Zitten, eten, slapen en je ergeren in de schuilkelder

De achtergebleven inwoners van het Noord-Israëlische frontstadje Kiryat Shmona schuilen alweer weken ondergronds voor de raketten van Hezbollah. ‘Niet goed voor je seksleven.’

De bevolking van Kiryat Shmona, het naargeestige Israëlische frontstadje in Noord-Galilea, moet in twee groepen worden ingedeeld, vindt Cigal Dahan, een 38-jarige lerares, moeder van drie kinderen, en sinds een maand ondergedoken in de bedompte schuilkelder aan Rehov HaYarden, de Jordaanstraat, 228.

„Er zijn vluchters en er zijn achterblijvers”, vertelt zij als bovengronds na kort gejank van de sirenes zeven Hezbollah-katjoesja’s met harde, echoënde knallen inslaan. Iedereen die wat spaargeld op de bank had staan of beschikt over een doorbetalende werkgever is naar hotels of familie elders vertrokken. Arm Kiryat Shmona en degenen die geen familie of vrienden hebben in Tel Aviv, Beersheva of Eilat, namen kroost, matrassen, spelletjes en tassen met kleren onder de arm en gingen ondergronds.

Bovengronds Kiryat Shmona is sinds half juli het domein van voorbijtrekkende tanks, houwitsers, bussen met reservisten en commando’s met geschilderde gezichten. Overdag is het stadje verlaten, op een paar waaghalzerige junks na, kort na zonsondergang komt het militaire verkeer op stoom en durven de achterblijvers de straat op te gaan. Voor een stadje in een oorlogszone maakt Kiryat Shmona grotendeels een onbeschadigde indruk, op enkele afgebrokkelde muren en een uitgebrand schooltje na.

Na bijna vier weken met 26 buren, onder wie 15 kinderen, in de claustrofobische, vochtig-hete schuilkelders heeft Cigal de mensheid in nog twee andere categorieën verdeeld: er zijn vrouwen die wel naar de kapper kunnen en vrouwen die niet naar de kapper kunnen. „Weer een nacht ongestoord en zonder angst doorslapen en naar de kapper. Daar verlang ik heel erg naar”, vertelt ze.

De vrouwen in de kelder, onder wie haar moeder, een zuster met haar kinderen en Lidia, een alleenstaande moeder van een dochter in het leger, knikken instemmend. „Naar de kapper en weer eens met een man naar bed. Een maand in een bunker met al die vrouwen en kinderen is niet goed voor je haar en niet goed voor je seksleven”, giert Lidia.

Oma Ochayon Simi, begin vijftig, gescheiden, heeft de leiding in de bunker, althans over de jongere vrouwen en de kinderen. Als voor de vierde keer in een uur bovengronds de sirenes huilen in verband met inkomende katjoesjot zet zij de tv harder en neemt het kleinste jongetje in de bunker op schoot. Als kort achter elkaar nog eens twaalf katjoesja’s inslaan, begint een van de oudere meisjes te huilen, maar wordt door oma streng gemaand haar tranen in te slikken. Later vertelt zij dat zij niet wil dat de oudere meisjes hun emoties de vrije loop laten, omdat de kleintjes daar meer van schrikken dan van de knallen en de sirenes.

„We doen eigenlijk niets anders dan eten, zitten, tv-kijken, eten, zitten, slapen en nog eens slapen”, vertelt Cigal. Tussen de bombardementen, meestal ’s ochtends en ’s middags, rent zij soms naar haar appartement op de derde verdieping om snel te douchen. In de schuilkelder zelf is één douche, één televisie, één telefoon, airconditioning ontbreekt.

Van de ongeveer 25.000 inwoners van Kiryat Shmona zijn er 8.000 achtergebleven. Van de 1,5 miljoen inwoners in noordelijk Galilea zijn er 300.000 naar het zuiden vertrokken. De regering heeft voor 15.000 inwoners in het gebied ten noorden van de lijn Haifa-Tiberias 2.000 hotelkamers gehuurd, waar groepen om beurten vier dagen kunnen „opfrissen”. Over evacuatie wordt door de overheid om principiële en financiële reden niet gesproken. Ook is de noodtoestand nog niet uitgeroepen, omdat volgens de legerleiding Israël niet in een oorlog is verwikkeld, maar militaire acties uitvoert.

Door het vertrek van de bewoners en de aanwezigheid van een groot aantal bunkers is het aantal dodelijke slachtoffers onder burgers in het noordelijk puntje van Galilea beperkt gebleven tot drie. „De meeste doden zijn gevallen op plaatsen, waar de mensen zich niet aan de orders om in de schuilkelders te blijven hebben gehouden”, weet Cigal.

Verveling, onderlinge spanningen en ergernissen vieren hoogtij. Bijvoorbeeld over het Russische echtpaar dat niet bereid is mee te helpen met de afwas en het dweilen van de vloer. „En hun dochter staat ook voortdurend onder de douche en rookt in de bunker”, klaagt Lidia.

Uit alle delen van het land komt hulp. Twee studenten van een jaar of twintig houden in de bunker onder Rehov Yarden de kleine kinderen bezig met spelletjes, kleien en tekenen. Een massagesalon in Tel Aviv heeft alle vrouwen gratis een anti-stressmassage gegeven.

Cigal en haar man Avi hadden ook weggekund als Avi niet net voor het begin van de oorlog al zijn spaargeld geïnvesteerd had in een eigen falafel-restaurant. De feestelijke openingsdag viel begin juli samen met het begin van het Israëlische vakantieseizoen. Twee weken later was het oorlog en slaapt Avi afwisselend in de bunker en zijn eigen bed.

„Ik word helemaal gek ondergronds, het is een gevangenis. Ik hoop ook dat mijn eenheid snel wordt opgeroepen om in actie te komen. Want alles is beter dan thuis zitten en wachten”, zegt hij.

Van verhuizen uit een stad die altijd al in het schootsveld van Israëls vijanden heeft gelegen, willen zij niet weten. Avi en Cigal hebben hier hun vrienden en familie, de huren zijn betrekkelijk laag en dankzij overheidssubsidies, de toeristenindustrie en bedrijven ging het de laatste jaren goed in noordelijk Galilea.

Cigal is geboren in Zarit, de moshav aan de grens met Libanon waar Hezbollah vier weken geleden de twee Israëlische soldaten ontvoerde. Het verwrongen restant van de Palestijnse katjoesja die 38 jaar geleden op haar geboortedag bij Zarit insloeg hangt nu als een soort oorlogskunst boven de ingang van het grotendeels onbewoonde flatgebouw.

Alleen een getatoeëerde Rus, oorlogsveteraan uit Tsjetsjenië, is op de vierde etage achtergebleven en schaakt de hele dag tegen zichzelf. Cigal: „Ik ben door Hezbollah verdreven uit mijn flat, maar niet uit mijn stad. Ik word nooit vluchteling. Dat zou aanvoelen als verraad.”