Darwinisme taant in VS

Drie keer zoveel Amerikanen twijfelen aan de evolutietheorie als twintig jaar geleden. Dat blijkt uit gegevens die vandaag zijn gepubliceerd in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Van de Amerikanen vindt nu 40 procent dat de evolutieleer aannemelijk of zeker waar is (was 45). Ook het aantal dat de theorie afwijst daalde, van 48 naar 39 procent. Het percentage twijfelaars verdrievoudigde echter van 7 procent in 1985 naar 21 procent twintig jaar later.

Anno 2005 meent eenderde van de Amerikaanse bevolking dat de evolutietheorie ‘zeker niet waar’ is. In Europa daarentegen schommelt het percentage anti-evolutionisten rond de tien procent. Het verschil moet volgens Jon Miller van Michigan State University, een van de auteurs van het artikel, grotendeels worden verklaard uit de sterke politisering van het onderwerp ‘evolutie’ in de VS.

Miller en twee collega-onderzoekers baseren zich op een analyse van opiniepeilingen onder de bevolking van de Verenigde Staten en negen Europese landen, waaronder Nederland. Zoals te verwachten, bleek religieus fundamentalisme de houding van de ondervraagden ten aanzien van evolutie het sterkst te beïnvloeden. Die correlatie was twee keer zo sterk in de Verenigde Staten als in Europa. Volgens Miller zijn Amerikaanse christenen veel meer dan Europese gelovigen geneigd het scheppingsverhaal in het Bijbelboek Genesis letterlijk te nemen.

De tijd dat wetenschap en technologie werden gezien als onpartijdige brengers van vooruitgang is in Amerika voorbij, concluderen de auteurs. De acceptatie van de evolutietheorie blijkt ook sterk samen te hangen met biologische voorkennis van de geïnterviewden. Met die kennis is het echter treurig gesteld; gemiddeld scoort de bevolking een vier.