Een Airbuspiloot achter de piano

Concert: Heinrich Schiff (cello) en Gerhard Oppitz. Gehoord: 8/8 Concertgebouw Amsterdam. Volgende concert: 9/8 20.15 uur. Res.: 020-6718345.

Op twee avonden tijdens de Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw spelen cellist Heinrich Schiff en pianist Gerhard Oppitz het volledige repertoire voor cello en piano van Beethoven: vijf sonates en drie variatiestukken. Het probleem daarmee is, zo legde Schiff gisteravond uit tijdens een openbaar interview voorafgaande aan het eerste concert, dat de briljante pianist Beethoven de stukken zelf betitelde als muziek voor piano en cello. Maar vanwege het beperkte toprepertoire voor cellisten gaat het in deze Beethovenstukken tegenwoordig om de beroemde cellist en komt de pianist op de tweede plaats.

De ruimhartige Schiff wil dat graag anders en stelt veel eisen aan zijn pianist: die moet minstens alle 32 sonates en de vijf pianoconcerten van Beethoven hebben gespeeld. In Gerhard Oppitz heeft hij zo’n complete concertpianist gevonden. Oppitz heeft ook ervaring als begeleider, zoals van de zanger Dietrich Fischer-Dieskau. Oppitz heeft zelfs een vliegbrevet en mag een Airbus besturen.

Hoewel de wereldberoemde Schiff visueel meer aandacht opeiste dan Oppitz, was er in dit repertoire hoorbaar meer sprake van gelijkwaardigheid dan meestal het geval is. Schiff stelde zich her en der zeer bescheiden op en Oppitz mocht zich dan prominent profileren. In stevige en robuuste uitvoeringen ging het soms flink tegen elkaar op. Schiff heeft een grote, sonore toon, Oppitz kan in de dialoog opmerkelijk kortaf en zelfs driftig zijn. Het speelplezier stond voorop: slechts in een enkele zeer langzame passage werd een diepere laag aangeboord.

Gisteravond klonken de sonates nrs 1, 3 en 4, elk uit een verschillende stijlperiode, en de variaties op Ein Mädchen oder Weibchen uit Mozarts Die Zauberflöte . De sonates kregen elk een duidelijke eigen karakteristiek. Nr 1 was elegant en onstuimig, nr 3 vooral licht en lyrisch. Het hoogtepunt was nr 4, het eerste van de twee ‘late’ sonates, waarin de strenge vorm is verdwenen en die volgens Schiff zijn te vergelijke met de mobile in de beeldende kunst: vrij bewegend. Zo klonk het ook, met plotse overgangen, los zwevend en terloops.