is hoe een van de vervolgde etnische minderheden, de Karen, zich in een vluchtelingenkamp aan de grens van Thailand in leven houdt. De fotograaf was daar in 2003 terwijl in dezelfde buurt Karel Glastra van Loon onderzoek deed voor zijn roman De onzichtbaren. Dit boek en het bijbehorend fotoboek zijn in 2003 verschenen. De schrijver stierf vorig jaar.

Wat is het treffende aan deze foto’s? Dat ze als een geheel gezien het beeld geven van een voltooide uitzichtloosheid. Bogaerts heeft veel kinderen gefotografeerd. De eigenschap van kinderen is dat, wat ze ook doen – spelen, huilen, vechten, zingen, leren – ze daarbij altijd een kern van naïviteit bewaren, hun onschuld. Ze kunnen niet anders, denken we. Bij de kinderen van de Karen is het anders. Ze kijken in de lens, ze lachen niet, hebben geen ondeugende oogopslag, ze zijn niet emotieloos, ze hebben hun blik gevestigd in een peilloos niets. Je kunt ze van alles beloven, sprookjes vertellen, gekke gezichten trekken, alles doen waarmee je over het algemeen de aandacht van een kind kunt trekken, maar hier zal je dat niet lukken. Bij hoge uitzondering zie je iemand lachen. De overheersende uitdrukking is die van een gelaten wantrouwen in alles.

In het gebied dat de Karen is toegewezen liggen veel landmijnen uit oorlogen waarvan het er niet meer toe doet door wie ze gewonnen zijn. De resultaten zie je aan de mensen: met één been, of met twee stompjes in een karretje. Verder kun je er Coca-Cola kopen, en T-shirts met Osama bin Laden. De Karen hebben de wereldopinie niet bereikt, maar de wereld is niet aan ze voorbij gegaan. Een van de vreedzaamste, meest tijdloze beelden is het portret van een lachende, pijprokende 70-jarige grootmoeder die er een wandeling van twee dagen door de jungle heeft opzitten en nu bij familie logeert.

Het is een groot voordeel dat deze tentoonstelling in de Oude Kerk wordt gehouden. De foto’s hebben er een uitstekende belichting, zijn overzichtelijk opgesteld. En bovendien is het een goede gelegenheid om nog eens tot je te laten doordringen wat voor indrukwekkend bouwwerk onze voorvaderen in de veertiende en vijftiende eeuw hebben neergezet. De Oude Kerk is ons mooiste gotische bouwwerk. Loop er op je gemak rond, kijk naar het schitterende gewelfde houten plafond, lees de teksten op de grafstenen. Het is er stil. Het verleden onder handbereik.

Een paar honderd meter verder worden vier eeuwen Rembrandt dagelijks tot toeristisch evenement gepimpt. Gedrang. De Oude Kerk ligt op de grens van de Walletjes, eufemisme voor hoerenbuurt. Daar zie je weer andere wanstaltigheden van het postmoderne leven.