Vol of niet vol heeft vrijwel niets met immigratie te maken

De uitspraak ‘Nederland is vol’ raakt een open zenuw in de Nederlandse samenleving. De extreem-rechtse politicus Janmaat werd er destijds zelfs voor veroordeeld. Door over Nederland te spreken in termen van ‘vol’ of ‘te vol’ worden verhoudingen op scherp gezet en slaat elke discussie snel dood.

Aanleiding voor de discussie of Nederland vol is, is steevast het immigratievraagstuk.

Zowel voor- als tegenstanders gebruiken ruimtelijke argumenten ter ondersteuning van de door hen geprefereerde stelling. Volgens Ytzen de Boer (Opiniepagina, 22 juli 2006) zijn de kosten voor infrastructuur en de „oplopende milieudruk” „niet meer bij te benen”. Voor De Boer reden om te pleiten voor minder inwoners.

Voor Oussama Cherribi en Pieter van Os (Opinie & Debat, 15 juli) daarentegen is de bouw van de Blauwe Stad – „met prachtige villa’s” – in het Oldambt het bewijs dat Nederland niet vol is. Dit soort redenaties leidt de aandacht af van waar het om zou moeten gaan bij immigratie.

Bovendien vertroebelen zij het debat over de nationale ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening en immigratie hebben namelijk nagenoeg niets met elkaar van doen.

Over het algemeen zijn de fluctuaties in het migratiesaldo zoals we die in Nederland kennen, van zeer ondergeschikt belang voor de ruimtevraag. Voor de toenemende vraag naar woningen, en daarmee bouwgrond, is bijvoorbeeld een ander demografisch proces van veel groter belang: het steeds kleiner worden van huishoudens. Zo is de helft van het aantal woningen in Nederland van na 1970, terwijl Nederland toen reeds 13 miljoen inwoners had, tegen 16 miljoen nu.

Verder is voor de ruimteconsumptie in Nederland de economische ontwikkeling belangrijk. De groei van het verkeer, van de vrijetijdssector en de vraag naar bedrijventerreinen en kantoren hangen vrij direct samen met het economische groeicijfer.

Maar wanneer gekeken wordt naar veruit de grootste ruimtevrager in de komende jaren, dan wordt het belang van migratie verder gerelativeerd. De huidige schattingen duiden er op dat tot 2030 drie à vier maal zoveel hectaren voor waterberging nodig zijn als voor woningen en economische functies samen.

Afgezien van relativering van het belang van migratie maken de cijfers van huishoudensverdunning, economische groei en waterberging nog iets anders duidelijk. De processen die hierachter schuilgaan, voltrekken zich of we het nu leuk vinden of niet. Het eenvoudig concluderen dat Nederland vol is en er nauwelijks iets bij kan, is daarom onzinnig. De ruimtelijke ordening zal deze ontwikkelingen simpelweg moeten accommoderen.

Vrijwel niemand zal meer pleiten voor ‘economische nulgroei’ in het belang van de ruimtelijke ordening of het milieu. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde onlangs dat we ervan uit moeten gaan dat klimaatverandering zal optreden. Daarop moeten we in de ruimtelijke ordening anticiperen.

De strijd om het gebruik van de Nederlands ruimte is permanent als gevolg van immer voortgaande maatschappelijke, economische en natuurlijke ontwikkelingen. Nederland is nooit ‘af’, ‘klaar’ of ‘vol’ – het is en blijft werk in uitvoering.

Dat werk is een continu maatschappelijk en politiek debat waard. In dit debat hoeft immigratie geen centrale rol te spelen.

Op zijn beurt moet het debat over immigratie niet belast worden met een discussie over of er in Nederland wel letterlijk ruimte is voor nieuwkomers.

Dat debat moet gaan over veel van de issues die Cherribi en Van Os noemen – zoals onze internationale positie en de integratie van immigranten op de arbeidsmarkt – en waarvan zij terecht concluderen dat in het huidige Nederland niet goed van de grond komt. Maar laat de nationale ruimtelijke ordening erbuiten.

Jochem de Vries

Docent planologie Rijksuniversiteit Groningen

Puerto Rico niet dichter bevolkt dan Nederland

Het artikel van Oussama Cherribi en Pieter van Os probeert Nederlandse bevolkingsproblemen te zien door de bril van „de geïnteresseerde Amerikaan”. Zo’n Amerikaan hoeft „niet langer dan een minuut te googlen om te zien dat Puerto Rico en Zuid-Korea aanzienlijk dichter bevolkt zijn [dan Nederland].”

Als we dit googlen nadoen vinden we als derde hit de site www.photius.com/rankings met data uit het 2006 CIA world factbook. Volgens deze lijst wonen in Zuid-Korea 497,47 inwoners per km2, in Nederland: 486,72 en Puerto Rico: 442,75.

Persoonlijk zou ik uit deze cijfers niet concluderen dat Nederland aanzienlijk dunner bevolkt is dan Zuid-Korea of Puerto Rico.

Maar zou de geïnteresseerde Amerikaan Nederland niet eerder spiegelen aan Europese landen als Duitsland (236,02 inwoners per km2) en Denemarken (128,57), of desnoods de US zelf (32,57)?

P.E.S. Wormer

Mook

Blauwe Stad was geen onomstreden project

Oussama Cherribi en Pieter van Os menen dat de opvatting ‘vol is vol’ schadelijk is voor de reputatie van Nederland in het buitenland en bovendien slecht voor onze economie.

Het is jammer dat zij niet alleen slecht geïnformeerd zijn over hun steeds terugkerende voorbeeld – de Blauwe Stad – maar ook menen dat de juistheid van Nederlandse opvattingen en beleid wordt bepaald door het feit of Amerikanen dit wel of niet kunnen begrijpen.

Als de schrijvers zich ook maar enigszins hadden verdiept in het Oldambt en de ontwikkeling van de Blauwe Stad hadden ze geweten dat dit bepaald geen onomstreden project is en dat het maar de vraag is of het een project zal blijken ‘om trots op te zijn’.

Daarnaast blijkt uit de opmerking dat de Blauwe Stad ‘zonder een enkele evacuatie’ is ontstaan, dat ze niet de moeite hebben genomen zich te verdiepen in de gang van zaken rond dit project.

Waar zij met het voorbeeld van de Blauwe Stad de mist in gaan door hun gebrek aan feitelijke kennis, wordt hun verhaal verder ondermijnd door hun rijtje zeer dichtbevolkte landen en gebieden dat Amerikanen volgens hen noemen als ze horen dat Nederlanders hun land vol vinden.

Of dit echter ook meteen betekent dat Nederland het land zo vol mogelijk moet laten worden, is heel wat anders. Vinden zij ook dat Amerika zijn beleid en opvattingen aan moet passen aan wat Nederlanders daarvan vinden?

Bovendien blijkt uit enkele van hun voorbeelden – dat van Bangladesh bijvoorbeeld – dat het directe verband dat ze leggen tussen hoge bevolkingsdichtheid en economische welvaart een fabeltje is.

Lijntje Pronk

Washington