Romeo en Julia bij Brabantse fanfare

Theater: ‘Bok & Geit’ en ‘De grote beweging’ op Theaterfestival Boulevard, Den Bosch. Inl. www.festivalboulevard.nl.

Wat als Romeo en Julia in een Brabants dorpje waren geboren, als leden van rivaliserende fanfarekorpsen? Wat als Romeo en Julia gewoon verder hadden geleefd? Julia had dan wellicht vijf kinderen gekregen, en een lieve man. Romeo was waarschijnlijk door blijven treuren, van vrouw tot vrouw, „het leven van een ander” leidend. Daarover gaat het toneelstuk Bok & Geit van Herman van de Wijdeven dat te zien is op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch.

In Bok & geit, geregisseerd door Annelies van Wieringen bij Productiehuis Brabant en Oostpool, komen de ruw uiteen gescheurde geliefden elkaar na vele jaren weer tegen op een groot grasveld, in fanfare-uniform en met de blaasinstrumenten in de hand. Ze halen herinneringen op, de een wil gewoon verder gaan waar ze onderbroken werden, de ander zegt dat dat niet kan. Je kunt de jaren niet wegvegen. Herman van de Wijdeven, die ook de man speelt, schreef een weemoedige tekst vol zachte lyriek. Zo speelt hij ook, een zachte reus. Juul Vrijdag speelt zijn geliefde, ook zacht, maar veel aardser. Hoe gedempt ook de toon, pijn doet het toch wel, die liefde die had kunnen zijn.

Veertien musici, aan de uniformen te zien van verschillende korpsen uit de regio, begeleiden de handeling met melancholische muziek. Met de setting van de fanfare heeft Van de Wijdeven verder niet veel gedaan, ook van ‘het beest’ dat loskwam toen de fanfares elkaar met ‘blikkerende messen’ aanvlogen, krijgen we weinig te horen. Van de Wijdeven concentreert zich op wat er gebeurt tussen de oude geliefden.

Dries Verhoeven, regisseur van ‘ervaringstheater’, staat op de Boulevard met de video-installatie De grote beweging. Hij heeft enorm veel moeite gedaan en geld gespendeerd om ons een stationsplein te tonen dat we toch al zagen. Om zijn camera één luchtshot te laten maken, heeft hij een flinke hijskraan gehuurd, die boven een zwarte container uittorent.

De container is ingericht als mini-bioscoop. Daar draait een film die beelden van buiten toont: mensen die het station in en uit lopen, een vrouw met rood haar staat rokend te wachten, een man verliest zijn portemonnee, de zon gaat onder. Haast hebben de reizigers trouwens niet in Den Bosch.

Een vrouwelijke voice-over vertelt in het Chinees een korte geschiedenis van ons heelal. De Grote Knal, het ontstaan van het eerste leven, de mens treedt op in het Holoceen. De mededeling dat wij binnenkort Chinees zullen spreken, maakt meer indruk dan de mededeling dat ons zonnestelsel door een zwart gat zal worden opgezogen. Als in de boeken van Houellebecq kijkt ze van grote afstand, vanuit de toekomst, op wetenschappelijke wijze naar de mens. Als ware het een beetje merkwaardige diersoort. De beelden van buiten worden een pregnante illustratie van haar betoog.

Halverwege draait Verhoeven de beelden vertraagd terug, waardoor de bewegingen van de reizigers een strak geregisseerde massa-choreografie lijken. Zo laat Verhoeven ons geconcentreerder, en met meer afstand naar het alledaagse kijken: ‘Kijk wat bijzonder, allemaal toeval!’

De wereld als schouwtoneel. Op het eind ziet de toeschouwer zichzelf langskomen. Goeie rol.