IJburg wordt curieuze hybride

Architectuurkaart IJburg. Uitg, ARCAM, architectuurcentrum Amsterdam, ISBN 90-76863-6-36. Prijs € 2,50.

De Amsterdamse ambities zijn hoog: IJburg moet anders worden. De nieuwste Amsterdamse buitenwijk moet niet zomaar een buitenwijk worden, maar een grootsteeds stadsdeel. Daarom zal IJburg, anders dan de gemiddelde Vinex-wijk, niet zo’n 35 woningen per hectare tellen, maar zo’n 50. Daarom ook zullen niet rijtjeshuizen domineren, maar appartementenblokken.

Nu er op de eerste opgespoten eilanden in het IJmeer een stuk of dertig blokken en een paar straten met rijtjeshuizen en vrijstaande woningen zijn voltooid, kan worden vastgesteld dat IJburg inderdaad anders wordt. Langs de brede, centrale IJburglaan, waarover al een tram rijdt, ligt een lange rij woningblokken van vier à vijf etages, de hoogte die ook de Amsterdamse buitenwijken van voor de Tweede Wereldoorlog hebben.

De eerste blokken van IJburg, die op een onlangs door architectuurcentrum ARCAM uitgegeven architectuurkaart van de wijk staan, laten duidelijk zien dat de stedenbouwers zich hebben laten inspireren door Berlage’s Amsterdam-Zuid met zijn gesloten bouwblokken langs echte straten. Net als in daar hebben de blokken op IJburg vrijwel allemaal gevels van baksteen, meestal van het donkere soort dat nu al jarenlang in de mode is. Maar een belangrijke les van Amsterdam-Zuid, namelijk dat lange gevelwanden door erkers, balkons, verschillende soorten ramen, een paar welgemikte ornamenten en mooie ‘hoekoplossingen’ een ritme krijgen dat ook het oog van de wandelaar behaagt, is helaas niet geleerd in IJburg.

De terugkeer naar baksteen en het gesloten bouwblok gaat op IJburg gepaard met een zakelijke, strenge vormgeving. De meeste architecten hebben strakke dozen ontworpen, met harde hoeken en een repetitie van ramen en platte daken. Sommigen, zoals ANA architecten van blok 110, hebben hun doos zelfs met strookramen een modernistische, horizontale geleding gegeven. Zo wordt IJburg een curieuze hybride van traditionalistische stedenbouw en modernistische vormgeving.

Op zichzelf zijn veel van de blokken niet slecht. Soms zijn ze zelfs bijzonder. Zo bestaat het stuk van Blok 23 dat VMX voor zijn rekening nam deels uit een toren, waarvan elke etage vier hoekwoningen bevat. Daartussen bevinden zich parkeerplaatsen voor zes auto’s, zodat ook de bewoners van zes hoog achter hun auto voor de deur kunnen parkeren.

Maar tezamen zijn de veelal fraaie dozen toch te veel van het goede. Als het zo doorgaat, wordt de IJburglaan een straat die alleen vanuit de auto een beetje genietbaar is. Voor wandelaars wordt de laan een bar oord dat vooral de kille, koude stad in Bordewijks novelle Blokken in herinnering roept. Bijna alle blokken langs de laan geven hun geheimen in één oogopslag prijs.

Een van de oorzaken voor de kille hardheid is de jarenlange economische stagnatie die nu eindelijk achter de rug lijkt. Toen eind jaren negentig, in het tijdperk van de internethausse, de eerste plannen voor IJburg werden gemaakt, was het de bedoeling dat de woningblokken zouden worden ontworpen door vier of vijf verschillende architecten die elk een deel van een blok voor hun rekening namen. Maar na het uiteenspatten van de internetzeepbel en de stagnatie van de woningmarkt, bleek deze oplossing voor het maken van gevarieerde blokken veelal te duur. Veel blokken werden daarom ‘herontwikkeld’ en vereenvoudigd.

Een echt excuus voor de hardheid van IJburg is dit natuurlijk niet. Want in Amsterdam-Zuid, dat voor een groot deel werd gebouwd gedurende de donkerste crisisjaren van de vorige eeuw, is overal te zien dat ook lange gevels die door één architect zijn ontworpen, levendig en ritmisch kunnen zijn. De echte reden voor de armoede van IJburg is simpelweg dat de kunst van het componeren van lange gevelwanden verloren is gegaan.