Een liedje over wodka

Vandaag is het feestnummer ‘Toppertje’ op nummer 1 in de Top 40 beland. Maar is het nummer niet gewoon een parodie? En zijn de makers wel echt de makers?

Zijn ze echt? Is het een parodie? Sinds vandaag staat het feestnummer Toppertje op nummer één in de Top 40 en op de redactie van NRC Handelsblad woedt de discussie of de makers van het liedje, ‘Tropical Danny en Guillermo’ nu werkelijk de feestende Amsterdamse volksjongens zijn die ze doen voorkomen. Het liedje is gebaseerd op een merk drank, ‘Toppertje’: dat is een rode ‘vodka energy shooter’ die uit een klein flesje in één teug achterover wordt geslagen. Het is de favoriete uitgaansneut van het duo, naast de breezer met ananassmaak. Maar wie maakt daar nu een lied over? Zijn het niet studenten die in een dronken bui dit nummer schreven? Zijn ze niet als campy act bedacht door een slimme platenmaatschappij?

Dus spraken we af met het duo in het Jordanese café De Kat in de Wijngaert. Meteen al uiterst verdacht, want dit is helemaal geen roodverlichte kroeg waar op de bar wordt gekaraoked met een breezer in de hand: het is de vaste hangplek van onder andere filmregisseur Eddy Terstall en iedereen die graag door hem ontdekt wil worden. „Onzin”, zegt Guillermo Wiedeman (22), de drijvende kracht achter het Toppertje-lied, „Danny en ik komen hier zo vaak; ze hebben de beste tosti’s van de stad.”

Guillermo vertelt dat hij veel bezig is met muziek. Hij houdt van het Amsterdamse levenslied, van feestnummers „om uit je dak te gaan”. Thuis heeft hij nog vijftig andere zelfgecomponeerde liedjes op zijn computer staan. Het nummer Toppertje liet hij horen aan een buurman, die weer iemand kende bij de lokale tv-zender AT5. Deze vroeg hem of hij wilde optreden op Koninginnedag. Guillermo vroeg zijn stapmaatje Danny om mee te doen en samen zongen ze het nummer voor de camera. „Heel Amsterdam heeft dat filmpje gezien, het ging als een lopend vuurtje over internet.” De AT5-kennis adviseerde Guillermo om contact op te nemen met producent Tjeerd Oosterhuis, die het nummer met de jongens samen opnieuw heeft opgenomen in zijn studio en vervolgens verkocht aan de grote platenmaatschappij Universal. Na een stunt van deejay Giel Beelen – hij draaide het nummer twee uur lang non-stop op Radio 3 – waren de eerste tweeduizend singles in een mum van tijd uitverkocht. Tot eind augustus staan nog optredens van Wehl tot Vlodrop op het programma.

Compagnon Danny de Boer (20) schuift inmiddels ook aan – hij moest even gel kopen, voor de foto. Danny draagt een blouse met palmbomendessin, Guillermo beschermt zijn ogen met een donkere zonnebril en draagt een glanzend bordeauxrood shirt met gouden schakelketting. Nee, die outfits zijn niet bedacht, zegt Danny: „Ik houd van dat tropische, op mijn ouwe kamer had ik behang van een ondergaande zon. Iedereen noemde me Tropische Danny. En hij”, knikkend naar Guillermo, „houdt ervan om zich wat chiquer te kleden.” Danny vist een felblauwe short met print van gele meloenen uit zijn rugzak. „Gekocht in Thailand”, vertelt Danny. „Die draag ik vanavond tijdens ons optreden.”

Manager Kostijn Egberts begrijpt niks van de opkomende achterdocht in de media. „Een parodie zou toch veel scherper zijn”, lacht hij. En studenten zijn de jongens al helemaal niet. Guillermo werkt achter de bar in Paradiso, en Danny werkt in een restaurantje. Ja, Danny was vroeger glazenophaler in hiphopclub Bitterzoet, waar De Jeugd Van Tegenwoordig werd ontdekt. En inderdaad, hij is zelf manager van De Jeugd. Maar Guillermo heeft Egberts benaderd om manager te worden omdat hij hem via familiebanden kende.

Danny denkt dat het ongeloof ook te maken heeft met hun leeftijd: „We zijn jongens van twintig, die zie je niet vaak in de studio.” De kritiek „zó plat kun je niet écht zijn” begrijpen de jongens niet. Danny: „Loop maar effe mee naar de kroeg hier om de hoek, dát zijn pas platte mensen.” Danny komt uit Amsterdam-Noord, Guillermo uit de Jordaan. „Bij ons praten mensen nu eenmaal zo, daar groei je mee op.”

„Mensen in de grachtengordel, zoals journalisten, denken het liefst in hokjes”, zegt Egberts. „Ze vinden dat liefde voor het levenslied niet samengaat met werken in hippe clubs. Maar jongens als Guillermo en Danny bestaan óók: natuurlijk zit de Jordaan inmiddels vol yuppen, maar nog steeds wonen daar de echte Jordanezen. Ook al werken ze misschien in trendy discotheken. Gelukkig maar.”