Optimisme over economie is nu echt geoorloofd

In het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg de groei in Nederland 2,4 procent.

Omdat de economie in het eerste kwartaal ook al groeide, zit de vaart er goed in.

De deelcijfers over de Nederlandse economie mogen nog zo mooi zijn, de onderzoeken en stemmingsmeters nog zo gunstig, het herstel van de Nederlandse economie moet wel bevestigd worden in harde cijfers. Dat is gisteren gebeurd.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde in zijn eerste raming over het tweede kwartaal van dit jaar een economische groei van 2,4 procent. Omdat in het eerste kwartaal al een groei van 2,9 procent werd gemeten, lijkt het afgelopen halfjaar het beste te zijn geweest sinds de laagconjunctuur in de loop van 2001 toesloeg.

De berichtgeving laat zich dan ook lezen als opgewekt nieuws van het front: 80.000 banen zijn er ten opzichte van vorig jaar bijgekomen. Consumenten gaven 8 procent meer uit aan duurzame consumptiegoederen, bedrijven investeren meer in machines en computers en er wordt ook druk geïnvesteerd in woningen en vrachtwagens. Ook de export, waarvan de groei naar verwachting wat afvlakte, levert zijn bijdrage aan de totale economische groei.

Op het eerste gezicht valt op dat de economie, met een groei van 2,4 procent, iets aan vaart lijkt te verliezen ten opzichte van het groeicijfer van 2,9 procent in het eerste kwartaal. Dat is optisch bedrog. Vergelijkingen op jaarbasis kunnen nogal variëren omdat er wordt vergeleken met de situatie van een jaar geleden. Fluctuaties in de economische groei in 2005 werken zo door in de getoonde cijfers voor 2006.

Om het tempo, en vooral het momentum, van de groei in te schatten is het daarom goed om ook de groei ten opzichte van het vorige kwartaal mee te nemen in de analyse. Kwartaal-op-kwartaalgroei kan erg wispelturig zijn, ondanks correcties voor werkdag- en seizoenseffecten. Toch spreken de cijfers boekdelen. In het eerste kwartaal van dit jaar was de groei ten opzichte van het vierde kwartaal van 2005, zeer mager: 0,1 procent. Dat maakte destijds een beetje achterdochtig over de houdbaarheid van het herstel van de economie.

Het goede nieuws is dat in het tweede kwartaal de kwartaalgroei maar liefst een vol procent bedroeg. In de Verenigde Staten, waar juist de kwartaalgroei het belangrijkst wordt gevonden, en wordt gepresenteerd alsof die zich vier kwartalen achtereen zou hebben voorgedaan, zou het Nederlandse cijfer zijn gepresenteerd als een economische groei van 4,1 procent. Dat kan overdreven lijken, maar het geeft de vaart die de conjunctuur heeft gekregen goed weer.

Is Nederland nu op weg om inderdaad de prognoses voor heel 2006 te halen? Verschillende ramingen komen uit op gemiddeld 2,75 procent, hetgeen een uitstekend jaar zou impliceren. De eerste helft van 2006 bevestigt het optimisme voor het gehele jaar, maar we zijn er nog lang niet. De twee laatste kwartalen van dit jaar moeten sterk blijven, met een kwartaalgroei van minstens 0,8 procent. Met name de consumptieve bestedingen zullen daarom sterk moeten blijven groeien. Gezien de gunstige ontwikkeling van de werkgelegenheid, die op dit moment tienduizenden mensen tegelijkertijd toevoegt aan het kooplustige publiek, mag dat in beginsel geen probleem zijn. De inkomensvooruitgang die de overgang van niet-werken naar werken bewerkstelligt is fors.

Bovendien zijn er tekenen dat de huizenmarkt dit jaar weer fors aantrekt. Een stijging van het papieren vermogen van huiseigenaren, die hun woning meer waard zien worden, heeft een flink effect op het bestedingsgedrag. Dat is in de vorige hoogtijperiode aan het einde van de jaren negentig nogal eens onderschat, zoals ook de pauze op de huizenmarkt de afgelopen jaren de groei neerwaarts beïnvloedde. 2006 ging goed van start. Enkel een drastische wending van het lot kan het nog bederven.