Steun aan oorlog nekt Lieberman

‘Irak’ wordt het centrale thema bij de verkiezingen voor het Amerikaanse Congres. De Democratische senator Lieberman merkte dat gisteren toen hij de voorverkiezingen verloor.

Joe Lieberman is Democraat af. De senator uit Connecticut die het Irak-beleid van president Bush steevast heeft gesteund, verloor gisteren nipt de voorverkiezingen van de Democratische partij in zijn staat. Kandidaat voor de Democraten wordt de onbekende kabelmiljonair Ned Lamont, fel tegenstander van de oorlog in Irak. Lieberman heeft inmiddels bekendgemaakt dat hij bij de Congresverkiezingen in november als onafhankelijk kandidaat zijn senaatszetel zal verdedigen.

De partij verliest daarmee een van haar kopstukken. Precies zes jaar en één dag geleden werd Lieberman (64) door The New York Times geïntroduceerd als de ‘First Jew on a Major U.S. Ticket’. Hij werd, als eerste jood ooit, de running mate van een presidentskandidaat, in dit geval Al Gore.

Gisteren nog was hij de voorkeurskandidaat van de landelijke partijtop, de grootste vakbond in Connecticut en de plaatselijke afro-Amerikaanse organisaties. Waarom ging het mis met Lieberman?

Daarvoor zijn tenminste twee redenen. Allereerst hebben politici die hun zetel verdedigen het altijd moeilijk, vooral als ze het goed doen in Washington. Lieberman zit al drie termijnen (18 jaar) op Capitol Hill. Zulke kandidaten raken onherroepelijk out of touch met het thuisfront. Uit een peiling van ABC News bleek vorige week dat kiezers overwegend (53 procent) negatief staan tegenover zittende Congresleden.

Maar veel belangrijker voor Liebermans verlies was ‘Irak’. Uit dezelfde ABC-peiling bleek namelijk ook dat 54 procent van de Democratische kiezers niet zou stemmen op een kandidaat die president Bush’ Irak-beleid steunt. En dat is nu precies wat Lieberman de afgelopen jaren steevast heeft gedaan.

Net als 28 andere Democraten in de Senaat gaf Lieberman in de herfst van 2002 zijn steun aan de inval in Irak. Maar anders dan zijn meeste partijgenoten trok hij die steun vervolgens niet in. Eind november nog schreef hij op de opiniepagina’s van de zakenkrant The Wall Street Journal een opbeurend artikel over Irak. „Ik ben net terug van mijn vierde reis naar Irak in zeventien maanden en kan melden dat het hier echt vooruit gaat”, luidde zijn eerste zin.

Bekende Bush-aanhangers steunden Lieberman de afgelopen weken openlijk. De neoconservatieve columnist Robert Kagan omschreef hem zaterdag nog als ‘De laatste eerlijke man’. „Als Lieberman verliest is het niet omdat hij de oorlog steunde of omdat hij hem nog steeds steunt. Maar omdat hij weigerde een van oneervolle paden in te slaan die open lagen om zijn carrière te redden”, aldus Kagan in The Washington Post.

Die Republikeinse steun was overigens ook enigszins dubbelzinnig. Nu Lieberman solo verder gaat, zijn er ineens drie kandidaten in Connecticut. Daarmee stijgen de kansen van de Republikeinen in deze van oudsher progressieve staat.

De Democratische voorverkiezingen in Connecticut maken duidelijk dat ‘Irak’, een belangrijk, zo niet het belangrijkste thema wordt bij de Congresverkiezingen in november. Bij deze spannende en voor Bush cruciale verkiezingen zal elke zetel tellen. De Republikeinen hebben nu een meerderheid in beide Huizen. Maar die zouden ze bij de verkiezingen van november kunnen verliezen, waardoor Bush zijn tweede termijn vleugellam zou raken.

‘Connecticut’ zal daarom direct invloed hebben op de landelijke Democratische verkiezingsstrategie. Liebermans tegenstander Lamont (52) vertegenwoordigt een stroming die een radicale koerswijziging wil. Deze zogenoemde net-rooters, die hun aanhang vooral mobiliseren via internet, beloven hun kiezers onder meer onmiddellijke terugtrekking uit Irak en herstel van sociale zekerheid.

Lamont heeft Lieberman steevast aangeduid als de „favoriete ‘Democraat’ van Bush”. In zijn campagnespotjes werd eindeloos het videofragment herhaald waarbij Bush na zijn State of the Union-speech van 2005 Lieberman een zoen in de nek geeft. Kennelijk uit dank voor de steun van de Democraat. Die ‘doodskus’ kwam overal in de campagne terug, tot in papier-maché poppen en op buttons.

Maar Lieberman was niet alleen wegens zijn Irak-standpunt een geschikt slachtoffer voor de progressieve Democraten. In 2000 hield Lieberman een fel betoog tegen president Clintons affaire met Witte Huis-stagiaire Monica Lewinsky. Dit hielp hem later de running mate te worden van Al Gore, die juist afstand wilde nemen van Clintons omstreden gedrag.

Later, in maart 2005, stemde hij mee met Republikeinen die met een wet de euthanasie wilden verhinderen op de hersendode Teri Schiavo. Ook in de strijd tegen terreur toonde hij zich vaak even onbuigzaam als de Republikeinen.

Deze opstelling in het politieke midden van de Verenigde Staten (streng qua nationale veiligheid, nadruk op morele waarden) maakte Lieberman populair bij de Democratische partijtop. Die ziet weinig heil in geëxperimenteer met linkse outsiders die zichzelf via het internet lanceren. Met internetkandidaat Howard Dean ging het in 2004 immers ook mis.

Het is daarom nog de vraag welke lessen de Democraten landelijk uit ‘Connecticut’ zullen trekken. Potentiële presidentskandidaten ‘oefenen’ in elk geval alvast in kritiek op Irak. Senator Russ Feingold uit Wisconsin werkt zich op in de partij door te wijzen op zijn vroege nee tegen Irak.

En de kandidaat met vooralsnog de grootste campagnekas, Hillary Rodham Clinton, haalde donderdag nog hard uit naar de Irak-strategie van Defensieminister Rumsfeld. Haar grote manco: in 2002 zei ze ook ja tegen de oorlog.