Coetzee maakt reclame voor Australië

J.M. Coetzee is uithangbord voor het Australisch burgerschap, in een promotiecampagne van de Australische regering. De gelauwerde Zuid-Afrikaanse schrijver en literatuurwetenschapper nam op 6 maart de Australische nationaliteit aan, tijdens het jaarlijkse schrijversfestival Writers’ Week in Adelaide. Een foto van de ceremonie en delen van zijn speech zijn bij elkaar geplakt tot een paginagrote advertentie, die vorige week in kranten en tijdschriften verscheen.

Het ministerie voor Immigratie en Culturele Aangelegenheden wil dat meer mensen het burgerschap aannemen en uitdragen, aldus een woordvoerder: ,,Australië wil dit jaar 140.000 migranten binnenhalen om het arbeidstekort op te vullen. Met deze campagne willen we laten zien dat het burgerschap de bindende kracht is in dit multiculturele land.’ Ook geboren Australiërs worden uitgenodigd om hun burgerschap te ‘herbevestigen’. Men heeft er in ieder geval een zeer prominent burger bij. Coetzee won in 2003 de Nobelprijs voor de literatuur, zijn werk is vertaald in vijfentwintig talen. Hij woont sinds 2002 in het zuidelijkste deel van Australië. Hij werkt aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Adelaide.

Ook op de website van het ministerie voor Immigratie wordt Coetzee uitgelicht, onder het kopje ‘Persoonlijke verhalen’. Maar hoe is Coetzee gestrikt voor de landelijke reclamecampagne? De schrijver is notoir zwijgzaam en publiciteitsschuw. Bij het ministerie heeft men geen antwoord op die vraag. Volgens de woordvoerder heeft Coetzee in ieder geval zelf gevraagd om tijdens een publieke ceremonie het burgerschap te ontvangen. Dit deed hij niet voor een immigratieambtenaar, zoals gebruikelijk is, maar voor de minister van Immigratie, Amanda Vanstone. Coetzee sprak tijdens de ceremonie over zijn eerste bezoeken aan Australië in de jaren negentig. ,,Ik voelde me aangetrokken door de vrije en gulle inborst van de mensen, door de schoonheid van het land zelf en – toen ik Adelaide voor het eerst zag – door de elegantie van de stad die ik nu tot mijn grote eer mijn thuis mag noemen.’’