Domweg gelukkig in de gribusflat

Michiel van Kempen: Vluchtwegen. De Geus, 314 blz. €19,90

Al het geroep om meer straatrumoer en engagement in de Nederlandse letteren heeft weinig opgeleverd. Nederlandse schrijvers laten zich nauwelijks door de actualiteit inspireren en misschien is dat maar beter ook. Geëngageerde literatuur in de betekenis van inspelend op ingrijpende gebeurtenissen leidt maar al te vaak tot een platte vorm van sociaal-realisme waarin personages fungeren als etalagepoppen gekleed in ideologische gewaden. Michiel van Kempen, een eminent literatuurwetenschapper die zich ook aan romans en verhalenbundels waagt, is in zijn roman Vluchtwegen niet aan het gevaar van zo’n literaire dress party ontsnapt.

Het boek geeft een beschrijving van de Bijlmermeer van voor de ramp van 1992 toen een vrachtvliegtuig van El Al op de flats Groeneveen en Klein Kruitberg neerstortte. Die gebeurtenis maakte in een flits duidelijk wat er volgens velen toch altijd al mis was in de Bijlmer. De auteur lijkt er naar te streven het idée reçue te ontkrachten dat de problemen in het zo idealistisch ontworpen groene stadsdeel begonnen zijn met het op grote schaal dumpen van Surinamers in de wijk. De oorzaak van de problemen was in de visie van Van Kempen dat onoverbrugbare tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen jarenlang vergeefs zijn gladgestreken door ‘pamperende’ gesubsidieerde overheidsinstellingen.

Wat daarvan zij, met een dergelijke visie heb je nog geen roman. Daar zijn romanfiguren voor nodig, maar de in Vluchtwegen optredende personages zijn niet verder gekomen dan de tekentafel. Zo wordt de naïeve overheidsbemoeienis gepersonifieerd door de uit Groningen afkomstige opbouwwerkster Hella. Zij bewoont een koopwoning in de Bijlmer en is in de gribusflats waar zich later het El Al toestel in boorde, evenzeer een buitenstaander als de uit Moengo afkomstige Surinamer Strijdhaftig, het homopaar Hein en Étienne, de Hongaarse mevrouw Bartha, of de zoontjes van de perfect geïntegreerde alleenstaande Marokkaanse vader Hashim. De enige die zich geen buitenstaander lijkt te voelen is verwarmingsmonteur Bram Swart, omdat hij bewust voor het buitenstaanderschap heeft gekozen. Hij heeft zich afgekeerd van zijn joodse achtergrond en is niet behept met enig vooroordeel jegens wie dan ook, of het moest tegen Israël en de met ‘geestelijke annexatiedrift’ behepte joden zijn.

Als Hella, naar bed gaat met de Marokkaanse Hashim die er vervolgens achter komt dat ze samenwoont met een Nederlandse man en een overspelige relatie heeft met joodse Bram, kan islamitische wraak niet uitblijven. Alle personages gaan zich gedragen overeenkomstig de clichématige vooroordelen jegens de bevolkingsgroepen die zij vertegenwoordigen. De antisemitische en homofobe zoons van Hashim ontwikkelen zich (al vóór 1992) tot moslimfundamentalisten à la Mohammed B.. Om hen niet van zich te vervreemden slacht hun vader op rituele wijze kalveren in zijn flat. Eén van de twee homo’s heeft pedofiele neigingen en dreigt zich te vergrijpen aan Hashims jongste zoon. De Creoolse oplichter Strijdhaftig plukt de sociale dienst, maar geeft wel een hindoestaanse Surinaamse aan omdat ze zou frauderen. Hella, wier promiscuïteit zou voortkomen uit haar kinderloosheid, is de losgeslagen ongelovige hoer en Bram ten slotte bekeert zich na de dood van zijn vader in twee tellen tot vrome jood.

En wat doen joden? Die ruimen de vijanden van Israël op. Als Bram op het punt staat de Bijlmerflat op te blazen waarin volgens hem een anti-Israëlische spionne huist, ziet hij de El Al Boeing die op het punt staat op hem neer te storten, maar in zijn ogen onderweg is naar ‘Erets Jisraël’. Hij sterft met een intens gelukkig gevoel, terug bij zijn wortels. Moraal van het verhaal: zonder ‘roots’ (geloof, vaderland of familie) kan niemand leven.

Michiel van Kempen is een veelzijdig publicist die, blijkens zijn studies van vooral Surinaamse en Antilliaanse literatuur, over grote kennis van ‘vreemde’ culturen beschikt. Die kennis heeft hij in deze karikaturale roman onvoldoende ingezet.