Israël verwacht ‘lange, moeizame strijd’

Het Israëlische leger is gisteren begonnen aan een opmars in Zuid-Libanon.

Er wordt veel tegenstand verwacht. Hezbollah is getraind en kent het gebied.

Israëlische generaals en ministers mogen zeggen dat Hezbollah gedemoraliseerd is en op instorten staat, majoor Avi Otal, hoofd operaties van de Alexandroni Brigade, weet zeker dat er „nog zwaar gevochten zal worden en Israël zal lijden”.

Terwijl zich langs de grens – van Metulla in de oostelijke sector tot Zarit in de westelijke sector – infanterie-eenheden, commando’s en tankbemanningen voorbereiden op een nachtelijk offensief, zegt Otal: „Hezbollah is een zeer geduchte tegenstander: het kent de topografie van het land heel goed, heeft jaren de tijd gehad zich in te graven en zijn soldaten zijn gewoon goede vechters.” Hij schat dat er zich in het gebied tot de rivier de Litani 3.000 tot 4.000 guerrillastrijders bevinden.

Een paar uur later licht de donkere hemel op. Met de tientallen houwitsers en meervoudige raketsystemen, die staan opgesteld in de heuvels en de Hula-vallei, begint een bombardement op dorpen en ondergrondse bunkers in de omgeving van Marjayoun, Al-Khima en Ayta al-Shab.

Van de aangekondigde opschorting van de uitbreiding van het grondoffensief met enkele dagen om de diplomatie nog een kans te geven, was gisternacht in Metulla niets te merken. Het diepe dreunen van inslaande granaten aan de andere kant van de grens, sissend opstijgende raketten en de verplaatsingen van tankeenheden en manschappen richting grens werden onafgebroken voortgezet.

Via het hooggelegen Metulla brengen pantservoertuigen, beschermd door tanks, tientallen commando’s Libanon in. Doel is het negen kilometer noordelijk geleden Marjayoun te veroveren. Otal, die een dag eerder infanteristen en commando’s Libanon heeft ingestuurd: „Het zijn lange, zeer moeizame gevechten. Hezbollah zit ingegraven in goed gecamoufleerde ondergrondse bunkers en hebben grote voorraden aan wapens, katjoesja-raketten en anti-tankgranaten. We hebben al enkele munitieopslagplaatsen opgeblazen, maar het is duidelijk dat we nog niet klaar zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat als wij nog een maand de tijd krijgen we Hezbollah zullen breken.”

Volgens de bevelhebbers van het Noordelijk Commando in Safed heeft Israël na vier weken van „militaire acties” – Israël spreekt niet van ‘oorlog’ – 500 guerrillastrijders gedood, 70 procent van het arsenaal aan lange afstandsraketten en 40 procent van de katjoesja’s voor de korte afstand (vier tot zeven kilometer) uitgeschakeld.

Het grondleger is verdeeld over drie sectoren. In de westelijke en centrale sectoren zijn de Alexandroni Brigade (reservisten), de Paracommando’s (reservisten) en de Zevende Brigade ingezet, in de oostelijke sector opereren de Golani- en Nahal Brigades (dienstplichtigen), samen met eenheden van de Sayerkat Mahal, de Israëlische versie van de Britse SAS.

Hoe zwaar de gevechten zijn, valt af te lezen van de gezichten van terugkerende commando’s bij Metulla en Menara. De hizzbolim, zoals de soldaten de guerrillastrijders noemen, hebben zich verschanst in elk huis en elke boomgaard en duiken op de meest onverwachte momenten uit hun ondergrondse bunkers op. „We vinden in elk dorp, in bijna elk huis wel iets, of munitie, of katjoesja’s en zelfs Amerikaanse antitankwapens”, had majoor Otal gezegd.

De uitgeputte Golani bij Menara en Metulla worden opgevangen door rabbijnen. De militairen storten zich op de flessen water en de verpakte maaltijden. Zij mogen een dag rusten om morgen weer te worden ingezet. Het eerste dat luitenant Avi C. uit Tel Aviv en zijn manschappen doen is de sms-jes van vaders, moeders, vrouwen en vriendinnen beantwoorden. Het gerucht dat er tientallen soldaten waren gesneuveld – het bleken er vijftien te zijn – had zich door heel Israël verspreid. „Mijn moeder belt iedere dag”, zegt hij. Over de nachtelijke acties mag hij van de Israëlische legerwoordvoering niets zeggen.

Bij Metulla verzamelden zich gisterochtend aan de grens vliegende ambulances om doden en gewonden uit Marjayoun op te vangen. „Het is daar heel zwaar”, zei een commando, voordat hij samen met zijn eenheid in een bus werd afgevoerd.

De meeste verliezen heeft het leger geleden in de oostelijke sector, bij Bint Jbail, Mays al-Jabal en de dorpen ten noorden van Metulla. Bij Dabel werden negen reservisten van de Paracommando Brigade gedood nadat zij een bunker van Hezbollah hadden veroverd en vervolgens van een andere kant werden beschoten met een antitankgranaat. Deze antitankgranaten van verschillende types (Sagger, Fagot en Cornet) blijken een groot probleem, ook voor de Israëlische tanks en pantservoertuigen. Onder de gedode militairen bevinden zich tientallen reservisten en dat heeft in Israël diepe indruk gemaakt, omdat zij worden beschouwd als vechters met ervaring, opgedaan in Libanon.

Dat er ook in de hoogste legerregionen twijfels zijn gerezen, blijkt uit de plotseling detachering van generaal-majoor Moshe Kaplinski bij het Noordelijk Commando. De huidige commandant, generaal-majoor Udi Adam, zou „te langzaam en te voorzichtig” vechten. Kaplinski vindt dat Israël alleen kan winnen met de grootschalige inzet van grondtroepen. Die bereidt hij nu voor.

Tegelijkertijd wordt de kritiek op het beleid van premier Olmert steeds luider. De invloedrijkste commentator van Israël, Nahum Barnea van Yedioth Ahronot, vroeg premier Olmert vanuit Ras al-Baida in Libanon, vijf kilometer ten noorden van het Israëlische Rosh Hanikra, om onmiddellijk de strijd te staken. „Olmert, dit is een verloren zaak. Wat niet te zien is door het raam van het kantoor van de premier in Jeruzalem, is hier goed te zien. We jagen op een overwinning die er niet is. Staak de strijd, neem het verlies en aanvaard de deal die de Amerikanen nu nog voor ons kunnen regelen.”

Ook andere commentatoren, voormalige generaals en militaire correspondenten vrezen dat het uitgebreide grondoffensief een moeizame en ook voor het leger bloedige affaire zal worden. Rekening wordt gehouden met 200 tot 500 doden aan Israëlische kant. Majoor Otal, een Libanon-veteraan: „Ik ben overtuigd van de morele juistheid van deze oorlog. We strijden tegen een grote, terroristische organisatie. Maar ik weet ook dat het moeilijk zal zijn een overwinning te boeken. Ik weet zelfs niet wat de definitie van een overwinning zal zijn.”