Een vorstelijke rijervaring

Als je voor het eerst met de Twist, een scootmobiel voor twee personen, wegrijdt is dat een vorstelijke ervaring: je zit op een rijdend tweepersoonsbankje, vrij in de buitenlucht.

Voordeel van de kersenrode Twist, waarvan er circa 120 rondrijden in Nederland, is dat ouderen en (visueel) gehandicapten met familielid, partner of vrijwilliger – zonder hem zelf te kunnen besturen – buitenshuis op pad kunnen, de natuur in.

Bij een eerdere test met een gewone scootmobiel viel op hoe hard hij ging, zo’n 15 kilometer per uur; een sensatie, doordat je onbeschermd op een stoel rondrijdt. Maar de Twist gaat maximaal 10 kilometer. Dat scheelt aanmerkelijk. Hierbij daalt eerder een gevoel van relaxte onthaasting over de gebruiker.

Na enig oefenen is het rijden snel onder de knie. Je geeft gas met een duimhendel direct rechtsonder het stuur (achteruitrijden: linker duimknop). Bovenop de verstelbare stuurkolom zitten de accumeter en snelheidsbegrenzer, een traploze draaiknop die handig is in winkelcentra. Slecht zichtbaar onder de stuurkolom zit een knopje voor de oranje knipperlichten (met hoog piepend signaal, eveneens bij achteruitrijden). De duoscoot heeft tevens voor- en achterverlichting. Aan de buitenzijde zitten opklapbare armleuningen en de duopassagier kan een handgreep voor zich neerklappen voor houvast bij remmen en bochten.

Als we wegrijden, neem ik eerst het stuur. We rijden licht zoemend het industrieterrein uit. De vering heeft geen problemen met ongelijkheden en putjes. De eerste hindernis – een viaduct – blijkt geen probleem. De scoot rijdt iets langzamer, maar neemt de helling met gemak. Onderweg merk je dat je, in tegenstelling tot een auto waarbij je in een ‘cabine’ zit, geen referentiekader hebt (geen zichtbare voor- en zijkant). Hierdoor moet je alert zijn dat je rechts breder bent dan je verwacht en oppassen geen stoeprandje te pakken met het rechterwiel.

Onderweg kijken mensen verbaasd of blij verrast naar de duoscoot met twee heren. Auto’s laten ons bij kruisingen voorgaan. Mijn duopassagier merkt op: „Als je in een gewone scootmobiel rijdt, proberen ze eerder de vouwen uit je broek te rijden.”

Vervolgens rijden we naar bouwmarkt Karwei om te kijken of de Twist naar binnen mag en kan. We worden vriendelijk begroet door een personeelslid: „Ik heb zoiets nog nooit gezien, wat een mooi ding”, en mogen het uitproberen. Bij het klappoortje blijven we aanvankelijk met de rechterarmleuning steken. Eenmaal binnen blijken de paden op zich breed genoeg, maar we slalommen om producten op pallets met afgeprijsd gereedschap.

Een bezoek aan Karwei wordt zo een spannend avontuur. Sommige voorwerpen kunnen we zittend opzijschuiven, bij andere paden lukt dat niet. Nu blijkt het grote voordeel van achteruit kunnen rijden. De draaicirkel is groot, maar de Twist is goed manoeuvreerbaar, ook in kleine ruimtes. Als we de winkel willen uitrijden, doemt echter een probleem op: bij de kassa’s zijn de doorgangen te smal. „U kunt wel bij de ingang naar buiten gaan”, zegt een toeschietelijk personeelslid.

Bij supermarkt Konmar komen we niet verder dan het toegangspoortje. Als we door een zijruimte met specialshops rijden, botsen we bijna op een monoscoot.

Met de Twist mag je op voet- en fietspaden en de openbare weg rijden. Maar er wordt nu soms al geklaagd over de traag rijdende stoelen (of in sommige winkelcentra juist over te snel rijdende). Op de meeste fietspaden valt het echter verrassend mee en kan iedereen passeren. Maar als we op een weg met vrachtverkeer rijden, voelt het niet veilig aan (een achteruitkijkspiegel ontbreekt). Hoewel een trucker ons vriendelijk toeterend begroet, duik ik toch maar de eerste parkeerhaven in als achter ons een gigantische vrachtwagen moet inhouden.

Lex Veldhoen