VN schorten hulp Zuid-Libanon op

De Verenigde Naties hebben gisteren de hulpverlening aan het zuiden opgeschort wegens het gebrek aan veiligheid. Eén VN-konvooi is alvast niet vertrokken. Zondag werden ten minste twee Libanese burgers gedood bij Israëlische raketaanvallen vlak bij een VN-konvooi.

„Israëlische aanvallen in de onmiddellijke omgeving van onze VN-konvooien brengen voortzetting van de hele humanitaire operatie in gevaar want ze zorgen ervoor dat veel van onze bestuurders niet langer hun leven op het spel willen zetten”, zei de coördinator van de VN-hulporganisaties David Shearer gisteren in Beiroet.

Israël nam gisteren het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh onder vuur. Het waarschuwde de bevolking van het zuiden dat het zal vuren op alles wat beweegt. De zuidelijke havenstad Tyrus is al dagen van de rest van het land afgesneden. Het Israëlische leger heeft een uitgaansverbod aangekondigd voor het gebied ten zuiden van de rivier de Litani.

De BBC kreeg gisteren van de Israëlische legerleiding te horen dat Hezbollahstrijders zich in het zuiden van Libanon verplaatsen in personenwagens met in grote letters TV op het dak en de motorkap geschreven en dat om die reden vanaf nu ook de veiligheid van de pers niet langer gewaarborgd kan worden. Volgens Shaista Aziz van de hulporganisatie Oxfam is dit een „rookgordijn” om pottenkijkers buiten te houden.

VN-coördinator Shearer stelde dat „het onder vuur nemen van burgers en essentiële sociale infrastructuur een schending is van het internationaal recht”. Hij riep Israël op die aanvallen te staken en ook met het hinderen van de hulpverlening te stoppen. Hij verklaarde dat de VN de voortdurende bombardementen op de civiele infrastructuur en de bevolking door Israël betreuren alsook de raketaanvallen tegen burgerdoelen in Israël door Hezbollah.

Oxfam wil dat de VN en andere hulporganisaties gezamenlijk hun kritiek uiten op de Israëlische houding en het gebrek aan druk van de politieke leiders en de internationale gemeenschap om Israël te dwingen onmiddellijk een corridor voor humanitaire hulpverlening toe te laten. „We hebben gezien dat dat perfect mogelijk is in Bosnië, waar de politieke wil en de druk van die aard waren dat alle oorlogvoerende partijen ertoe gedwongen konden worden om humanitaire hulp ondanks het aanhoudende oorlogsgeweld tot bij de noodlijdende burgerbevolking te brengen”, aldus Aziz.