Belgische Gevaert overwint twijfel op sprint

Kim Gevaert is de eerste Belgische vrouw die Europees sprintkampioen is geworden. Een bijzondere prestatie van een atlete die geleidelijk steeds beter is geworden.

Henk Stouwdam

Uitgerekend de sprintster uit het land met een langeafstandstraditie wint bij de Europese kampioenschappen in Gotenburg de 100 meter. De Belgische Kim Gevaert (28) maakte gisteravond in het Ullevi Stadion haar favorietenrol dubbel en dwars waar door de finale afgetekend te winnen in 11,06 seconden, de op één na snelste tijd die ze ooit liep. Het was haar eerste Europese titel outdoor, vijfendertig jaar nadat Karel Lismont in Helsinki op de marathon als laatste Belg kampioen werd.

Gevaert was na afloop van de race vanzelfsprekend dolgelukkig, maar vooral opgelucht. Ze zou in Gotenburg wel even winnen, was de algemene opinie. Maar die ‘zekerheid’ had haar in aanloop naar de EK knap zenuwachtig gemaakt, vertelde ze gewikkeld in een enorme Belgische vlag. „Het was misschien niet aan me te zien, maar ik was bepaald niet gerust op een goede afloop. En de twijfel nam toe nadat ik voor mijn gevoel slecht had gelopen in de halve finale. Vooral de start leek nergens op, die moest beter. En gelukkig had ik in de finale een perfecte start. Vervolgens liep ik in een roes; die laatste meters waren een zwart gat, ik zag niets meer. Ik wist ook niet dat mijn voorsprong vrij groot was. Misschien is het wel de meest perfecte race die ik ooit heb gelopen.”

Gelet op haar ontwikkeling als sprintster is de Europese titel een logische ontwikkeling in de carrière van Gevaert. Ze werd tweemaal Europees kampioen indoor op de 60 meter (Wenen 2002 en Madrid 2005), won op de EK van 2002 in München zilver op zowel de 100 als 200 meter en vijf maanden geleden brons op de 60 meter bij de WK indoor in Moskou. En bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene werd ze zesde op de 200 meter. Alleen op de wereldkampioenschappen wilde het niet vlotten. Gevaert haalde alleen vorig jaar in Helsinki een finaleplaats van de 200 meter; op de honderd meter liep ze de halve finale onder stormachtige omstandigheden en werd ze voor haar gevoel van de baan geblazen.

Gevaert heeft alle stadia in de ontwikkeling van een sprintster doorlopen. Ze is met het stijgen der jaren steeds beter geworden. En meer ervaren natuurlijk. De Belgische weet wat er allemaal voor komt kijken om een goede sprintster te zijn. En ze voelt dat ze de leeftijd heeft bereikt om te oogsten, zeker op een EK dat eens in de vier jaar wordt gehouden. En dat besef was sterk aanwezig. „Ik ben achtentwintig jaar en heb geen eeuwigheid meer de tijd. Het was nu of nooit om Europees kampioen te worden.”

De omstandigheden waren gisteravond in het voordeel van Gevaert, omdat zij houdt van warmte. In een interview voor de website ‘Vlamingen in de Wereld’ zei ze daar ooit over: „Op een zonnige dag voel ik me driemaal beter, vooral als er ook nog sprake is van een zachte rugwind. Voor mij zijn dat omstandigheden waarin ik boven mezelf uitstijg. Dan voel ik mijn benen niet. Een geweldig gevoel is dat. Daarom zijn indoorwedstrijden altijd een verademing. Steeds dezelfde omstandigheden en weinig stress.”

Gevaert werd gisteravond in Gotenburg op haar wenken bediend. Bij een behaaglijke temperatuur van bijna twintig graden en een rugwind van 1,8 meter per seconde trof ze ideale omstandigheden. Aanzienlijk beter dan een jaar geleden bij de WK in Helsinki, waar het toernooi grotendeels werd geteisterd door regen en wind. Het was geen wonder dat Gevaert toen niet en nu wel het beste in zichzelf naar boven bracht.

En de Belgische heeft nog meer doelen, want ze wil ook Europees kampioen worden op de 200 meter en met de estafetteploeg een medaille winnen op de 4x100 meter. Met een Europese titel op zak, zal ze minder gespannen aan de start van die wedstrijden staan. „Nu ik de 100 meter heb gelopen, wordt de 200 meter een stuk makkelijker. De grootste spanning is verdwenen.”

Nu ze Europees kampioen is geworden hoopt Gevaert dat er in België meer aandacht voor atletiek komt en de bond eindelijk eens werk gaat maken van de opleiding. Want daar schort het in haar ogen flink aan. Zij is zelf het voorbeeld van een atlete die grotendeels zelf haar weg heeft moeten vinden.

In de ogen van de nieuwe sprintkampioene wordt er in haar land de gemakkelijke weg gekozen door te investeren in traditionele sporten. „Ons land heeft een te stereotype en te beperkte sportcultuur met te veel nadruk op voetballen, wielrennen en sinds de successen van Kim Clijsters en Justine Henin-Hardenne ook tennis. Misschien dat mijn titel er toe kan bijdragen dat de belangstelling voor atletiek toeneemt.”