Iggy Pop laat zich niet temmen

De Britse popgroep The Stooges is na dertig jaar weer bij elkaar. Hun muziek is nog altijd even jeugdig als een opstandige puber.

En Iggy Pop is nog altijd de wildeman met de passie van een balletdanser.

De eerste dertig seconden zijn doorslaggevend bij elke goede rockshow. De drummer tikt af, de bassist laat zijn eerste bromtonen horen, de gitarist wringt zijn eerste akkoorden eruit. In een flits moet het gebeuren. Geen rock‘n’roll-spektakel is compleet zonder de opwinding van een frontman die de boel op stelten komt zetten; een zanger die de aandacht afdwingt. Iggy Pop is sinds jaar en dag de beste die er bestaat; een wildeman met de passie van een balletdanser en een schreeuwlelijk die de achterste rijen haalt. Maar hij kan ook ontroeren met een paar welgekozen woorden.

„I’m the world’s forgotten boy”, brulde hij het uit bij The Stooges, de vuige rockgroep die hij van 1967 tot 1973 aanvoerde en die nu weer bij elkaar is, in driekwart van de oorspronkelijke bezetting met gitarist Ron Asheton en drummer Scott Asheton (bassist Dave Alexander overleed in 1975 en wordt vervangen door Mike Watt uit The Minutemen). „No fun to be alive”: nog zo’n typerende hartenkreet van een band die midden in de hippietijd niet mee wenste te doen aan vredig geneuzel over bloemetjes in je haar. En „Now I wanna be your dog”, de verpletterende drie-akkoordensong die eigenlijk nergens anders over ging dan dat Iggy je hondje wilde zijn en je hand wilde likken.

Bij zijn latere solocarrière bleef Iggy Pop (ware naam James Osterberg) de Stooges-klassiekers ‘Search and destroy’, ‘No fun’ en ‘I wanna be your dog’ altijd zingen, al waren het nooit hits. Quasi-domme, hersenloze songs waren het, gespeeld door muzikanten die er prat op gingen dat ze hun instrumenten nauwelijks beheersten. Toch verdient talentenjager Danny Fields van het Elektralabel alle respect van de wereld. Hij had de visie dat er een diepere waarde school in het rammelende bandje (toen nog The Psychedelic Stooges geheten) dat hij in 1969 een contract voorhield. Eigenlijk was Fields naar Detroit gekomen om de even turbulente rockvernieuwers MC5 te tekenen. Toen de inkt op dat contract eenmaal droog was wees gitarist Wayne Kramer hem op de ‘babyband’ uit het nabij gelegen Ann Arbour die nog harder, nog nihilistischer, nog roekelozer tekeer ging.

In eerste instantie was zelfs het gebruikelijke instrumentarium van de standaard-rockband geen must voor The Stooges. Drummer Scott Asheton mepte met aluminium pijpen op twee olievaten en Iggy, die voordien drummer was geweest bij bluesband The Prime Movers, danste in een positiejurk uit de kringloopwinkel op een elektronisch versterkt wasbord. Het totaalgeluid klonk metalig en druk, zodanig dat lang niet iedereen het mooi vond. De uitgangspunten werden aangescherpt toen het viertal de studio in ging voor debuutalbum The Stooges. Daarop tekende zich de nog altijd compromisloze, maar recht op zijn doel afstevenende rocksound af die later als het onmiskenbare startpunt van de punk zou worden aangemerkt. Een eerste mix gemaakt door John Cale van The Velvet Underground werd afgekeurd omdat de band het ‘te arty’ vond klinken. Enkele vormloze, jamsessie-achtige nummers werden op aandringen van Elektra vervangen door kortere, krachtiger songs. Een bijtende, onvergankelijke sound was geboren. De Ramones en honderden andere punk- en metalbands deden er later hun voordeel mee.

Live zaaiden The Stooges

chaos en verwarring. Niemand had eerder zo’n band gezien of gehoord, keihard en oersimpel met een zanger die flessen op het podium kapot sloeg en tot bloedens toe rolde door de scherven. Iggy Pop werd bespuugd en beschimpt, maar haalde daar juist weer energie uit om nog onstuimiger tekeer te gaan. In het midden van die orkaan bereikten The Stooges een hoger plan op hun tweede album Fun House. In langere stukken als ‘Dirt’ en het atonale, met piepende saxofoon opgeluisterde ‘L.A. blues’ riep het de vergelijking op met de geïmproviseerde jazz van John Coltrane en Ornette Coleman. Jazzrock was het beslist niet, want daarvoor liepen The Stooges te veel uit de pas met pretentieuze notenbreiers als Weather Report en The Mahavishnu Orchestra. Of het eigenlijk nog wel rock was stond te bezien. The Stooges waren een onvergelijkbaar fenomeen geworden.

De uitputtende Fun House-sessies, die op bootleg-elpees en later ook op een officiële cd-box naar buiten kwamen, droegen bij aan de mythe die The Stooges begon te omringen. Hoewel ze in hun korte bestaan nooit een uitgesproken verkoopsucces op hun naam schreven en platenbaas Jac Holzman openlijk verkondigde dat de energie van de band onmogelijk op plaat kon worden vastgelegd, geldt Fun House inmiddels als een hoogtepunt uit de rockhistorie van een band op zijn best. De erkenning liet lang op zich wachten, maar latere rocksterren als Johnny Ramone en Jack White van The White Stripes lieten zich in lyrische woorden uit over de inspiratie die The Stooges hen boden om hun muzikale grenzen op te zoeken.

Muzikaal op hun scherpst in 1970, ging het op het persoonlijke vlak minder goed met de bandleden die samen in een smerig kraakpand woonden. Drank was er altijd in overvloed en toen de harddrugs hun intrede deden, ging het bergafwaarts met de groep die ook bij hun inname van pillen en poeders de uiterste grenzen zocht.

Juist toen ze door pure lamlendigheid eigenlijk tot niets meer in staat waren en er van serieuze optredens nauwelijks meer sprake was, kwam er redding uit onverwachte hoek. De Engelse popster David Bowie verkondigde her en der hoe zeer hij The Stooges bewonderde. Zijn personage Ziggy Stardust uit het conceptalbum The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders from Mars was grotendeels geënt op Iggy Pop, die hij zowel destructieve als visionaire kwaliteiten toedichtte.

Bowie haalde Pop

naar Londen, waar plannen beraamd werden voor een plaat die al het voorgaande moest overtreffen. The Stooges in gewijzigde bezetting – Dave Alexander vertrok, Ron Asheton ging bassen en nieuwe gitarist James Williamson werd Iggy’s muzikale steunpilaar en co-componist – deden er alles aan om te vlammen op Raw Power, de plaat die hun zwanenzang zou worden. Ondanks striemende songs als ‘Search and destroy’ (losjes geënt op de vernietigingsmissies die Amerikaanse soldaten in Vietnam ondernamen) en ‘Gimme danger’ werd het project een deceptie, omdat Bowie als man achter de schermen een toegankelijk popgevoel voorstond dat de muziek liet smoren in een wollig, platgeproduceerd geluid. Veertien jaar later nam Iggy Pop alsnog zelf de supervisie in handen van een superieure remix van Raw Power, waarbij de snerpende intensiteit van wat The Stooges’ beste album had moeten worden eindelijk naar boven kwam.

Raw Power werd bij verschijning in 1973 toegeschreven aan ‘Iggy And The Stooges’ en leidde in feite de solocarriëre van Iggy Pop in, die wederom onder de hoede van David Bowie tot successen als ‘Lust for life’ en het briljante album The Idiot zou voeren. The Stooges vlamden nog éénmaal op de bootleg-elpee Metallic K.O. met een registratie van hun afscheidoptreden in Detroit, waarbij Iggy een uiterst vunzige vertolking van de toch al niet zachtzinnige garagerockklassieker ‘Louie Louie’ ten beste gaf. De bandleden dropen af naar baantjes op kantoor of in de autosloperij en Iggy Pop maakte naam als de Nurejev van de rock‘n’roll, sierlijk bewegend met een gespierd lijf en wapperende haardos. Het hoesportret dat fotograaf Mick Rock maakte voor Raw Power werd de klassieke Iggy Pop-pose, met ontbloot bovenlijf hangend aan de microfoon en een uitdagende blik in zijn grof met mascara omlijnde ogen.

Iggy Pop, inmiddels 59 jaar oud, liet zich ondanks luchtige pop-uitstapjes als het duet ‘Candy’ met Kate Pierson van The B-52’s niet temmen. Berucht werd zijn wildemansgedrag in de studio bij Avro’s TopPop tijdens het playbacken van ‘Lust for life’, waarbij hij de gehuurde palmboompjes in de vernieling hielp. Maar ook voor een stijlvolle modereportage in driedelig krijtstreepkostuum voor Vogue Italia draait de fanatieke golfer Mr. Osterberg zijn hand niet om. In dat licht was het verrassend, dat Iggy Pop op zijn recente album Skull Ring de hernieuwde samenwerking aanging met The Stooges voor zijn meest lawaaiige nummers sinds jaren. In mei 2003 maakten ze weer broederlijk samen herrie op het Amerikaanse Coachellafestival. Dat beviel kennelijk zo goed dat ze er een tournee aan vastknopen, die hen op 19 augustus naar Lowlands brengt.

Wie zit er eigenlijk

nog te wachten op een reünie van The Stooges? Zijn er al niet genoeg ouwe rockers die de doorstroom van jong bloed tegenhouden, met repertoire dat soms al veertig jaar oud is? Als er één groep uit de sixties-generatie bestaat die zich niet door gezapigheid of voorspelbaarheid laat inkapselen, dan moet het The Stooges zijn. Ontelbare bands van The Sex Pistols tot Mogwai en van Claw Boys Claw tot The White Stripes hebben zich door hen laten beïnvloeden, in de wetenschap dat geestdrift voor geloofwaardige rock‘n’roll belangrijker is dan een virtuoze instrumentbeheersing. Iggy Pop met zijn gelooide kop is een Mick Jagger zonder dollartekens in de ogen, een Johnny Rotten die trouw is gebleven aan de kriebel in zijn kont en een Pete Doherty die zijn sex-drive niet heeft opgeofferd aan de crackpijp. De tijd is minder vriendelijk geweest voor de andere oer-Stooges, broers Ron en Scott Asheton die er met hun honkbalpetten en bierbuiken uit zien als verdwaalde Amerikaanse vrachtwagenchauffeurs op een kinderfeestje. Maar hun muziek is nog altijd oorverdovend hard, rauw als een roestige heggenschaar en jeugdig als een opstandige puber. De wereld is ze nog niet vergeten. Geef ze een halve minuut op het podium, dan weten we wat ze waard zijn.

The Stooges treden op zaterdag 19 augustus 20.45u op het Grolsch-podium