Nederland kan gestolen kunst checken

Het bestrijden van kunstdiefstal komt in ons land traag van de grond. Twee aparte systemen moeten er komen. En het Art Loss Register heeft hier nu een vestiging.

Een officieel kantoor is er nog niet, maar sinds kort heeft het Britse bedrijf Art Loss Register (ALR) een vestiging in Nederland. „Gewoon hier in mijn eigen huis, met een computer”, zegt vertegenwoordigster Victorine Stille.

Meer is ook niet nodig om te kunnen kijken in de databank met gestolen kunstvoorwerpen. Naar bijvoorbeeld de 120 foto’s die in 1998 uit een auto in Houston (Texas) werden gestolen, een schilderij van Alfred Sisley dat in Frankrijk werd geroofd door de nazi’s of de schilderijen en zilveren stukken die vorig jaar bij een inbraak verdwenen uit het Westfries Museum. Zo’n 180.000 objecten staan in de databank, die wereldwijd tegen betaling wordt geraadpleegd door veilinghuizen, musea, kunsthandelaren, verzamelaars, kunstbeurzen en verzekeraars van kunst.

De komst van ALR in Nederland staat niet op zichzelf, want ook de Nederlandse overheid is nu bezig met de ontwikkeling van informatiesystemen voor gestolen kunst. Het werd tijd, is een veelgehoorde opmerking in de kunstwereld. Nederland loopt niet voorop bij de bestrijding van kunstroof. Deze krant beschreef vorig jaar bijvoorbeeld hoe Nederlanders in Frankrijk kerken en kastelen leeg haalden en de buit doorverkochten aan gerenommeerde antiekhandelaren en veilinghuizen. De kopers stelden nauwelijks vragen, het openbaar ministerie deed geen onderzoek naar heling.

„In Nederland is nog wel wat zending te bedrijven”, antwoordt Stille op de vraag waarom ALR naast vestigingen in Londen, New York en Keulen nu een kantoor heeft in het kleine Amsterdam. „Bij Nederlandse kunsthandelaren heeft de handel soms de overhand. Er heerst een soort laksheid.”

De gespecialiseerde nationale politie-eenheid voor kunstroof werd begin 2002 opgedoekt, en daarmee de databank voor gestolen kunst. De zeer toegewijde chef Aad de Croix Timmermans ging met pensioen. „Bij zijn vertrek heeft hij het databestand aan ALR overgedragen”, zegt woordvoerder Ed Kraszewski van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). „Dat was overigens geen complete databank.”

Het ministerie van OCW noemt het verdwijnen van de databank nu ‘onwenselijk’. Medy van der Laan, tot voor kort staatssecretaris van Cultuur, heeft zich de binnenlandse en internationale kritiek op de Nederlandse nalatigheid aangetrokken. Zij bezocht de kunstpolitie in Italië – ’s werelds grootste databank met 400.000 objecten – en in Frankrijk, waar ze veel indruk maakte met haar Frans en haar als charmant ervaren verschijning. Eind vorig jaar trok Van der Laan 750.000 euro uit voor de ontwikkeling van een databank met gestolen kunst, die jaarlijks 250.000 euro zal kosten.

Het ministerie heeft nu gekozen voor twee aparte systemen. De Database Incidentenregistratie Cultureel Erfgoed (DICE) alles incidenten vast, ook de ‘lichtere’ waaraan de politie niet te pas komt als lekkages en transportongelukjes. De nog naamloze database voor gestolen goederen is een echt opsporingsregister, waarmee de politie ook internationaal gegevens moet uitwisselen.

Met het incidentenregister wordt nu geëxperimenteerd in Den Haag, Delft en Leiden, waar mensen van musea, archieven, bibliotheken en monumenten via een website meldingen doen. „Het loopt goed. In het najaar wordt het project mogelijk nationaal”, zegt projectleider Jacobijn Kiel van de Koninklijke Bibliotheek. Beveiligingsexpert Ton Cremers van Museum Security is minder enthousiast: „In 1992 bleek uit onderzoek dat musea slechts 30 procent van de incidenten melden. Ik heb de indruk dat dit niet veel is veranderd.” Kiel erkent: „Musea zijn terughoudend met melden..” Omdat ze niet te kijk willen staan en om de buitenwereld de gaten in hun verdediging niet te tonen.

Een voorbeeld dat Cremers graag aanhaalt is dat van een mobiele telefoon die gestolen werd uit een restauratieatelier: „De museumdirecteur weigerde te melden, omdat het niet ging om een stuk uit de collectie. Maar als je een telefoon kunt stelen, kun je dat ook doen met een restauratieobject.” Klopt zegt Kiel: „Daarom registreren we dat nu toch, als bijna-incident .”

DICE moet trends tonen, zodat beveiligingsmaatregelen genomen kunnen worden. Dat doel wordt ondergraven door de terughoudendheid bij het melden. Daar komt bij dat de musea de gedane meldingen niet zomaar vrijgeven voor bewerking. „Stel, we zien dat er veel Friese staartklokken worden gestolen. Dan kan niet meteen een rapport geschreven worden met de bevindingen”, zegt Kiel. Voer voor de evaluatie dit najaar.

Tegen die tijd heeft ook de politiedatabank mogelijk meer vorm gekregen bij de KLPD. „We zoeken nog naar het meest geschikte registratiesysteem”, zegt woordvoerder Kraszewski. De KLPD onderzoekt nu naar het Franse systeem, Treima. Voor het einde van dit jaar moet de databank klaar zijn. Dan kan ook worden begonnen met het koppelen van de beide databanken.

De kunsthandelaren zijn vooralsnog zijn aangewezen op een particuliere aanbieder als Art Loss Register. Sinds enige jaren controleert ALR het aanbod op kunstbeurzen als Tefaf, Pan en Art Fair. „We hebben gemerkt dat daardoor de koudwatervrees bij handelaren is verminderd”, zegt Stille.

Cremers betwijfelt of de Nederlandse kunsthandelaar het geld er voor over heeft: „Het is een paar honderd euro per jaar.” Stille is hoopvol: „Met het register kan een handelaar tonen dat hij zijn best heeft gedaan om de herkomst van kunstvoorwerpen te achterhalen.” Dat levert ook wat op op, zegt Stille: „Met ons register heeft een handelaar onlangs enkele stukken die hem werden aangeboden herkend als afkomstig uit het Westfries museum. Dat biedt een aanknopingspunt voor de opsporing.”