Iedere goeie vent mag bij ons lid worden

Nederland verandert hard. De bevolking, het landschap, de normen. Toch zijn er plekken waar de tijd lijkt stil te staan. Zoals bij de Rotterdamse sociëteit De Maas.

Of die das niet af mocht, vroeg een lid laatst, toen Nederland in de ban was van een hittegolf. Nee, was het antwoord van het bestuur. In het sociëteitsgebouw van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging De Maas in Rotterdam is jasje-dasje verplicht, onder alle omstandigheden. De verslaggever krijgt bij binnenkomst een leendas aangereikt.

Vrijwel iedereen kan lid worden van De Maas, zegt Erik-Jan Broedelet, ondervoorzitter van de sociëteit en al 31 jaar lid. Als je het spel maar wilt meespelen, vult sociëteitscommissaris René Frijters, lid sinds 10 jaar, aan. Wat is dat, ‘het spel meespelen’? Broedelet: „Je moet de hier aanwezige historie waarderen.”

Want dat is De Maas, benadrukken de bestuursleden. Een gemoedelijke familievereniging met een rijk verleden en gevoel voor traditie. Waar de lunchtafel wordt gedekt met damast en zilver.

Sinds de oprichting in 1851 is De Maas één van de verzamelplaatsen van de Rotterdamse elite. Amsterdam had de Industrieele Groote Club (nu voor een breed publiek), Den Haag heeft De Witte, Rotterdam heeft De Maas. Hier troffen havenbaronnen, handelaren, bankiers en advocaten elkaar in een sportieve ambiance. Vanaf 1909 deden ze dat in het eigen gebouw op de kop van de Veerhaven. De jachthaven werd beheerd door de vereniging, leden woonden in nabijgelegen villa’s en roeiwedstrijden vonden plaats voor het terras, op de Maas.

Inmiddels zijn de zeilers verhuisd naar de Kralingse Plas en de roeiers naar de Rotte. Beide disciplines worden actief en op alle niveaus beoefend, van leren zeilen in een Optimistje tot deelname aan het WK roeien voor junioren. Sinds kort is een professionele roeicoach aangetrokken. Erg trots is De Maas op erelid Conny van Rietschoten, tweevoudig winnaar van de Whitbread Race.

Naast het sporten – ook bridgen – is er het eten. In een zijzaaltje zit een tiental oudere heren te lunchen. In de grote zaal zitten mannen één-op-één, het oogt als zakenlunches. Vanaf volgende week staat de Canadese kreeft weer op het menu.

Het gaat goed met de vereniging, constateert het bestuur tevreden. Na hoge kosten in de jaren ’80 en weinig leden in de jaren ’90, zijn er nu 2.500 leden, waarvan circa veertig procent vrouw. De leeftijdsgebonden contributie varieert tussen 165 en 450 euro. In september begint de fondsenwerving voor een ingrijpende verbouwing van het sociëteitsgebouw in 2008, waarbij het interieur van de jaren ’20 zal worden hersteld. Het motto van het huidige lustrumjaar is ‘Historie met toekomst’.

Mensen willen weer ergens bijhoren, vermoedt Broedelet. En ze waarderen het behoud van tradities. Als de Maasvlag op het terras na zonsondergang wordt gestreken, bellen soms leden om te klagen. Het personeel draagt het uitgaanskostuum van de marine (het ‘baadje’), met een rode band om het middel en biezen aan de zijkant van de broek. Bij het populaire Herendiner is een smoking verplicht. Gaat traditie alleen om uiterlijkheden? Broedelet: „We zijn hier bijvoorbeeld ook zeer netjes tegen het personeel. Wie dat niet begrijpt, hoort hier niet.”

En dan is er iets dat de bestuursleden geen traditie vinden maar „een gegeven”: de ballotage. Ze vinden het een vervelend gespreksonderwerp. Frijters: „Bij een besloten vereniging denken mensen aan heren in vetlederen fauteuils die zich cognac laten aanreiken. Dat beeld klopt totaal niet, er is bij ons veel daadkracht.” Broedelet: „Het imago dat we elitair zijn, zullen we wel nooit van ons kunnen afschudden.”

Wie lid wil worden van De Maas, moet drie leden die minimaal één jaar lid zijn en geen bestuurder zijn, bereid vinden om als referent op te treden. Broedelet: „De referent zegt gewoon: ‘dit is een goeie vent’.” Een aparte commissie, buiten het bestuur, beoordeelt de aanvragen. Met welk criterium? „Passend binnen de vereniging, daar gaat het om.”

Wat zeker helpt, is een familienaam die al vanaf de 19de eeuw verbonden is met de Rotterdamse bovenlaag. Een naam als De Monchy, Van der Giessen, Dorhout-Mees, Van der Vorm, Van der Mandele, Van Beuningen, Hudig, Dutilh, Ruys. De nazaten van de ondernemers en financiers die in de vroege jaren van De Maas hun fortuin maakten en de stad hielpen opbouwen, worden nu vanzelfsprekend lid. In de ledenlijst staat een familienaam zelden alleen. Lidmaatschap hoort bij de opvoeding, of bij een huwelijk.

Wie zo’n naam heeft en niet van watersport houdt, kan ook elders terecht. Voor een stad zonder elite, zoals Rotterdam bekend staat, zijn er genoeg ontmoetingsplaatsen op stand. Vooral in Kralingen. Kegelen kan bij Sociëteit Eendragt maakt magt, hockeyen bij Victoria, paardrijden bij De Jockey Club in de Rotterdamsche Manège. Daar rijden de heren op vrijdagavond in driedelig pak achter gesloten deuren.

Ooit was De Maas een vereniging voor een beperkt aantal families met „beste tradities”, memoreert het gedenkboek uit 2001. Nu is het, volgens de redactie van het gedenkboek, uitgegroeid tot „een echte grote familievereniging, met nog steeds beste tradities!”