Philips is test voor markt junkbonds

Het lenen van geld op de markt voor zogeheten junkbonds (risicovolle bedrijfsobligaties) is de laatste tijd niet eenvoudig geweest. VNU had er onlangs nog grote moeite mee. Daarom is het verrassend dat de participatiemaatschappijen die de chipdivisie van Philips hebben gekocht de banken mijden en in plaats daarvan de transactie financieren met een recordbedrag van 4,5 miljard euro aan junkbonds.

Dit is een ongebruikelijke stap bij een grote bedrijfsovername. Normaal gesproken gaat het daarbij om een hoofdsom, gefinancierd met bankschulden, plus een kleiner bedrag aan junkbonds. Door beide bronnen te gebruiken vergroot de debiteur het beschikbare potentieel aan beleggers. Maar in dit geval zou het hele bedrag op de obligatiemarkt moeten worden geleend, waardoor het de grootste door junkbonds gefinancierde transactie in Europa wordt.

Een van de redenen om dit te doen is dat obligaties voordelig zijn in een conjunctuurgevoelige bedrijfstak met onvoorspelbare kasstromen, zoals de chipindustrie. Bedrijven zijn minder gebonden en kunnen financiering op de langere termijn regelen. Bij een banklening zijn de voorwaarden doorgaans strenger.

Maar de debiteur betaalt wel een prijs voor deze grotere manoeuvreerruimte. Hij kan de obligaties niet vóór een bepaalde tijd terugbetalen. Het is over het algemeen ook duurder, hoewel dat in dit geval anders zou kunnen zijn. Uit de gang van zaken rond VNU is gebleken dat beleggers kieskeuriger worden, waardoor debiteuren meer moeten betalen als het om riskantere transacties gaat. Door zijn omvang en de conjunctuurgevoeligheid van zijn activiteiten, is de transactie rond de chipdivisie van Philips een echte test voor de junkbondmarkt.

Taron Wade

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld