Ga toch fulltime werken, twintigers!

Genieten is goed, maar eindtwintigers moeten zich meer dan parttime gaan inspannen voor de economie.

Want als we niet uitkijken, halen China en India ons in.

„Oh, wat verschrikkelijk!” was het antwoord dat ik enige tijd geleden kreeg toen ik een leeftijdsgenoot vertelde over mijn nieuwe vijfdaagse werkweek. En dit was niet de eerste keer dat ik een negatieve reactie ontving over mijn fulltime baan.

Al vaker heb ik moeten aanhoren hoe ontzettend zwaar vijf dagen werken is. Als ik rondkijk in mijn vrienden- en kennissenkring, werkt bijna de helft parttime. Dit kan toeval zijn, maar volgens mij is deze situatie kenmerkend voor het huidige arbeidsethos van mijn generatie; de eindtwintigers.

Vijf dagen werken is geen vanzelfsprekendheid meer, maar eerder een soort last die je op je schouders neemt. Wie fulltime werkt heeft vaak nog de instelling die ik van mijn ouders ken: „Je bent jong dus nu kan het nog”, en „nu is de tijd om geld te verdienen”. Voltijds werken was altijd nodig om je leven financieel zeker te stellen. Mijn generatie, uit de late jaren zeventig, heeft in zijn leven nog weinig hoeven op te bouwen. Alle materiële zaken zijn altijd aanwezig geweest, van wasmachines tot computers en mobiele telefoons. Wij hebben nog nooit echt hard hoeven te werken voor werkelijk broodnodige zaken. Wat je verdiende tijdens een vakantiebaan was voor de meesten bedoeld voor bijvoorbeeld een ‘lang-leve-de-lol’-busvakantie naar Spanje.

Het resultaat van deze welvaart is dat de meeste eindtwintigers zich richten op andere dingen in het leven, zoals voldoende tijd voor ontspanning, of aandacht voor persoonlijke ontwikkeling: onderwerpen die bij andere generaties in deze leeftijdsfase nauwelijks aandacht kregen. Maar parttime werken heeft niet alleen voordelen.

Zo is pensioenopbouw er niet mee gebaat, een gegeven dat met de huidige vergrijzing en afnemende pensioenzekerheid zeker aandacht verdient. Daarnaast zit ook de Nederlandse economie niet te wachten op een grote groep mensen in de beroepsbevolking die zich maar gedeeltelijk inspant. Minder productiviteit heeft immers minder omzet als gevolg. Vanuit een nog breder perspectief heeft de relaxte werkhouding van veel leeftijdsgenoten geen goede gevolgen voor de Nederlandse economie op wereldniveau. Met de opkomst van nieuwe economieën als China en India, samenlevingen met een veel grotere en beter gemotiveerde beroepsbevolking, is de geschetste Nederlandse situatie voor de toekomst verre van ideaal.

De welvaart die onze ouders en grootouders hebben opgebouwd laten wij, eindtwintigers, gewoon door de handen glippen. „Nu is het tijd om te oogsten”, lijkt een groot deel te denken. Dit zou een natuurlijk gevolg kunnen zijn op de welvaart die decennia lang is opgebouwd, vergelijkbaar met de regelmatige golfbeweging in een sinusgrafiek. Maar wie neemt dan het zaaien, oftewel het broodnodig investeren in de Nederlandse economie, weer op zich?

Parttime werken kan worden beschouwd als een vorm van kortetermijndenken, waarbij alleen het eigen belang telt. Toch moet wel degelijk beseft worden dat ook eindtwintigers in de toekomst een beroep zullen gaan doen op gemeenschapsgelden. Hoe kunnen deze parttimers verwachten dat dan voldoende geld in de overheidsknip zal zitten, terwijl zij daaraan zelf weinig bijdragen? Daarbij zijn ouderdomsvoorzieningen inkomensafhankelijk. Als deeltijdwerker is daarvan ook al geen vetpot te verwachten. Kortom, als parttime werken een trend is, valt niet alleen voor de volgende generaties nauwelijks meer iets te halen, ook voor ons eindtwintigers zal de opbrengst mager zijn.

Jessica Egelie (26) is afgestudeerd aan de opleiding Cultuur, Organisatie en Mangement en werkt vijf dagen per week.