‘Ik ken een cowboy die staatsgeheimen heeft’

Voormalig BVD-agent Paul H. wordt verdacht van het lekken van staatsgeheimen. Zelf ontkent hij. Over hoe een hoge medewerker van de inlichtingendienst afzakte tot het dubieuze zakenmilieu.

Den Haag, 11 aug. - Oud-BVD-agent Paul H. hield zich jarenlang bezig met grote onderzoeken. Wapenleveranties naar Hezbollah, de IRA, de Rara tot en met het Mikado-onderzoek naar contacten die de drugs- en wapencrimineel Mink K. had bij politie, justitie, advocaten en journalisten. K. zit momenteel in de gevangenis. In 2001 verliet Paul H. de geheime dienst na een arbeidsconflict.

Paul H. zit sinds mei 2006 vast op verdenking van het bezit en het lekken van staatsgeheimen. De dossiers kwamen uiteindelijk in handen van twee journalisten van De Telegraaf. ‘Dossiers te koop in onderwereld’, kopte de krant op 22 januari. Inmiddels zijn de journalisten door het OM bestempeld als verdachten. Begin juni bepaalde de rechter in een door De Telegraaf aangespannen kort geding dat de AIVD moest stoppen met afluisteren van de journalisten.

H. had staatsgeheimen meegenomen van zijn vroegere werkgever, zo verklaarde een vriend van hem aan de Rijksrecherche, die deze zaak onderzoekt. NRC Handelsblad heeft inzage in het onderzoek van de Rijksrecherche gehad. Maar lekken van staatsgeheimen? Zo ver, zegt H. zelf, is hij nou ook weer niet gezakt.

Zijn carrière bij de dienst verliep van 1980 tot 2001 goed, maar als zakenman was H. dramatisch. De oud-BVD’er begon na zijn vertrek verschillende ondernemingen. Ze mislukten allemaal.

Paul H. zakte dieper en dieper. Zo deed hij zaken met de Duitser Friedric S., de rechterhand van Fouad A., een veroordeelde witwasser. Paul H. stond samen met de omstreden (oud)infiltrant Villes F. op de kieslijst van de politieke partij PPA, die in 2003 zonder succes meedeed aan de Provinciale Statenverkiezingen in Zuid-Holland. De op Aruba geboren F. is veroordeeld tot het betalen van een boete van 3,3 miljoen euro wegens het vervalsen van verblijfsdocumenten.

Een van H.’s zakenpartners was zijn huisgenoot Bert van D., een van de vier medeverdachten in de zaak van het lekken van de documenten. De relatie werd vanwege financiële problemen verbroken. Van D. was daar blijkens afgelegde verklaringen woedend over. „Ik voelde me gepakt en wilde wraak nemen.”

Bert van D. bedacht samen met een vriend een plan om Paul H. te pakken. Als voormalig huisgenoot van H. wist hij van de vertrouwelijke documenten die Paul zou hebben. Hun eerste stap was het tippen van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) van de politie Hollands Midden. Daarmee zouden ze H. in de problemen brengen. Want op het bezit van staatsgeheimen staat zes jaar cel.

Maar de CIE hapte niet, zegt Bert van D. in een verklaring tegen de Rijksrecherche. De CIE wilde eerst bewijzen zien en die hadden ze niet. De documenten lagen immers nog bij H. thuis. Toch ondernam de CIE actie: het strafdossier bevat een verklaring van een CIE-informant waarin staat dat H. „stukken [...] uit zijn BVD-tijd heeft meegenomen. Bert heeft deze stukken later gelekt aan naar journalisten van De Telegraaf. Paul H. heeft op dit moment nog een grote schuld bij Bert van D.”

Zo lijkt het lekken van staatsgeheimen terug te brengen tot een ordinaire ruzie tussen zakenlui. Maar klopt dat beeld? Bert van D. ontkent tegen de Rijksrecherche elke betrokkenheid bij het lekken naar De Telegraaf – „al word ik 500 jaar”. De CIE-informant zegt in zijn verklaring dat hij zijn bevindingen niet op waarheid kan toetsen. En ook Paul H. ontkent in zijn verhoren ook maar iets met staatsgeheimen te maken hebben gehad na zijn BVD-tijd. Het strafdossier biedt daar ook geen enkel aanknopingspunt voor.

Afgeluisterde gesprekken tussen de Telegraaf-journalisten en hun bronnen maken wel melding van gesprekken van Bert van D. „Ik ken een cowboy die staatsgeheimen heeft”, zegt Bert tegen Bart Mos van De Telegraaf, met wie hij zeker tien keer sprak.

Cruciaal is de vraag of Van D. de journalisten iets te bieden had. Had hij echt staatsgeheimen in bezit? Van D. zegt tegen de Rijksrecherche van wel, maar hij had ze niet naar de krant gelekt. Een gezamenlijke vriend van Paul en Bert had die vorig najaar voor hem opgehaald. Bert liet de stukken nog zien aan zijn vriend Friedric S. – veroordeeld voor het witwassen van geld – met de vraag of de stukken „geloofwaardig” waren. S. moest lachen. Alles stond volgens hem gewoon op internet, kreeg Bert te horen.

Het vermoeden dat de Duitse zakenman de stukken in handen had, maakt de kring van verdachten voor justitie alleen maar groter. Wat heeft Friedric S. immers met de documenten gedaan? Heeft hij ze verkocht? En dan zijn er nog verklaringen van oud-collega’s van Paul H. bij de AIVD. Volgens Paul was de AIVD voor 2001 zo lek als een mandje. Een beeld dat gedeeltelijk wordt bevestigd door vier (oud) AIVD’ers in verklaringen tegen de Rijksrecherche. De documenten waarover De Telegraaf beschikte, hoorden thuis in een afgesloten kluiskast. Een AIVD’er geeft nu tegen de Rijksrecherche toe dat die mogelijkheid bestaat dat die niet altijd op slot zat.

Een ding is zeker: De Telegraaf beschikte over staatsgeheime documenten. Een ervan is namelijk toegevoegd aan het dossier. ‘Stand van zaken en voortgang rond de groep Mink K.’, luidt de titel, onder de aanhef: ‘STAATSGEHEIM’. Advocaten hebben voor hun verdediging overigens niets aan dit document: ruim driekwart van de tekst is door justitie zwartgelakt.

De aan het strafdossier toegevoegde documenten geven ook geen uitsluitsel over de vraag of die uit het persoonlijke archief van Paul H. komen. Handgeschreven notities of andere sporen die naar hem leiden, ontbreken geheel. Het onderzoek heeft ook, voor zover bekend, geen aanwijzingen opgeleverd over recente contacten van H. met de georganiseerde criminaliteit en al helemaal niet met Mink K.

H.’s advocaat Martens: „Mijn cliënt heeft niets te maken met het lekken van staatsgeheimen. Zoals hij het zelf ook zegt: het was een betrouwbare agent met een goede staat van dienst, die alleen nooit zakenman had moeten worden.”

PROFIEL AIVD: maandag in NRC Handelsblad