De geboorte van de IRA

Met The Wind That Shakes The Barley won Ken Loach in Cannes de Gouden Palm.

Soms is de film roerend en huiveringwekkend tegelijk.

Bij een interview tijdens het filmfestival van Cannes, mei dit jaar, vroeg ik Ken Loach of hij de lieflijkheid van Ierland bewust had gecontrasteerd met de oorlog. Er waren een paar shots waarin de gewapende mannen, Ieren en Britten, over een met bloemen bezaaide heuvel kwamen aanwandelen voor ze elkaar verrot gingen schieten. Loach keek uitdrukkingsloos door zijn uilenbril. „Nee. Het ís daar gewoon zo mooi.”

Het was ongetwijfeld een domme vraag en het antwoord is typerend voor Ken Loach. Hij concentreert zich op het verhaal dat hij wil vertellen wil en filmt verder zonder opsmuk of poespas. Er is wel symboliek in zijn films, maar die komt altijd meer van de mensen dan van de natuur.

Ken Loach won dit jaar de Gouden Palm in Cannes. Dat was een verrassende, maar niet omstreden beslissing. The Wind That Shakes The Barley is een mooie film. Het is hooguit een beetje een ‘gewoon’ mooie film. Geen opsmuk, geen poespas. Geen verrassingen. Loach vertelt het verhaal van twee broers die aan het begin van de twintigste eeuw hardhandig worden geconfronteerd met de Engelse overheersing van Ierland. Teddy is de rouwdouwer, Damien de studiebol, die denkt dat ontwikkeling hem (en Ierland) kan helpen zich te ontplooien.

De Ieren oefenen met hun kolfstokken in de heuvels. De Engelsen rijden rond in goedmoedige vrachtauto’s met koplampen als paardenogen. Is het wel zo ernstig, deze vrijheidsstrijd? Jazeker, daarover geen misverstand. Eer de film een kwartier aan de gang is, heb je als kijker al een paar keer je nagels in je vlees gepriemd. Een Iers boerderijtje wordt te grazen genomen door de Engelsen. Eerst denk je nog dat de besnorde officier uit O Moeder wat is het heet komt, maar het lachen vergaat je snel. In de schuur wordt een jongen doodgeslagen, omdat hij zijn naam alleen op z’n Iers kan uitspreken. Mooie martelaar is dat, zegt Damien. Maar redeneren helpt niet meer. Vechten moeten de Ieren en dat doen ze dus, Damien (Cillian Murphy) en Teddy (Padraic Delaney) voorop.

The Wind That Shakes The Barley is veel vergeleken met Land and Freedom, Loachs visie op de Spaanse Burgeroorlog. In beide films toont hij, met veel sympathie voor een groot ideaal, ook de uitwassen die zich voordoen bij de verwezenlijking ervan. Teddy en Damien moeten voor een vrij Ierland over lijken gaan, en niet alleen over Britse lijken. De scène waarin een ‘verrader’ wordt geëxecuteerd is huiveringwekkend, roerend en gekmakend tegelijk. Daar is Loach op zijn best. Kleine momenten van ontroering schetst hij subtieler dan het botsen van grote idealen.

In een paar scènes discussiëren de Ieren massaal over de politiek die na de eventuele onafhankelijkheid moet worden gevolgd. Loachs sympathie ligt duidelijk bij de mensen die in Ierland een sociaal rechtvaardige maatschappij willen opbouwen en niet bij de vechtjassen, die zaken doen met woekeraars en zwarthandelaren.

Loach heeft samen met scenarioschrijver Paul Laverty heel veel informatie in dit soort scènes gepropt. Hun personages moeten af en toe historische gebeurtenissen wel erg expliciet navertellen voor de moderne kijkers. Dat zagen we al in Land and Freedom. Die film leed daar onder. Deze weet vaart te houden en een zekere elegantie.

In 1921 krijgen de Ieren Home Rule, maar onder Brits toezicht en met gehoorzaamheid aan Hare Majesteit. De geschiedenis en de cynische Britse machtspolitiek drijft de Ieren daarna uiteen. Zelfs de broers eindigen ieder aan één kant van het politieke spectrum. Dan krijgt de opmerking van Damien halverwege de film een wrange bijsmaak: „Ik hoop maar dat dit Ierland waar we voor vechten alle moeite waard is.”

The Wind That Shakes The Barley. Regie: Ken Loach. Met: Cillian Murphy, Padraic Delaney, Liam Cunningham, Orla Fitzgerald. In: 12 bioscopen.

Morgen in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad: Stephen Howe plaatst de film in een historisch kader.