We gaan weer staken

Het aantal stakingen in Nederland bereikt het hoogste punt sinds vijftien jaar.

Werknemers zoeken vaker het conflict als onderhandelingstechniek.

Het klinkt misschien een beetje Pim Fortuyn-achtig, maar de maat was vol.” Chauffeur Wim Bugel beschrijft de wilde stakingen die eind vorig jaar uitbraken bij de vestigingen van transportbedrijf Vos Logistics in Surhuisterveen en Veendam. „Er zitten honderd chauffeurs in een kroeg en die zeggen ‘als de directie niet komt overleggen, rijden wij niet uit’. Als ze dan halsstarrig blijven weigeren, voelen mensen zich vernederd.”

Steen des aanstoots was een reorganisatieplan bij Vos Logistics. Volgens de stakers dreigden Nederlandse chauffeurs daarbij te worden ingeruild voor goedkope Poolse rijders. Op het hoofdkantoor in Oss werden ze totaal verrast. „We waren druk in overleg met de vakbond en de ondernemingsraad over maatregelen om de resultaten van de vestiging in Surhuisterveen te verbeteren”, zegt Meino Remmers, hoofd human resources. ,,Dan heeft het geen pas dat chauffeurs opeens gaan eisen dat de directie komt opdraven. Als je daar aan begint, kun je tot alles geprest worden.”

2005 was een topjaar op het actiefront. In totaal werd volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijna 30 keer gestaakt, het hoogste aantal sinds 1991. Bovendien steeg het aantal wilde stakingen sterk. „Die zijn kleiner en korter dan door vakbonden georganiseerde acties”, zegt Rob Kuijpers van CBS. „Zonder stakingskas begint het financieel toch snel te knellen.”

Het verbaast Harry Starren, directeur van het opleidingscentrum voor managers De Baak, niet dat werknemers de boel vaker plat gooien. „We leven in een beleveniseconomie waarin we snel de emotie zoeken. Ons geduld neemt af, onze lontjes worden korter en de volgzaamheid is gering. Conflict is ook een onderhandelingstechniek geworden. Je roffelt even hard op de trommel en daarna ga je bij elkaar aan tafel zitten. Wat dat betreft beginnen de arbeidsrelaties hier op die van landen als Frankrijk en Italië te lijken.”

Willem Hollander, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Directeuren (NCD) zoekt de verklaring ook bij het loslaten van de poldermaatschappij. „De verhoudingen zijn verhard. Jonge mensen, zowel aan werknemers- als aan werkgeverskant, trekken zich veel minder aan van solidariteit. Dus zeggen beide partijen zo nu en dan: we gooien de beuk erin.”

Volgens Starren van De Baak is een harde opstelling het domste dat een manager kan doen als hij met stakers geconfronteerd wordt. „Dat gooit alleen maar olie op het vuur, zeker bij een wilde staking. Je moet begrip tonen en hun emotie, die vaak weinig te maken heeft met de officiële aanleiding, serieus nemen. Alleen met ratio kom je er niet. Het is als de vrouw die tegen haar man zegt ‘ik voel me niet veilig bij jou’ en de man antwoordt ‘daar ben ik het niet mee eens’.”

Slim of niet, Hollander van NCD denkt dat de verharding voorlopig doorgaat. „Directies en werknemers zullen nog wel even een grote broek aantrekken. Maar op de lange termijn keren ze weer terug naar de harmonie van de polder, dat zit te diep in onze samenleving ingebakken. Het is ook tekenend dat bestuurders die er bij een staking erg hard zijn ingegaan, na verloop van tijd vaak verdwijnen.”

Ook de directeuren van de Vos Logistics-vestigingen in Surhuisterveen en Veendam moesten uiteindelijk het veld ruimen. Stakingsleider Wim Bugel is er niet rouwig om. „Ze bedoelden het niet slecht. Maar de ene was een arrogante westerling waar niet mee te praten viel en de ander was een beetje achterbaks. Ze begrepen de cultuur in het noorden niet.” Met de nieuwe lokale directies loopt het een stuk beter, vindt Bugel. „Er zijn pijnlijke maatregelen genomen, maar als je de leiding vertrouwt, ben je bereid een stuk harder te lopen.”

Volgens personeelsbaas Remmers, was het vertrek van beide directeuren „zeer nadrukkelijk geen diskwalificatie”, maar het gevolg van een nieuwe organisatiestructuur. Met tegenzin geeft hij toe dat de actie effect heeft gehad. „Als werkgever sta je op zo’n moment met je rug tegen de muur. Ik kan wel stoer gaan doen, maar je hebt klanten met contracten die daar geen boodschap aan hebben.”

Met wilde acties bij onder andere autofabriek Nedcar en het openbaar vervoer in Amsterdam, lijkt ook 2006 een vruchtbaar stakingsjaar te worden. Starren van De Baak ziet het als de laatste stuiptrekkingen van de industriële economie. „De dienstensector neemt het over. En reclamemakers of consultants voeren zelden collectief actie, dat is niet hun stijl.” Maar ook de moderne werknemer heeft zijn methode om onvrede te uiten, meent Starren: het innerlijk ontslag. „Dan lopen mensen er de kantjes van af of zetten ze hun creativiteit on hold. Het is stiekem staken in je eentje.”