Even is het één-nul

Terroristen lijken steeds slimmer te worden in hun pogingen aanslagen te plegen.

Maar gek genoeg – en gelukkig– vallen terroristen vaak in herhaling.

Nitroglycerine in flesjes. Hoewel de exacte details om veiligheidsredenen nog ontbreken, lijkt dat het wapen te zijn geweest in het gisteren opgebroken terroristische complot dat waarschijnlijk tien Amerikaanse verkeersvliegtuigen had moeten vernietigen - inclusief passagiers. Nitroglycerine is een doorzichtige vloeistof die eenvoudig kan doorgaan voor frisdrank. Vandaar ook dat de Britse luchthavenautoriteiten alle handbagage extra in de gaten hielden.

Dat klinkt zeer creatief en vernuftig. En toch leek de vermeende aanslag als twee druppels water op het plan van de moslimterrorist Ramzi Youssef. Die wilde begin 1995 een dozijn Amerikaanse verkeerstoestellen boven de Stille Oceaan opblazen met behulp van dezelfde vloeibare springstof. Youssef voerde zelfs een generale repetitie voor zijn moorddadige voornemen uit. In december 1994 verstopte hij onder een vliegtuigstoel van een toestel van Philippine Airlines een nitroglycerinebom met een tijdsontsteking. Bij een tussenstop stapte Youssef uit, waarna de bom een Japanse zakenman doodde. Youssef werd gepakt en zit voor 240 jaar achter de tralies.

De arrestaties van gisteren en het plan van Ramzi Youssef bevatten zowel goed als slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat als iemand vliegtuigen wíl opblazen, er altijd wel een methode kan worden gevonden. Of het nu te wijten was aan lakse beveiliging of technische impotentie is onduidelijk, maar de nitroglycerine die Youssef gebruikte, deed geen alarmbellen afgaan bij de ‘poortjes’ van Manila Airport. Net zomin als het goedkope Casio-horloge dat hij voor de tijdsontsteking gebruikte.

Het goede nieuws is dat terroristen tegelijkertijd vaak voorspelbaar zijn: in dit geval grepen ze terug op de nitroglycerine, een truc die de inlichtingendiensten intussen waarschijnlijk als „uit de oude doos” beschouwen. En ook het doelwit getuigde niet van originaliteit: verkeersvliegtuigen die van het Verenigd Koninkrijk naar de Verenigde Staten vliegen.

Er zijn meer voorbeelden van een dergelijk gebrek aan terroristische verbeeldingskracht.

Misschien wel het meest in het oog springende geval was de moslimextremist die op 21 juli 2005 een bom in de Londense metro legde. Nadat het explosief was ontploft, vluchtte deze Osman Hussein naar familie in Italië. Hij nam de trein door de Kanaaltunnel, niet begrijpend dat een bom in dat transportmiddel een veel groter economisch en psychologisch effect zou hebben gehad.

De eerste terroristische aanslagen op verkeersvliegtuigen dateren van minstens vijftig jaar terug. De terroristen drongen de cockpit binnen en dwongen de piloten een andere koers te vliegen. In de jaren zestig en zeventig namen gewapende kapingen hand over hand toe, waarop de controle van passagiers serieus ter hand werd genomen. Röntgenapparatuur verscheen op luchthavens om het staal van verstopte wapens te detecteren: beveiligers – terroristen: één – nul.

De logische volgende stap was het gebruik van springstof. Die is niet met röntgenapparaten op te sporen en bovendien is het effect, het neerstorten van het toestel, nog sensationeler dan een eenvoudige kaping. In 1974 had een Amerikaans TWA-toestel boven Griekenland de dubieuze eer om als eerste verkeersvliegtuig ter wereld door een bom in het laadruim neer te storten.

Er volgden er meer, de spectaculairste waarschijnlijk de PanAm-Boeing die in 1988 boven het Schotse dorp Lockerbie slachtoffer werd van een stuk semtex-springstof dat zat verstopt in een Toshiba-cassetterecorder. De ontsteker werkte op luchtdruk: hij knalde op tien kilometer hoogte toen de Boeing in steeds ijlere lucht terecht kwam.

Het antwoord van de beveiligers liet niet op zich wachten. Luchthavens kwamen vol te staan met scanners die de hoge concentratie stikstof die typisch is voor springstof, konden ontdekken. Dankzij de herhalingsdrang van terroristen konden veel bommen in een vroeg stadium worden onderschept.

Naarmate die beveiligingstechniek vorderde, beschikten alleen inlichtingendiensten nog over de expertise om aanslagen met reguliere springstof te plegen. Libische agenten werden veroordeeld voor hun aandeel in ‘Lockerbie’.

Dat de terroristen van 11 september 2001 teruggrepen op simpele wapens, Stanley-messen, was in zekere zin een logische stap. Het antwoord daarop van de beveiligers lag ook voor de hand: alle scherpe voorwerpen, van kurkentrekkers tot nagelscharen, werden uit verkeersvliegtuigen gebannen.

Maar dat was ook een illustratie van de impotentie waartoe de beveiligers zijn gedoemd. Vroeg of laat slipt een bom of een wapen door de almaar kleinere mazen van het net dat ze steeds wijder uitwerpen. Fouten kunnen niet worden uitgesloten. En zoals het gezegde luidt: inlichtingendiensten mogen nooit fouten maken, terwijl terroristen maar eenmaal iets goed hoeven te doen om slachtoffers te maken. Undercoveragenten slagen er ook telkens weer in om wapens en springstoffen aan boord van vliegtuigen te smokkelen.

En om met een pessimistische noot te eindigen: áls vliegtuigen ooit een veilig vervoermiddel zijn geworden, dan zijn er altijd nog treinen, boten en bussen. Of winkelcentra, voetbalwedstrijden en kinderdagverblijven. Overal ter wereld.