In de zomer vallen stroomstoringen extra op

In het weekend zaten in totaal 52.000 huishoudens een tijd lang zonder stroom. De energiesector is tegen aansluiting van ‘losse eindjes’ op een ringlijnnetwerk. De kosten zijn hoog en het geeft geen garantie op geen storingen.

Als de stroom uitvalt, steekt de argwaan de kop op. Sinds de zomer van 2004 is de Nederlandse energiemarkt geliberaliseerd en er staat een ingrijpende operatie van splitsing en privatisering van de energiebedrijven voor de deur. En dan doen zich in één weekeind twee grote stroomstoringen voor, in de omgeving van Eindhoven (32.000 huishoudens) en op het eiland Goeree Overflakkee (20.000 huishoudens).

De Kamerleden Crone (PvdA) en Hessels (CDA) formuleren het voorzichtig in de vragen die ze vandaag aan minister Wijn (Economische Zaken, CDA) hebben gesteld: stellen de energiebedrijven te hoge rendementseisen aan hun netwerken en verwaarlozen ze daarom noodzakelijke investeringen? Het korte antwoord van de energiebedrijven, de koepelorganisatie EnergieNed en de toezichthouder DTe is eensluidend: nee, daar heeft het niets mee te maken.

„Er is geen verband tussen liberalisering, splitsing en kwaliteit”, zegt een woordvoerder van EnergieNed. „Het is toeval”, verzekert een woordvoerder van Essent, leverancier in de regio Eindhoven. „Storingen vallen in de zomer op omdat er geen ander nieuws is”, aldus de woordvoerder van Eneco, beheerder van het netwerk op Goeree Overflakkee. „Wij houden de kwaliteit en capaciteit van de netwerken sinds 2004 in de gaten. Er is geen trend van minder investeringen”, zegt de woordvoerster van de DTe.

Der toezichthouder hanteert een zogenoemde q-factor voor het meten van de prestaties van de netbeheerders. Vertoont een energiebedrijf een groter dan gemiddelde uitval, dan wordt een korting opgelegd voor het tarief dat het bedrijf voor het gebruik van het netwerk aan zijn klanten mag doorberekenen. Zo worden de energiebedrijven aangemoedigd de kwaliteit van hun netwerken op peil te houden. Bovendien zijn ze verplicht om 35 euro te vergoeden aan huishoudens en kleine bedrijven die minimaal vier uur zonder stroom hebben gezeten. Grotere ondernemingen hebben recht op een hoger bedrag.

Volgens de Kamerleden Crone en Hessels is dat niet genoeg. Zij willen dat de schadecompensatie bij storingen verhoogd wordt. Ook willen ze dat Economische Zaken onderzoekt of storingen zich met name voordoen in locaties die niet op een ringlijn zijn aangesloten omdat zij zich aan het einde van een netwerk bevinden. Bij zo’n lus kan, als aan één kant een storing optreedt, de stroom van de andere kant worden geleverd. De Kamerleden zouden in alle grotere woonlocaties ringlijnen willen hebben. Twintig procent van alle huishoudens is niet op een lus aangesloten, met name in plattelandsgebieden.

Volgens de woordvoeder van Eneco is dit mogelijk, maar economisch niet verstandig. De aanleg van een nationaal ringnetwerk kost 900 miljoen euro plus jaarlijks 90 miljoen voor onderhoud. Dat weegt niet op tegen het voordeel. Bovendien biedt het geen garantie voor een storingsvrij netwerk.

Sinds 1 juli 2004 kunnen huishoudens zelf hun energieleverancier kiezen. Maar de netwerken – de elektriciteitskabels en gasbuizen in de grond – vormen een natuurlijk monopolie en daarbij bestaat geen keuze. De energiebedrijven zijn inmiddels juridisch opgesplitst in aparte leverings- en netwerkbedrijven. Het economische eigendom ligt nog altijd bij de provincies en gemeenten.

Tegen de zin van het management van de grote vier energiebedrijven – Essent, Nuon, Eneco en Delta, die hun bedrijven graag in hun geheel willen privatiseren – heeft oud-minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) de splitsingswet door de Tweede Kamer geloodst. De productie- en leveringsbedrijven mogen volledig worden geprivatiseerd; de netwerkbedrijven moeten in meerderheid in handen blijven van de overheid en mogen een minderheidsbelang verkopen aan institutionele beleggers.

Het is de vraag of het zo ver komt: de Eerste Kamer moet de splitsingswet nog behandelen en het is allerminst zeker of dat na de doorstart van het minderheidskabinet Balkenende-III nog zal gebeuren. Dan blijven de energiebedrijven vooralsnog volledig in publieke handen en is er van privatisering geen sprake.