The Queen verbaast zichzelf nog het meest

Sprintster Marlene Ottey debuteerde in 1980 op de Olympische Spelen. Op 46-jarige leeftijd presteert ze nog op topniveau. ‘Ik ben tien jaar geleden gestopt met praten over stoppen.’

Op het moment dat de Belgische Kim Gevaert gisteravond in Gotenburg naar haar eerste Europese titel op de 100 meter snelde, verbleef Merlene Ottey al twee uur in haar hotel. Groter kon de generatiekloof tussen de oude en nieuwe generatie niet worden weergegeven.

Toen Ottey debuteerde op de Olympische Spelen van 1980 in Moskou was Gevaert amper twee jaar. Maar of de Belgische nog loopt als ze 46 jaar is, mag sterk worden betwijfeld. Voor Ottey is dat geen vraag meer. Zij liep gisteren op die leeftijd nog in de halve finale van de Europese kampioenschappen, waar ze vijfde werd en strandde omdat alleen voor de beste vier een plaats in de finale was gereserveerd.

Ottey was in haar toptijd een fenomeen, omdat ze acht olympische medailles – waaronder tot haar verdriet niet één gouden – heeft gewonnen en maar liefst veertien keer op het podium stond bij de wereldkampioenschappen, waar ze twee keer de 200 meter won en met de Jamaicaanse ploeg één keer goud pakte op de 4x100 meter. En wat heeft de sprintster, die na een conflict met de Jamaicaanse atletiekbond in 2002 de Sloveense nationaliteit heeft aangenomen, al niet meer gewonnen. De erelijst is indrukwekkend lang.

Haar voormalige Nederlandse trainer Henk Kraaijenhof typeerde Ottey altijd als: The Queen. Een respectvolle kwalificatie voor iemand die al meer dan 25 jaar hardloopt en de enige sporter is die, naast muzikant Bob Marley, op Jamaica met een standbeeld wordt geëerd.

Ottey verbaast zichzelf nog het meest dat ze als 46-jarige nog steeds de competitie op topniveau aangaat. „Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles nam ik mezelf voor bij de daaropvolgende editie afscheid te nemen. Maar ik ben het sprinten tot vandaag leuk blijven vinden. En waarom zou ik er dan mee ophouden? Ik ben tien jaar geleden gestopt met praten over stoppen. Nu bekijk ik het per jaar. Zo lang ik me goed voel en acceptabele tijden loop, ga ik gewoon door. Nee, ik sluit zelfs niet uit dat ik over twee jaar in Peking voor de zevende keer op de Spelen aanwezig ben.”

De vrouw die er voor haar leeftijd patent uitziet en op wier gezicht geen rimpel te zien is, had zich gisteren bijna voor de finale geplaatst. „Over 90 meter had ik het gered”, sprak ze ironisch. „Het scheelde een oogwimper. Maar voor mijn tijd van 11,44 seconden hoef ik me niet te schamen.”

De verklaring voor haar uitstekende conditie op voor een atlete uitzonderlijk hoge leeftijd, ligt volgens Ottey in haar Jamaicaanse afkomst. „Ik heb sterke genen, een sterk immuunsysteem en altijd voor mijn bestaan moeten vechten. Jamaica is een arm land, waar je niets cadeau krijgt.”

Boven alles heeft de sprintster een passie voor lopen ontwikkeld. En naarmate ze ouder wordt, ziet ze het als een uitdaging zo lang mogelijk door te gaan. Maar niet ten koste van alles en niet zodra ze tijden loopt waarmee ze zich bij wedstrijden belachelijk maakt.

Met de jaren is Ottey ook coöperatiever geworden. Waar zij in haar hoogtijdagen de pers nogal eens met enig dédain tegemoet trad, nam ze in Gotenburg alle tijd om vragen te beantwoorden.