Huis-aan-huiskrant is wel degelijk kritisch

Als journalist heb ik genoten van het artikel van de hand van Warna Oosterbaan en Hans Wansink (M, 5 augustus). Het gaat over mijn vak, tenslotte, en de toekomst ervan.

Het plezier werd behoorlijk vergald toen de hooggeboren en zeer geleerde auteurs natuurlijk weer even tegen huis-aan-huiskranten moesten aanschoppen. Ik ben eindredacteur van zo`n lokaal sufferdje, en met veel plezier. Mijn opdracht van krantenuitgever Wegener: `Maak een krant die met plezier gelezen wordt door zoveel mogelijk burgers van de stad waar je verschijnt. Over de burgers, en met de burgers.`

Dat doe ik niet door klakkeloos de mededelingen van de communicatieafdeling van de gemeente over te nemen. In tegendeel, in deze krant wordt regelmatig een lange neus getrokken naar `het gezag`, als het dat verdient. Proberen we de lokale politiek onafhankelijk en kritisch te volgen en becommentariëren. We zijn graag een beetje stout, en met succes. Ook andere aspecten van deze gemeenschap komen op dezelfde wijze aan hun trekken. Met commentaar, columns die duidelijk `tongue-in-cheek` zijn en ingezonden brieven van burgers die zich opwinden. Voor de veelzijdige journalisten van NRC Handelsblad natuurlijk te min voor woorden, dat nieuws op de vierkante centimeter. Geen persbericht komt onbewerkt in de krant.

Dagbladen zouden zich wat meer zorgen moeten maken over het groeiende belang van huis-aan-huiskranten, in plaats van ze bagatelliseren.