Weer alert op terreur

Veel Amerikanen weten niet meer precies in welk jaar de aanslagen van ‘9/11’ werden gepleegd. Uit een recente peiling van de The Washington Post blijkt dat bijna eenderde van de ondervraagden het jaartal 2001 niet paraat heeft. De exacte feiten van zelfs de ingrijpendste gebeurtenissen blijken snel uit het collectieve geheugen te verdwijnen. Begrijpelijk is dat wel. Het leven gaat gewoon door, en na 11 september 2001 zijn er andere aanslagen geweest. Minder grootschalig weliswaar, maar gruwelijk en voor de betrokkenen net zo dramatisch. In de mêlee van aanhoudende terreur kunnen bepaalde details gemakkelijk verloren gaan.

De kennelijk verijdelde plannen om vliegtuigen te laten exploderen, gistermorgen bekendgemaakt door de Britse minister van Binnenlandse Zaken, maken de burger weer alert. Het terrorisme heeft zich in de samenleving genesteld; het went niet en de afstomping erdoor is slechts schijn. In een halve ochtend staat de halve wereld in de alarmstand door kwaadwillenden die van plan zouden zijn geweest bommen in hun handbagage te laten ontploffen op vluchten naar de Verenigde Staten. Door speurwerk van Britse politiediensten is dit voorkomen, maar de gevolgen ervan zijn niettemin groot en ontregelen het openbare leven.

De Londense luchthaven Heathrow werd gistermorgen stilgelegd voor inkomend verkeer. Dit had zijn uitwerking op andere Europese vliegvelden, die getroffen werden door annuleringen en vertragingen. Passagiers in Londen mochten slechts met een doorzichtig tasje als handbagage, met daarin benodigdheden als paspoort, bril en medicijnen, het vliegtuig in. Op de aandelenbeurzen in Europa leden beleggers koersverliezen door het nieuws over de geplande aanslagen.

De aard van het terrorisme ligt voor een deel in de dreiging ervan. Zelfs als de autoriteiten aanslagen weten te veríjdelen, siddert de samenleving en stokt het openbare leven. Er is altijd schade, in financiële en morele zin. Dat Scotland Yard een twintigtal verdachten heeft opgepakt die van deze grootschalige operatie worden verdacht, stelt slechts gedeeltelijk gerust. Want wie zijn de dans ontsprongen en welke verdachten moeten dadelijk wegens gebrek aan bewijs worden vrijgelaten?

Toch kan een open, democratische samenleving niet te ver gaan met anti-terreurmaatregelen. Het bewijs daarvan hebben de Britten zelf geleverd met desbetreffende wetsontwerpen die het terecht niet haalden of werden geamendeerd. Maar de roep om een strengere aanpak en meer wettelijke armslag voor opsporingsdiensten zal bij aanhoudend terrorisme eerder toe- dan afnemen. Die roep moet worden weerstaan. Nieuwe wetgeving is in dergelijke gevallen meestal overbodig. Precies recherchewerk behoeft niet de krans van wetten die onschuldige burgers in hun vrijheid belemmeren.

Daarom is de arrestatie van de verdachten en het verijdelen van hun plannen een opsteker. De Britse diensten die zich bezighouden met deze „poging tot massamoord op een onvoorstelbare schaal”, hebben knap werk geleverd. Dat geeft de burger moed, al is het misschien maar voor even.