Het kleine gebaar

In Kiek vertellen kunstenaars over hun favoriete foto. Deze week fotograaf Morad Bouchakour (1965).

‘Ik heb deze foto bij mij aan de muur hangen. Elke keer als ik er naar kijk, raakt het me. Ik zie zo veel in deze jongen, terwijl het in feite een kaal portret is. Hij staat daar, zonder gadgets, zonder pistool of mes, zonder drugs, een ellendige woonomgeving is ook niet zichtbaar. In feite weet je helemaal niets en toch voel je dat er een hele geschiedenis achter deze jongen steekt. Je moet je inleven, dat vind ik mooi.

„Dit is mijn favoriete portret uit de serie Imperial Court Housing Project in Watts, Los Angeles. De Nederlandse fotografe Dana Lixenberg maakte deze foto’s in 1993. Ze is ermee doorgebroken in de VS. Wat zij deed was nieuw. In plaats van de bendeleden uit Watts neer te zetten als stereotype vertegenwoordigers van zwart en crimineel Amerika, koos ze voor een andere benadering. Haar fotografie is niet sensationeel. Integendeel. Het is sober. Niets word je opgedrongen. Je ziet dat ze veel respect heeft voor anderen. Ze zet mensen neer als volwaardige persoonlijkheden en laat zien dat ze zijn gevormd door het lot.

„In 1994, toen ik zelf nog fotografie studeerde, las ik in een blad iets over Dana. Ik vond haar werk zo mooi dat ik haar meteen heb gebeld om te vragen of ik stage bij haar mocht lopen. Zij woonde toen al in New York. Het kon niet, ze had al een assistent, maar twee jaar later wel.

„Ik heb veel van Dana geleerd. Dat je zelfvertrouwen moet hebben. En ik hou, net als zij, van de kleine gebaren. Maar ik heb inmiddels wel een eigen manier van fotograferen ontwikkelt. Ik werk snel en probeer zoveel mogelijk onzichtbaar te blijven. Dana werkt juist langzaam. Ze maakt foto’s met een groot toestel: een 4 bij 5 camera op statief. Daardoor kan degene die ze portretteert niet om haar heen. Het gevolg is dat er iets intiems ontstaat tussen haar en de ander. Iets wat de foto een bijzondere kracht geeft.”