Teksten zing ik zo gewoon mogelijk

Christian Gerhaher werd eerst arts, maar koos daarna voor de muziek. Nu is hij een van de interessantste baritons van het moment.

Je moet er even aan wennen. De Duitse bariton Christian Gerhaher (Straubing, 1969) denkt en praat zoals hij zingt: afgewogen, eerlijk, een beetje ouderwets. Het feit dat hij zich als zanger principieel geen kunstenaar maar ‘ambachtsman’ noemt, is maar een voorbeeld. Zijn onwrikbaar vaste samenwerking met pianist en jeugdvriend Gerold Huber – de zoon van zijn vioolleraar in het ouderlijk stadje nabij München – een ander. „Ik vind wisselende contacten niet interessant, artistiek noch persoonlijk. Ik bedrieg mijn echtgenote toch ook niet? Continuïteit is belangrijker en waardevoller dan steeds iets beters zoeken.”

Van de nieuwe generatie baritons is Gerhaher een van de opmerkelijkste. In vergelijking met, bijvoorbeeld, zijn twee jaar oudere generatiegenoot Matthias Goerne, zingt Gerhaher onnadrukkelijker, ‘gewoner’. Teksten komen bij hem als vanzelf; ze zijn onderdeel van de muzikale sfeer. Je zou soms bijna niet letten op wát hij letterlijk nu precies zingt, omdat alle aandacht al uitgaat naar zijn stem en de kleur van het lied als geheel – of die nu onstuimig woedend is (daar is Gerhaher buitengewoon goed in), blij of treurend.

Gerhaher heeft een opmerkelijke achtergrond. Zoals dirigent Philippe Herreweghe begon als psychiater en tenor Ian Bostridge eerst zijn proefschrift over hekserij voltooide, haalde Gerhaher zijn artsendiploma en studeerde hij filosofie voordat hij zich definitief richtte op zingen. Van geneeskunde weet hij inmiddels weinig meer. „Als arts moet je het hebben van je parate kennis”, lacht hij. „En die is me de laatste jaren toch echt ontschoten. Maar de filosofie is me vaak van pas gekomen. Een creatief vak, zoals muziek, is niet analytisch, maar synthetisch – het tegenovergestelde. Als tegenwicht is het dan nuttig analytisch te kunnen denken. Het helpt me mijn liedinterpretaties fris te houden, ook al zing ik ze duizend keer. Omdat ik me realiseer dat die ene manier om naar een stuk te kijken altijd onderdeel is van een proces; een product van allerlei factoren die een eigen weg gaan, maar wel degelijk samenhangen en als geheel steeds net anders uitpakken.”

Gerhaher was zestien

toen een vriend hem overhaalde voor het schoolkoor, met de bekoorlijke zingende meisjes als lokmiddel. „Die waren inderdaad leuk”, lacht Gerhaher. „Maar het zingen vond ik minstens zo’n ontdekking.” Later, tijdens zijn studie geneeskunde, reisde hij tweemaal per maand naar de karaktertenor Paul Kuen. Diens aanmoedigingen de artsenij te laten schieten en van zingen zijn vak te maken, trok hij zich wel degelijk aan, zegt hij. „Maar ik had me nou eenmaal voorgenomen mijn studie geneeskunde af te maken. Ik lijd zelf aan de ziekte van Crohn, een vrij ernstige en ongeneeslijke ontsteking van de darmen. Dat heeft zeker meegespeeld. Het liefste had ik muziek én medicijnen gestudeerd, maar dat stond de universiteit niet toe.”

In Nederland was Gerhaher al verschillende malen te beluisteren. Onvergetelijk was begin dit seizoen zijn uitvoering van Mendelssohns oratorium Elias met het Koninklijk Concertgebouworkest. Gerhaher zong de titelpartij zo Bijbels toornig en gepassioneerd dat je hem zijn iets te lyrische laagte vergaf. Bovendien is de lyriek van zijn stem óók een van de redenen dat zijn lied-cd’s zo langdurig in de cd-speler blijven liggen.

Gerhahers discografie is bijzonder van gewoonheid. Zijn laatste vijf cd’s: een verzamelalbum met liederen van Schubert, diens drie grote cycli (Die schöne Müllerin, Winterreise, Schwanengesang) en Schumanns Dichterliebe. Van zuiverder ijzer kan een repertoirekeuze niet zijn. „Mijn volgende cd wordt Schumanns Liederkreis opus 39, en daarna denk ik dat ik opnieuw een Schubert-compilatie maak”, reageert Gerhaher met een lach. „Ik kies dus voor de bekende weg en de mooiste muziek. Hoe beter de liederen, hoe beter voor mij en mijn vocale ontwikkeling. Dat dat tot gevolg heeft dat mijn opnames voortdurend worden vergeleken met die van andere zangers, neem ik voor lief.”

Vergelijken is inderdaad verleidelijk. Dat Gerhaher lessen volgde bij Dietrich Fischer-Dieskau is een feit dat je soms denkt te horen. Allebei zingen ze tekstbewust, maar onsentimenteel. Het vocaal illustreren van de tekst lijkt bij Gerhaher zelden voorop te staan. „Hmm, dat is een ingewikkelde kwestie!”, zegt hij. „Maar inderdaad: ik vind dat teksten zo ‘gewoon’ mogelijk gezongen moeten worden. De interpretatie van het gedicht is namelijk al door de componist gedaan. Het is de taak van de zanger om te achterhalen hoe de componist de tekst heeft geduid en uitgedrukt. Het publiek moet ook niet het gedicht of de muziek afzonderlijk proberen te begrijpen, maar het lied tegemoet treden als één geheel.” Hoe beter het lied, hoe meer dat opgaat, legt Gerhaher uit. „Voor een eenvoudige, strofische ballade geldt het minder dan voor een lied als Schuberts Erster Verlust op tekst van Goethe. Dat lied transporteert de inhoud van het gedicht muzikaal zo goed, dat je de woorden helemaal niet meer hoeft te snappen. De klank als geheel begrijpen volstaat.”

Gerhahers aanpak klinkt

in noten schokkender dan in woorden. Waarom lijkt een bekend lied als Das Wirtshaus, uit Schuberts Winterreise in de lezing van Gerhaher en pianist Gerold Huber opeens zo anders? Het heeft te maken met zijn kalmte, zijn onopgesmukte aandacht voor de sfeer en de klank, zijn lef in de hoogte wat broos te worden. „Het gaat er uiteindelijk om dat je de aandacht vestigt op wat je zingt”, reageert hij. „Als ik luister naar oude opnames, is de aanpak van zangers vaak zeer openhartig en persoonlijk. Technisch hoefde het niet altijd perfect te zijn. Tegenwoordig streven teveel zangers allereerst naar technisch perfectie – die overigens niet bestaat – en gaan dan pas zingen. Het resultaat is een stuwmeer aan uitstekende stemmen zonder persoonlijk geluid. Een volmaakte techniek kan muziek ook verwoesten. In Schumann, Schubert of de orkestliederen van Mahler moét je zingen vanuit de bereidheid risico’s te nemen. Anders doe je die muziek geen eer aan.”

In het Amsterdamse Concertgebouw zingt Gerhaher later deze maand een programma met liederen van Mahler in bewerking voor kamermuziekensemble. „De sfeer wordt er veelal anders, minder heilig van”, vindt Gerhaher. „De Lieder eines fahrenden Gesellen bevatten in het arrangement van Schönberg bijvoorbeeld ook een harmonium. De accordeonachtige klank van dat instrument maakt dat die liederen opeens een Roaring Twenties-uitstraling krijgen.”

Gerhaher zingt opvallend veel concerten en liedrecitals, tegenover ‘maar’ zo’n twee operaproducties per seizoen. Deze maand is dat Mozarts Die Zauberflöte in de productie die regisseur Pierre Audi in 1995 samen met Karel Appel (decors) maakte voor De Nederlandse Opera, en die nu op de Salzburger Festspiele wordt hernomen. Gerhaher zingt/speelt de vogelvanger Papageno – een rol waarvan de lichtheid moeilijk met zijn bespiegelende karakter verenigbaar lijkt. „Het zint me ook niet dat Papageno vaak als een paljas wordt gespeeld”, reageert hij. „Papageno representeert de natuurlijke, normale wereld, die in Die Zauberflöte lijnrecht staat tegenover de ‘heilige’ wereld van Sarastro, waar de normen naar mijn smaak helemaal niet puur en nastrevenswaardig zijn, maar leugenachtig en macho. Papageno neemt dat waar, maar blijft puur en open. Voor de liefdesintriges in de opera geldt hetzelfde. De liefde tussen Pamina en Tamino is meer idee dan werkelijkheid; ze kennen elkaar niet eens. Papageno wil gewoon een leuke vrouw, kindertjes – het echte leven. Gelukkig begrijpt Audi die tegenstelling óók, en werkt dat in deze enscenering goed.”

Regisseurs moeten inzien dat het in de eerste én laatste plaats gaat om het stuk, vervolgt Gerhaher. Hij begint een kalme maar strenge tirade over ‘eurotrash’. „Deconstructivisme is iets walgelijks, vind ik. Regisseurs moeten hun eigen opvattingen niet belangrijker vinden dan het stuk. Wie zo nodig zelf iets wil vertellen, moet maar zelf een libretto schrijven.”

Christian Gerhaher zingt op 24/8 en 31/10 in het Concertgebouw, Amsterdam. Res.: (020) 6718345 of www.concertgebouw.nl