Veel vragen, gesteggel en ‘fantastische’ ideeën

De diplomaten praten, vrouwen en kinderen sterven. Ruim een maand duren nu de bombardementen over en weer tussen Israël en Hezbollah, de shi’itische organisatie in het zuiden van Libanon. De statistieken: de verhouding in het dodencijfer is 1:10, voor iedere omgekomen Israëliër tien Libanezen, in meerderheid burgers, in meerderheid vrouwen en kinderen. Een miljoen ontheemden in Libanon, 200.000 gastarbeiders uit Azië en Afrika zitten in de val. De hulpverlening stagneert door verbroken verbindingen en de dreiging van Israëls luchtmacht. Honderden Israëliërs worden uit hun dorpen en steden in het noorden van het land geëvacueerd. Velen leven al een maand in de schuilkelders tegen de regen van Hezbollah-raketten.

Israëls Arabieren hebben geen schuilkelders, maar zij zijn niet onkwetsbaar, zoals is gebleken. De Hezbollah-leiding heeft hen opgeroepen Haifa te verlaten, opdat die stad onbeperkt onder vuur kan worden genomen. Het Israëlische burgerschap van deze Palestijnen komt op die manier zwaar onder druk te staan. Moeten zij solidair zijn met hun Israëlische medeburgers of moeten zij huneigen veiligheid voorrang geven?

Er zijn meer vragen te stellen, volkenrechtelijke, militaire enpolitieke. Is dit een just war, een gerechtvaardigde oorlog volgens het internationaal oorlogsrecht? Het Israëlische antwoord is snel gegeven: ja, het is een verdedigingsoorlog. De provocatie aande grens waarbij twee Israëlische militairen werden ontvoerd, vereiste een hard antwoord. Hezbollah slaat die fase over en stelt dat Israël Libanon wederrechtelijk met overmacht is binnengevallen. Bovendien houdt het nog altijd Libanees grondgebied bezet. De Israëlische reactie is buitenproportioneel. De kwantiteit aan gewelddaden tast de kwaliteit van het legalistische argument van zelfverdediging aan.

Militair staat de vraag centraal: hoe kon Israël zich zo vergissen in de tegenstander? Deugden de inlichtingen niet of werd op het hoogste niveau geblunderd? Wat een beperkte operatie van een paar dagen, hoogstens van een paar weken had moeten zijn, sleept zich nu al meer dan een maand voort. Langzamerhand wordt het Israëlische leger, naar zeggen tegen zijn zin, Libanon ingezogen omdat de luchtmacht er niet in slaagt ondanks de aangerichte verwoestingen de vijand het zwijgen op te leggen. Hezbollah heeft daarmee de eerste ronde op punten gewonnen. Op langere termijn gesproken heeft Israël zijn imago onoverwinnelijk te zijn aangetast. Strategisch wordt dat vermoedelijk de belangrijkste uitkomst van het huidige conflict. Een terughoudender reactie op de ontvoering van twee soldaten zou Israël uiteindelijk minder schade hebben berokkend.

Politiek wordt er heel wat gesteggeld over de verantwoordelijkheid voor het geweld. Haasje-over de geschiedenis in. Hezbollah: onze raketten zijn een reactie op de Israëlische bombardementen en beschietingen. Israël: de luchtmacht reageerde op de ontvoering en op de weigering de ontvoerden uit te leveren. Bovendien: Hezbollah heeft VN-resolutie 1559 niet uitgevoerd en heeft ontwapening geweigerd. Hezbollah: hoe staat het met de uitvoering van de VN-resoluties van 1967, de bezetting van Arabisch gebied betreffende?

Het is een heilloze discussie. Vast staat dat beide partijen zich erop hadden voorbereid toe te slaan als de gelegenheid zich voordeed. Israël heeft als strategisch doel Hezbollah uit te schakelen, Hezbollah heeft zich ingegraven om vanuit versterkte posities Israël zoveel mogelijk schade toe te brengen. Het is de bekende tegenstelling in een conflict tussen een staat en een gewelddadige beweging: de staat moet winnen om niet te verliezen, de beweging wint door niet te verliezen.

Het gaat bij dit conflict niet uitsluitend om de oorlogvoerende partijen. In de eerste plaats is er de regering van Libanon. Het is een gespleten formatie, met een Hezbollah toegewijde president en een regering met twee Hezbollah-ministers, die onmachtig is gebleken ontwapening van Hezbollah af te dwingen. Het Libanese leger is geen partij voor de beweging. Andere spelers zijn Amerika enerzijds en Syrië en Iran anderzijds. Zij bewapenen respectievelijk Israël en Hezbollah en verwijten elkaar dat te doen. In de internationale onderhandelingen over een VN-resolutie ter beëindiging van de vijandelijkheden speelt Frankrijk naast Amerika een rol.

De gestelde eisen zijn typisch eisen uit het begin van een conflict – absoluut onaanvaardbaar voor de andere partij. Hezbollahs eis dat Israël onmiddellijk Libanon ontruimt, wordt inmiddels gesteund door de Libanese regering. Deze draagt aan de discussie bij door een stabilisatiemacht voor het zuiden in het vooruitzicht te stellen. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Israël heeft al verklaard zijn troepen niet eerder terug te trekken dan nadat Hezbollah is ontwapend en uit het zuiden van Libanon is verdwenen. Een Libanees leger dat onder bescherming van Israëlische tanks de enige geloofwaardig gebleken Arabische strijdmacht neutraliseert?

Even fantastisch is het idee van een ‘robuuste’ internationale vredesmacht. Duitsland heeft al afstand genomen, omdat het zich niet kan voorstellen dat Duitse militairen tegen Israël optreden. Alsof het voorstelbaar is dat enige internationale strijdmacht het zich ooit zou kunnen veroorloven gewapenderhand tegen Israël op te treden. Hoe vaak is Israël nietal ongeschonden door de linies van blauwhelmen van de Verenigde Naties heen gemarcheerd?Anderzijds: kan van een vredesmacht worden verwacht dat die slaagt waar Israël faalt?

Israël kan zich alles veroorloven dankzij de steun van Amerika. Zolang die steun onbeperkt wordt gegarandeerd, zal het niet bereid zijn zijn eisen aan te passen. Europa zou uit die vaststelling consequenties moeten trekken. Maar zoals gewoonlijk: het is hopeloos verdeeld.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.