Land van de Wandelende Ramp

Etgar Keret en Samir El-youssef: Gaza Blues. Fictie zonder grenzen. Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt, uit het Engels door Hanneke Bok. Met een voorwoord van Arnon Grunberg. Anthos, 131 blz. €17,95

Bassam is een wat onduidelijke scharrelaar: hij rookt te veel wiet, slikt te veel pillen, houdt zich op in café’s, weet in het algemeen niet wat hij met zijn leven moet aanvangen. Hij droomt ervan naar het buitenland te vertrekken, vooral als hij zijn vriend Ahmad weer eens heeft gesproken: ‘Ik hoorde Ahmad vooral graag praten als ik een paar jointjes had gerookt. Maar soms zei Ahmad dingen die me ervan doordrongen dat ik gek zou worden als ik het land niet verliet.’

Er is hier meer aan de hand dan de gebruikelijke adolescenten-blues: ‘het land’ is een Palestijns vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon, eind jaren tachtig, op het hoogtepunt van de Eerste Intifada, en Bassam is de hoofdpersoon uit de novelle ‘De dag dat het beest dorst kreeg’, van de Palestijnse auteur Samir El-youssef. Net als zijn hoofdpersoon werd El-youssef (1965) geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon, waar hij ook opgroeide. El-youssef slaagde er wel in te ontsnappen: inmiddels woont hij al jaren in Londen, en zijn verhalen werden in 2005 bekroond met de Tucholsky Award van de Zweedse PEN-club. Zijn novelle verscheen twee jaar geleden in Gaza Blues, samen met verhalen van zijn vriend, de bekende Israëlische schrijver Etgar Keret (1967). De bundel is nu in het Nederlands verschenen. Dat komt mooi uit, want hij is opeens pijnlijk actueel.

Keret en El-youssef zijn verwante geesten – ze bewegen zich buiten de politiek correcte mainstream van hun literatuur, en beschrijven het leven in Israël en Palestina (en daarbuiten) in bepaald anti-heroïsche termen – wat niet zo vanzelfsprekend is als het klinkt. Bovendien delen ze een feilloos gevoel voor de absurditeit van het dagelijks leven in dergelijke omstandigheden, en weigeren beiden zich vast te leggen door politiek partij te kiezen. Want partij kiezen in deze situatie betekent de complexe werkelijkheid te reduceren tot karikatuur en cliché.

Zo kan het gebeuren dat we Bassam drugs zien kopen van een vage Irakees die op de loonlijst staat van de Tanziem (de extremistische jeugdgarde van Fatah), en zijn vriend Ahmad, die voortdurend nationalistische toneelstukken schrijft over ‘onze rechtvaardige zaak’, en die naar Arafat verwijst als ‘de Wandelende Ramp’. ‘Realisme is dé stijl voor ons!’ stelt Ahmad optimistisch, terwijl het Bassam en de lezer allang duidelijk is dat slechts surrealisme hier nog van toepassing kan zijn. ‘Ik had hem bijna gevraagd over welke politieke boodschap hij het in godsnaam had,’ zegt Bassam, die tenauwernood zijn gezicht in de plooi kan houden bij de patriottistische praatjes van Ahmad.

Een vechtpartij binnen de verschillende facties van het kamp escaleert: ‘Drie dagen lang werd er onafgebroken gevochten. Vijf mensen kwamen om en vierentwintig raakten gewond. Zoals gebruikelijk werd er van de gesneuvelden een foto op posterformaat opgehangen aan de muren van het kamp, en onder elke foto stond het gebruikelijke korte overlijdensbericht: de held-martelaar zus of zo werd geboren daar en daar. En hij werd tot martelaar uitgeroepen na een heldhaftige confrontatie met de zionistische vijand.’

Geen wonder dat El-youssef denkt geen Palestijnse uitgever voor dit werk te zullen vinden. Bij Keret ligt dat anders: de schrijver is in Israël inmiddels een soort literaire superster, werd veelvuldig bekroond, maakte films, scenario’s en zelfs stripverhalen. Zijn verhalen werden al eerder vertaald in het Arabisch en in Gaza verspreid. Ze liepen zo goed dat hij er tot op vandaag niet zeker van is of de oplage werd gekocht door gewone lezers, of door Hamas (en vervolgens vernietigd). De meeste verhalen in Gaza Blues verschenen in eerdere bundels van Keret; dat maakt de bundeling er niet minder sterk door.

Gaza Blues bevat zowel het eerste verhaal dat Keret ooit schreef (‘Buizen’, over een wat simpele jongen die een ontsnappingsroute ontdekt), als een niet eerder gepubliceerd stuk over een vrouw die omkomt bij een zelfmoordaanslag, ‘Verrassingsei’. Veel van Kerets verhalen hebben een sprookjesachtige kwaliteit. Zo doorgrondt Nachoem in ‘Voor maar 19,99 sjekel (incl. BTW en verzendkosten)’ de zin van het leven dankzij per post te bestellen instructieboekjes (‘Een aantal ultra-orthodoxe jongens, onder wie de kleinzoon van de rebbe van Lodvar, kwam naar Nachoems huis en wilde van hem horen wat de zin van het leven was. Nachoem legde het kun graag uit en schonk daarna zelfs een glas frambozenlimonade voor hen in.’).

Gaza Blues is een uitzonderlijk project, in een tijd dat Palestijnse auteurs niet eens samen met Israëliërs op één podium willen zitten. Wat Keret en El-youssef bovenal laten zien, vanuit hun verschillende perspectieven, is hoe Israëliërs en Palestijnen in de huidige situatie niet anders kunnen dan simpelweg helemaal gek worden. En hoe dat een terugkerend fenomeen is. Zegt Bassam, in El-youssefs novelle: ‘Ja, dacht ik bij mezelf, we moeten gaan trouwen, Dalaal en ik. We gaan trouwen en zullen tien kinderen krijgen, en dan gaan ze dood en zullen hun foto’s als reusachtige posters op de muren van het kamp worden geplakt. Ze zullen tot heldhaftige martelaren worden uitgeroepen die het leven hebben gelaten in de strijd tegen de zionistische vijand. En dan zouden Dalaal en ik de trotse ouders van tien martelaren zijn. Daarna kon Israel Libanon weer binnenvallen, het kamp vernietigen en ons allemaal naar de verdommenis helpen.’