Een eigen werkelijkheid

Manipuleren met of het bewerken van (nieuws)foto’s is zo oud als de fotografie zelf. In vredestijd gebeurt het om allerlei redenen, van esthetische tot financiële. In oorlogen dient het een ander doel: het verdoezelen van de waarheid. Het beeld is een wapen in de propagandaslag. Deze strijd, die achter de frontlinies wordt uitgevochten, is net zo belangrijk als de feitelijke oorlog.

Met dit rauwe gegeven wordt het Britse persbureau Reuters geconfronteerd na de recente publicatie van een foto van een gebombardeerd en zwaar rokend Beiroet. Het beeld bleek met een softwareprogramma te zijn bijgewerkt. De rookwolken waren donkerder gemaakt; de gebouwen zwarter. Het effect was een dreigende foto, die al snel op het internet als gedeeltelijk nep werd ontmaskerd.

Reuters trok de foto in en boog schuldbewust het hoofd. Met de fotograaf wenst het persbureau geen zaken meer te doen. De man ontkent overigens de foto te hebben gemanipuleerd. Maar de verdenking komt niet uit de lucht vallen: op een andere foto, die van een Israëlische F-16, zou hij twee bommen hebben toegevoegd.

Zo kunnen fotografen – of hun censoren en ook hun bazen – een eigen werkelijkheid scheppen. De techniek heeft dat makkelijker gemaakt, maar moeilijk was het nooit. Stalin en Mao lieten in ongenade gevallen kameraden wegretoucheren van staatsiefoto’s. In alle oorlogen waarin fotografen en cameralieden actief zijn geweest, is geknoeid met beeldmateriaal. In tal van voetbalfoto’s werd de bal in of bij het doel gemonteerd. Zelfs van een van de beroemdste oorlogsfoto’s die er ooit zijn gemaakt, Robert Capa’s sneuvelende militair in de Spaanse burgeroorlog, is beweerd dat hij in scène was gezet. Bewezen is dit echter nooit. Capa was een eersteklas oorlogs-fotograaf, die met andere foto’s aantoonde dat hij te groot was voor gerommel. Hij verstond zijn vak – en wist dat de werkelijkheid niet ‘opgeluxt’ hoeft te worden. Anders gezegd: de betrouwbaarheid van foto’s of tv-beelden staat of valt met de integriteit van de maker of diens superieuren.

Bij NRC Handelsblad leidde een ogenschijnlijk onschuldig incident als het monteren en afdrukken van kleur in een zwartwitfoto tot de principiële vraag: waar ligt de grens? Het Amerikaanse dagblad The Charlotte Observer ontsloeg onlangs een van zijn fotografen nadat was ontdekt dat hij de kleur had veranderd in een foto van een brandweerman op een ladder. Bij een andere Amerikaanse krant componeerde een fotograaf twee foto’s van het slagveld tot één beeld.

De conclusie van dit alles luidt: niet doen. Knip, plak of rommel niet in gefotografeerde beelden. Toevoegen en weghalen is taboe. Waar dit toe leidt, laat Harold Evans zien in zijn klassiek geworden boek over foto- journalistiek Pictures on a Page.

Fotografen, cameralieden en verslaggevers zijn geen heiligen. Ook de organisaties waarvoor zij werken maken geregeld fouten, en soms ernstige. Manipuleren met nieuws en beelden behoort tot de hoofdzonden van het vak. De (foto)journalistiek hoort de waarheid te dienen, ook in tijden van oorlog.