Geef ons een regelvrij eiland zoals in Dubai

In Azië stikt het van de booming steden, waarom lukt dat in Nederland niet?

We moeten af van regeltjes die ondernemers belemmeren

Wat zijn de meest bruisende steden ter wereld waar de jonge talenten van nu heen zouden willen trekken: Londen? New York? Parijs?

Hongkong hoor je veel, Shanghai. En Dubai, een stad met wereldwijd tientallen fan-websites, ook in Nederland (google eens op ‘Dubai’).

Deze groeimetropool aan de Perzische Golf strijdt met Shanghai om de titel ‘grootste bouwput ter wereld’. Naar schatting een kwart van alle beschikbare bouwkranen ter wereld zijn daar neergezet. Superlatieven schieten tekort om te beschrijven wat Dubai uit de grond stampt: het grootste kunstmatige eiland ooit door mensen gebouwd (The World Islands), het grootste vliegveld ter wereld – dat nota bene de doelstelling meekrijgt de transferfunctie van Schiphol in het verkeer tussen Azië en Amerika over te nemen, de hoogste wolkenkrabber ter wereld (van 800 meter hoog).

Dubai is dé boomtown op de planeet, geschapen op basis van een regelvrije enclave waar ondernemerschap de vrije teugels krijgt. Vijftien tot twintig procent economische groei is er al jaren normaal, net als in vergelijkbare zones als Shenzen (Hongkong), Mumbai en Singapore. De vraag is: waarom kunnen wij dat niet?

Zo’n regelvrije zone betekent vooral dat regels die ondernemerschap belemmeren zijn afgeschaft. Niet zomaar een paar regeltjes, nee: geen belastingen, geen vergunningen, arbo-voorschriften, bestemmingsplannen, geen minimumlonen en verplichte cao’s of ontslagbeperkingen, geen zware toezichtregels voor vennootschappen die kapitaal aantrekken. Is Dubai verworden tot een wilde westen waar arbeiders worden uitgebuit en woekering heerst? Niets van dat alles: nergens ter wereld worden arme immigranten uit Afrika en Azië, die er met tienduizenden tegelijk heentrekken, zo snel rijk.

Dit soort steden maakt jaloers. Tegenover hun welvaartsexplosie staat ons magere perspectief voor de komende tien jaar van hooguit twee procent economische groei per jaar. Nederland zit vast. De autochtone bevolking groeit niet meer, de immigranten die we ontvangen krijgen geen kansen en verzanden in inactiviteit en isolement. „Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”, dichtte Willem Elsschot. Maar de mensen die in Azië de meest dynamische steden ter wereld bouwen denken daar anders over.

Peil de reacties hier en je ziet bij velen, politici, ondernemers en lokale bestuurders de ogen oplichten. Soms hoor je de verzuchting: „Dat zou mogelijk moeten zijn.” Of dat alleen nog dit soort radicale ideeën het vastgelopen Nederland los kan trekken.

Hoe schril steken daar de reacties bij af van hen die zich progressief noemen. De vakcentrale FNV wil er niet over praten en laat alleen weten dat in Nederland nooit geëxperimenteerd zal worden. Het tekent de behoudendheid van de vakbeweging in Nederland. Zij verdedigt nog slechts uit lijfsbehoud de belangen van een beperkte groep blanke oudere mannen. Een angstige CDA-staatssecretaris Karien van Gennip (Economische Zaken) houdt tegen beter weten in vol dat het allemaal best goed gaat en dat we aan het overlegmodel niks moeten willen veranderen.

Het product Nederland bevindt zich in de neergang van zijn levenscyclus. De retoriek van het poldermodel en het holle gehamer op solidariteit en collectieve verantwoordelijkheid hebben ons doen vastlopen. Van het nijvere Nederland, waar individuen vooral hard wilden werken en niet gebiologeerd bezig waren met rechten op vrije dagen en uitkeringen, is niet veel meer over.

Nostalgie? Niet als we kijken naar die boomtowns in Azië die het stokje van de dynamiek, de groei en het bruisende leven van ons hebben overgenomen. Daar worden de Wirtschaftswunders van de 21ste eeuw gebouwd. Terwijl Europa worstelt met zijn ambities om de meest dynamische economie te worden, is de Lissabon-agenda, waarin die ambitie voor 2010 was vastgelegd, al weer met het nodige defaitisme terzijde geschoven. Geef elke lidstaat zo’n enclave en ze wordt gehaald.

Regelvrije boomtowns hebben een enorme uitstraling op het omliggende deel van de samenleving. Het kan hier best, op Europese wijze. Zonder dat meteen de uitbuiting van de 19de eeuw terugkeert. Onze tradities van democratie en respect voor de integriteit van het individu kunnen we in de enclave ook handhaven. En niemand hoeft verplicht te gaan wonen in zo’n groeistad.

Let op de tegenargumenten uit progressieve hoek. Altijd komt het kansloze slachtoffer dat zijn been breekt om de hoek kijken. Alsof we de mensen die het echt nodig hebben zullen laten stikken. Maar het kerngezonde Nederland telt geen miljoenen volwassenen die invalide thuis zitten. Wel miljoenen die eigenlijk zelf iets zouden willen doen, bouwen en ondernemen. Laten we die nu eens eindelijk een kans geven, zonder alles meteen af te breken, en laten we die stad gaan bouwen.

Mike Ackermans is oud-hoofdredacteur van het weekblad FEM Business. Hij schreef daarin eerder een artikel over dit onderwerp.