Auschwitz: ruzie om een koffer

Het Auschwitz-museum heeft ruzie met de zoon van een Franse jood, die in het Duitse concentratiekamp is vermoord.

Michel Leleu Levi, zoon van de in de oorlog naar het Duitse vernietigingskamp in Zuid-Polen gedeporteerde en daar vermoorde Pierre Leleu Levi, ontdekte in februari vorig jaar op een door het Auschwitz-museum in Parijs georganiseerde Holocaust-tentoonstelling de koffer, die zijn vader op weg naar Auschwitz bij zich had. Hij eiste de koffer op, maar het Auschwitz-museum weigert hem af te staan.

Michel Leleu Levi heeft inmiddels een klacht ingediend bij een Franse rechtbank.

Piotr Cywinski, secretaris van de Internationale Auschwitz Raad, zit met de kwestie in zijn maag. „We willen een vriendschappelijke oplossing bereiken met Leleu Levi, maar hij heeft elk contact met ons gemeden. Ik begrijp zijn emoties, ik deel zijn verdriet, maar we moeten de herinnering bewaren aan diegenen die zijn verdwenen”, aldus Cywinski.

De Internationale Auschwitz Raad wendde zich naar aanleiding van de eis tot Simone Veil, voormalig Frans minister en overlevende van Auschwitz, met het verzoek te bemiddelen in de kwestie van de koffer. Zij is er evenwel niet in geslaagd Leleu Levi van zijn eis af te brengen.

Het Auschwitz-museum beheert talrijke bezittingen van joden en anderen die in Auschwitz werden vermoord. Daar zijn ook veel koffers bij. Maar volgens Cywinski zijn er maar heel weinig koffers waarvan de eigenaar vast staat, en van die koffers komen er maar drie uit Frankrijk.

Het is volgens Cywinski de eerste keer dat de nazaat van een in Auschwitz vermoord slachtoffer bezit opeist. Het omgekeerde komt wel vaak voor: mensen komen naar Auschwitz om voorwerpen af te geven die eigendom zijn geweest van slachtoffers. Het proces om de koffer vindt Cywinski bij voorbaat een drama, hoe het ook afloopt: „Er zullen alleen verliezers zijn.” De uitspraak van de rechtbank wordt in oktober verwacht.

(AFP)