Een zoon van het kamp

De moeder van regisseur Piet Oomes zat in een Jappenkamp. Zijn film over haar jeugd werd een portret over hun moeizame relatie.

Eerst zien we „Clemens, mijn zoon”: een close-up van een pianospelend jongetje van een jaar of zeven.

Vervolgens zien we „Ank, mijn moeder”: een meisje in een wit jurkje. Omringd door bedienden dartelt ze door een amateurfilmpje, in Indonesië toen dat nog ‘ons Indië’ was en het woord ‘Jappenkamp’ zonder betekenis.

Dan is Kinderjaren een minuut of vier oud. In hedendaags Indonesië ontmoeten we de ‘ik’ van de film. Het is de regisseur zelf, Piet Oomes. In een tropisch warme serre vertelt hij. Over zijn moeder. Over zichzelf als vader. Over zichzelf als zoon. En hij barst in snikken uit.

Het is een machtige scène, gewaagd maar geslaagd. En hij was niet de bedoeling, vertelt Piet Oomes (1965). „Mijn opzet gold een film over de problemen van de kinderen van Jappenkampslachtoffers. Ik ging hem maken met mijn moeder en haar zuster die als kind in kampen op Sumatra hebben gezeten, en met hun dochters: mijn zus en mijn nicht. ‘De meisjes Otten’ zou hij heten. Ik hield mezelf buiten schot.”

Op aandringen van cameravrouw Claire Pijman werd er na aankomst in Djokjakarta al direct gedraaid, ‘voor de zekerheid’. Zij filmde Oomes, vroeg hem zijn project uit te leggen. En: „Daar zat ik huilend voor de camera. Het veranderde alles. Dankzij Claire begreep ik dat ik geen film moest maken, maar een reis.” Had zijn moeder weet van Oomes’ tranen? „Nee”, zegt hij. „En toen ze de film zag, bekeek ze de scène onbewogen. Ze reageert niet op zoiets. Zo is ze.”

Cameravrouw Pijman (1965), zelf een kind van Indische Nederlanders en bekend met schaamte en zwijgen over het Jappenkamp, had „een soort onderverhaal” bij Oomes bespeurd.

„Hij schoof het steeds af op anderen maar zijn verhaal ging over een jeugd waar hij zelf mee zat. Hij was zowel regisseur als onderwerp van de film en dat wist hij best, maar in die serre kwam het er pas uit. Ik bied regisseurs altijd opties om dieper te spitten. Dat hoort bij de taken van de camerapersoon.”

Even voor vertrek legde Pijman de begroeting vast van Oomes en zijn moeder op Schiphol: twee onhandige mensen zien naar elkaar uit. Als ze elkaar hebben gevonden, weten ze niet waar ze moeten kijken. Pijman: „Piet beschouwt zijn moeder uit één perspectief: het zijne. Ik zag als buitenstaander een moeder die druk bezig is om van haar zoon te houden, maar het lukt haar gewoon niet. Ik zag ook Piet onuitstaanbaar zijn en tegelijk zo vreselijk zijn best doen. Dat is schrijnend, maar ik vind het ook heel mooi.”

Kinderjaren werd een reis met een dubbele agenda, zie de ondertitel van de film: Zoektocht naar een verloren jeugd op Sumatra. Oomes reist met zijn moeder en zijn tante naar de restanten van de kampen waar ze als meisjes van negen en zeven opgesloten zaten. Hij maakt tegelijk de reis van een zoon die van zijn moeder wil horen waarom ze hem zo hardvochtig en afstandelijk grootbracht dat hij nu moeite heeft met het contact met zijn eigen kinderen.

Oomes’ tocht met de beide vrouwen voerde hen ook langs hun herinneringen. Schutterig laten de vrouwen af en toe het besef toe dat hun jeugd hard is geweest; aangrijpend is het af en toe opflakkerende oude zeer van de twee zusjes. Consequenties wat de nasleep betreft trekken ze niet. Daarover kibbelen Oomes en zijn moeder langs ingesleten sporen. „Ik peil mijn leven lang al de stemming van mijn moeder. Ik ben daarin getraind, ik weet: als ze in de verdediging gaat kom je er niet meer doorheen.” Tot op de plek waar het derde kamp was, een bloedheet bos vol muggen. Daar laat de moeder even haar schild zakken.

Voor het eerst doet ze een poging om te analyseren hoe ze haar kinderen heeft grootgebracht en waarom. Moeder en zoon raken elkaar aan. Oomes: „Zonder deze film had ik die omhelzing niet gekregen”.

Hij speelde hoog spel, vind ik, hij had ook bot kunnen vangen. Vindt hij niet: „Ik ben nooit bang geweest dat er niets zou gebeuren. Het was de logische uitkomst van onze tocht, we waren wankel geworden, zij was ook gesloopt. In de slotscène, aan de haven, heeft ze haar verdediging weer opgetrokken. Ik wil het er niet meer over hebben, zegt ze. Maar in dat bos deed ze haar best voor me.”

Kinderjaren – Zoektocht naar een verloren jeugd op Sumatra. Vanavond op Nederland 1 van 22.55 tot 23.45 uur.