Een video-oorlog op de Balkan

Elf jaar oude video-opnamen uit de oorlogen in Kroatië en Bosnië hebben in die landen en Servië tot felle wederzijdse verwijten geleid. Vooral in Bosnië zijn de politieke spanningen tussen leiders van de Serviërs en de moslims opgelopen.

Sinds een week woedt er een ‘video-oorlog’ tussen Servië, Bosnië en Kroatië, die inmiddels vooral in Bosnië de gemoederen verhit. Onderwerp van de strijd: de oorlogsmisdaden die in augustus 1995 tijdens en na de Operatie Storm door Kroaten en Bosnische moslims zijn gepleegd jegens Serviërs in Kroatië en Bosnië.

De video-oorlog begon vrijdagavond, toen de Servische televisiezender B92 een video uitzond die onder andere de executie van een burger door Kroaten toonde. De video zou op 7 en 8 augustus 1995 zijn opgenomen. De executie zou het werk zijn van de Zwarte Mamba-divisie, die deel uitmaakte van het reguliere Kroatische leger, en de Hamza-divisie van het Bosnische regeringsleger, het leger van de Bosnische moslims.

In augustus 1995 maakte het Kroatische leger met Operatie Storm een eind aan de ‘Servische Republiek Krajina’, de ‘republiek’ die de Kroatische Serviërs (en het toenmalige Joegoslavische Volksleger) in 1991 met geweld op Kroatisch grondgebied hadden gevestigd. Bij en na Operatie Storm werden zeker 200.000 Kroatische Serviërs op de vlucht gedreven. De meesten vluchtten via het noorden van Bosnië naar het Servië van Slobodan Milosevic.

Maandagavond volgde een tweede video, die werd uitgezonden op de Servische staatszender RTS. Op die video was volgens de Serviërs te zien hoe generaal Atif Dudakovic, commandant van het Vijfde Legerkorps van het Bosnische leger, het leger van de moslims, opdracht geeft dorpen van de Bosnische Serviërs nabij Bosanski Petrovac, in het westen van Bosnië, in brand te steken. Die video zou dateren van september 1995. In dit deel van West-Bosnië zouden in augustus en september 1995 dertig dorpen van Serviërs in brand zijn gestoken en zouden 870 Bosnisch-Servische burgers en vierhonderd Bosnisch-Servische soldaten zijn gedood.

Woensdag volgden nog twee video's uit dezelfde periode. Ze werden uitgezonden door twee tv-zenders in de Servische Republiek in Bosnië. De ene toont hoe Kroatische soldaten de Una – grensrivier tussen Kroatië en Bosnië – oversteken en de Bosnische Serviërs in Kozarska Dubica aanvallen. Daarbij werden – volgens het Kroatische Helsinki Comité – veertig Servische burgers vermoord. De andere toont volgens de Serviërs de executie, door soldaten van het Vijfde Legerkorps van Dudakovic, van een gevangen soldaat van het leger van de Bosnische Serviërs, wiens lijk vervolgens achter een tractor werd gebonden en door het dorp werd gereden.

Voor Servië vormen de video’s een onweerlegbaar bewijs van oorlogsmisdaden van Kroaten en Bosnische moslims die nooit zijn bestraft – ook al waren ze bekend. Belgrado zegt het Joegoslavië-tribunaal al tien jaar geleden 200.000 documenten over oorlogsmisdaden jegens Serviërs te hebben overhandigd waarmee nooit iets is gedaan. Overigens zit de commandant van de Kroatische Operatie Storm, Ante Gotovina, in Den Haag in afwachting van een proces wegens oorlogsmisdaden tijdens die operatie.

Voor de Kroaten en de Bosniërs ligt de zaak heel anders: voor hen is sprake van een Servische poging de schuld voor oorlogsmisdaden te ‘spreiden’ over de moslims en de Kroaten. De Kroatische president Stipe Mesic zei woensdag dat de Kroatische soldaten die op de eerste video een burger vermoordden, helemaal geen Kroaten waren. Dat zou heel duidelijk te zien zijn. „Dit is een poging, waarschijnlijk bestemd voor het Servische publiek, om de schuld en de misdaden te verdelen”, zo zei Mesic.

Zijn Bosnische collega Sulejman Tihic bereikte dezelfde conclusie: de beschuldigingen aan het adres van Dudakovic en het Bosnische leger „hebben ten doel de agressor en de schurken op één lijn te stellen met de verdedigers van Bosnië”.

Dudakovic zelf stelde deze week dat zijn troepen in 1995 niets verkeerd hebben gedaan – het optreden van het Vijfde Legerkorps was „voorbeeldig” en de Servische campagne is niet meer dan „manipulatie en een media-oorlog”. Hij wees op het feit dat veel van wat op de video wordt gezegd, zo goed als onverstaanbaar is, waardoor helemaal niet duidelijk is dat hij, Dudakovic, opdracht geeft dorpen in brand te steken. Waar de tekst onverstaanbaar is, hebben de Serviërs ondertitels geplaatst. Die ondertitels, aldus Dudakovic, zijn vals.

Voor de justitie is de kous nog lang niet af. In Zagreb kwamen gisteren de procureurs-generaal van Kroatië, Bosnië en Servië samen om te praten wat ze met de video’s aan moeten. En ook voor de Serviërs is de zaak allerminst voorbij. Premier Milorad Dodik en president Dragan Cavic van de Servische Republiek in Bosnië dienden gisteren tegen Dudakovic een aanklacht wegens oorlogsmisdaden in bij zowel de Bosnische als de Kroatische justitie.

Dat werd de inleiding tot een nieuwe, felle woordenstrijd die aantoont hoe moeilijk moslims en Serviërs het in Bosnië elf jaar na de oorlog nog altijd met elkaar hebben. De Bosnische president Tihic zei gisteren naar aanleiding van de aanklacht van Dodik en Cavic dat hun Servische Republiek „niet zal floreren omdat ze is gebouwd op genocide, oorlogsmisdaden en etnische zuivering”. En dat bracht Dodik tot een woedende reactie. Hij noemde Tihic „een „fanaticus die de Servische Republiek demoniseert, maar wiens show vernietigende gevolgen zal hebben voor de toekomst van Bosnië”.