Boulevard-theater is beklemmend

Theaterfestival Boulevard, t/m 13/8 in Den Bosch. Gezien 9/8. 1. Bestaansaarde door Compagnie Dakar. 2. Woyzeck door De Wetten van Kepler. Info: www.festivalboulevard.nl en 0900-33727233.

Naar een ‘geheime locatie’ gaat de trip per bus. Dat klinkt exotisch, maar de bestemming blijkt alledaagser dan alledaags: een rijtjeshuis, ergens in Den Bosch.

Het Bossche theaterfestival Boulevard brengt premières op onverwachte plekken en voor de voorstelling Bestaansaarde van Compagnie Dakar mogen we op een tribune in de achtertuin gaan zitten. Van daaruit kijken we recht de doorzonwoning binnen. Een vrouw doet er haar vertrouwde dingen. Maar ineens morrelt er iemand aan het hek. Regisseur Guido Kleene bouwt slinks de spanning op. Hij gebruikt de tactiek van de vertraging en toont eerst alleen een hand. Dan pas volgt de rest: een man, een indringer.

Haast zonder woorden registreert Compagnie Dakar een compleet scala aan inadequate reacties op geweld. De vrouw probeert de indringer eerste te negeren, dan te pacificeren en te paaien. Pas als hij allang versterking heeft gekregen, volgt geschreeuwd protest.

Maar Bestaansaarde valt ook heel anders te duiden. En wel als een verhaal over immigratie. Over nieuwkomers die zich rücksichtslos de welvaart van de hulpeloze oudingezetenen toeëigenen – en Kleene kiest geen partij.

Wie uit is op luchtig amusement komt bij festival Boulevard ondanks de frivole naam maar matig aan z’n trekken. Het gros van de voorstellingen heeft een serieuze ondertoon en De Wetten van Kepler gaan radicaal de diepte in. Letterlijk en figuurlijk. Hun Woyzeck speelt zich af in een naargeestige bunker. Of, preciezer, in de betonnen schietgang van een voormalige kruitfabriek. De militaire aard van het complex past perfect bij de sfeer van het stuk. Auteur Georg Büchner zette zijn personages neer in een door oorlogen bedreigde stad, een stad met voor haar poorten een grimmig legerkamp.

Woyzeck is soldaat en om wat bij te verdienen onderwerpt hij zich tevens aan een medisch experiment. Braaf draagt hij het geld af aan zijn lief Marie. Maar die vrijt met een sergeant. En hoe verder zij gaat in haar bedrog, des te akeliger worden Woyzecks visioenen.

In de stad van de apocalyptische schilder Hieronymus Bosch bestoken De Wetten van Kepler ons met beelden die niet voor Bosch doeken onderdoen. Woyzeck ziet overal vuur en zijn Marie verandert in de hoer van Babylon, want een stevige apocalyps kan niet zonder bijbelse connotaties.

Regisseur Piet Arfeuille brengt het onheil vooral met behulp van de taal naderbij. Zijn geactualiseerde versie van het bijna tweehonderd jaar oude drama klinkt even poëtisch als dwingend. Goed dat het decor daarbij leeg is gehouden. Aan het eind van de doodlopende gang ligt alleen een berg zand en daar, of op de harde vloer ervóór, voeren de spelers hun gevecht. Tegen de schrikbeelden van hun tijd en tegen de demonen in zichzelf. Bij Arfeuille is niet alleen Woyzeck ziek. Ook de anderen lijden aan psychische kwalen en de martelingen waaraan zij Woyzeck blootstellen doen denken aan foto’s uit de gevangenis van Abu Ghraib.

Gerrit Dragt als Franz Woyzeck en Ini Massez als Marie spelen alsof hun leven ervan afhangt. En als je dan weer op het festivalterrein staat met zijn vrolijke lichtjes onder de torens van de Sint Jan, dan werkt de beklemming dóór.