Wat doe je en wat NIET?

In Australië worden opvoedquizzen in kranten afgedrukt om ouders op een toegankelijke manier opvoedondersteuning te bieden. Drie voorbeelden.

1: Wat doe je om er zeker van te zijn dat je peuter veilig is, wat doe je NIET?

a. Ervoor zorgen dat je altijd weet waar je kind is en wat het doet.

b. Veiligheidsattributen plaatsen zoals tafelpuntbeschermers.

c. Het kind precies laten zien wat het wel en wat het niet mag aanraken.

d. Dure en kwetsbare dingen opbergen.

Vraag 2: Je kind is aan het springen op de bank, je wil dat ze stopt. Hoe krijg je dat het beste voor elkaar?

a. Zeg dat ze moet stoppen met op de bank te springen maar buiten moet gaan springen als ze wil springen.

b. Zeg: ‘Sara, doe niet zo dom’'.

c. Leg opnieuw uit waarom het gevaarlijk is om op de bank te springen.

d. Vraag haar uit te leggen waarom ze de bank stuk wil maken.

Vraag 3: Je kookt avondeten na een drukke werkdag, en hebt je vierjarige van school opgehaald. Terwijl ze aan het spelen is, maakt ze gekke geluiden. Wat doe je?

a. Je doet het geluid na zodat ze kan horen hoe gek dat klinkt.

b. Je stuurt haar naar haar kamer totdat je klaar bent met koken.

c. Je negeert het geluid en geeft een compliment als ze speelt zonder gekke geluiden te maken.

d. Tijdens het koken, leg je uit dat het niet netjes is om zulke geluiden te maken en dat ze rustig moet spelen.