Voetballen om te overleven

De eerstedivisieclubs Emmen en Veendam brachten dit weekend een bezoek aan doorgangskamp Westerbork.

„Toen voetbalden ze om te overleven.”

„Ik ben international, want ik heb in Auschwitz en Westerbork gevoetbald.” Morbide grappen over de Tweede Wereldoorlog hoor je niet iedere dag in het openbaar, maar afgelopen weekend waren ze niet van de lucht. „In de oorlog was er voor joden maar één voetbalcompetitie; je kon niet van het ene naar het andere concentratiekamp promoveren.”

De grappen van Holocaustoverlevende Louis de Wijze (84) zorgden zaterdag voor enige ontlading in het voormalige doorgangskamp Westerbork. Want voor de genodigden – de selecties van FC Emmen en BV Veendam – moet het even wennen zijn geweest om op deze plek in sporttenue te worden rondgeleid, te midden van ouderen, scholieren en gezinnen. „Kijk, papa, is dat niet Gerard Wiekens”, wijst een jongen naar de verdediger van Veendam. „Wat doet-ie híer nou?”

De eerstedivisieclubs woonden op uitnodiging van het herinneringscentrum van Westerbork een speciaal op hen afgestemd programma bij, voorafgaand aan een benefietwedstrijd, waarvan de opbrengst bestemd is voor het Potocari Memorial Center in Srebrenica. Zij maakten daarbij onder meer kennis met kampoverlevenden en verdiepten zich in de geschiedenis van Westerbork, van waaruit tussen 1942 en 1945 meer dan 100.000 joden werden afgevoerd naar vernietigingskampen. Slechts 5.000 van de gedeporteerden keerden terug, onder wie De Wijze.

De voetballers van Emmen en Veendam waren zichtbaar onder de indruk van de man die in de jaren dertig voor het Nijmeegse Quick speelde. „Tegen wie speelden de joden in Westerbork?” vraagt Emmen-spits Sergio van Dijk (23) hem tijdens een vragenuurtje. „Tegen politieke gevangenen, saboteurs, criminelen en zigeuners”, antwoordt De Wijze, die zeven concentratiekampen overleefde en in Westerbork deel uitmaakte van het voetbalelftal en het cabaretgezelschap. „Alleen de jehova’s mochten niet voetballen op zondag.”

Hij vertelt hoe de teams eens in de veertien dagen tegen elkaar speelden in één grote competitie. „Ruig spelen was er niet bij, want we waren er allemaal van doordrongen dat we krachten moesten sparen.” De Wijze was middenvelder voor het team van de ‘boodschappenjongens’, die berichten overbrachten van de kampcommandant naar de Nederlandse administratie. „Kampcommandant Gemmeke was een echte voetbalfanaat. Hij zette de competitie op touw en bezocht een aantal van de wedstrijden.”

Voorafgaand aan de rondleiding legt Dirk Mulder, directeur van het herinneringscentrum, uit wat de functie van sport was in Westerbork. „Het lijkt vreemd: kampbewoners die op de appèlplaats schaakten, damden, boksten, voetbalden en aan atletiek deden. Maar wie zich in de logica van de bezetter verdiept, beseft dat het dé manier was om mensen in slaap te sussen en opstanden te voorkomen; ogenschijnlijk werd het normale leven hervat. En voor de sporters zelf was het ook van levensbelang, want wie een functie uitoefende die belangrijk was voor het kamp – en daar werden ook de sporters toe gerekend – werd voor korte of langere tijd van transporten vrijgesteld.” Een discutabel beginsel, geeft De Wijze ten overstaan van de genodigden toe. „Want hoe kun je voetballen, als er net een transport naar Auschwitz is vertrokken?” Maar mensen hebben volgens de kleine, energieke man nu eenmaal een sterke wil om te overleven. „Hoe rot het leven soms ook is.”

Volgens Emmen-trainer Jan van Dijk, die het idee voor de benefietwedstrijd eerder dit jaar lanceerde bij het herinneringscentrum na „een intens gesprek” met De Wijze, is de rol van voetbal in de afgelopen zestig jaar nauwelijks veranderd. „Ook toen had die sport een maatschappelijke functie. Zowel de spelers als de toeschouwers konden hun gedachten verzetten – al waren de omstandigheden destijds natuurlijk heel anders dan nu.” Dat de toenmalige Nederlandse Voetbalbond (NVB) joden in de oorlog weerde, laat de coach onvermeld. Getalenteerde voetballers als De Wijze kregen van hun club per brief te horen dat zij wegens hun religieuze achtergrond ‘niet meer te handhaven’ waren als lid.

De spelers, van wie sommigen het doorgangskamp nooit eerder hadden bezocht, leken onder de indruk van de vele verhalen. „Vooraf had ik geen idee wat ik mij bij Westerbork voor moest stellen”, vertelt de 25-jarige verdediger van Emmen, Ronald Breinburg, op weg naar het voormalige strafkamp van Westerbork. „Maar door al die anekdotes, heb ik nu een aardig beeld van hoe het er toen aan toe ging. Schrijnend, hoor.” Hij zwijgt even. „Eigenlijk is er in al die jaren weinig veranderd voor voetballers. Toen speelden ze om te overleven, en dat doen wij nu nog steeds.”

Lees alles over het kamp op www.westerbork.nl