Schietschijf in Libanon

‘Een volledige beëindiging van de vijandelijkheden” – dat moet volgens een ontwerpresolutie van de VN-Veiligheidsraad de eerste stap zijn voor een bestand tussen Israël en Hezbollah. Ontwapening van deze Libanese organisatie en stationering van een internationale troepenmacht in het zuiden van Libanon zijn twee andere hoofdzaken van de resolutie die bij de Verenigde Naties in New York in de maak is. Het laatste punt, een internationale troepenmacht, is van belang voor alle landen die willen meewerken aan vredeshandhaving in den vreemde. Waaronder Nederland, dat sinds ruim tien jaar geregeld bijdragen levert aan internationale troepenmachten. Zie de Balkan, Irak en nu Afghanistan.

Maar welk land wil zijn handen branden aan een van de oudste en meest virulente conflicten ter wereld, in een regio die onder hoogspanning staat? En in een tijd dat de Amerikaanse bemoeienis ermee zo weinig lijkt op te leveren? Uitgerekend de huidige aanwezigheid van VN-soldaten in Zuid-Libanon, de Unifil-vredesmacht, leert dat militair toezicht op iets dat op vrede lijkt, niets voorstelt als het mandaat ontoereikend is. Of als politieke wil bij de strijdende partijen zich van de vredeshandhavers veel aan te trekken ontbreekt. Unifil, een afkorting die staat voor United Nations Interim Force in Libanon, is sinds maart 1978 actief. Een commandoaanval in Israël van de Palestijnse terreurorganisatie PLO leidde destijds, net als nu, tot een heftige Israëlische reactie. Het zuiden van Libanon werd bezet, waarna de diplomatie op gang kwam. Dat resulteerde in twee resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de instelling van een tijdelijke vredesmacht.

De VN-manschappen zitten er nu 28 jaar. In de loop der tijd zijn de ‘Unifillers’ in Zuid-Libanon steeds irrelevanter geworden. Hun mandaat beperkte zich tot toezicht houden op Israëlische terugtrekking, herstel van vrede en veiligheid en hulp bieden bij het installeren van Libanees gezag. De troepensterkte werd teruggebracht en bedraagt nu een kleine 2.000 man. China, Frankrijk, Ghana, India, Ierland, Italië, Oekraïne en Polen leveren militaire bijdragen. Sinds 1978 zijn 257 Unifillers omgekomen. De laatste dodelijke slachtoffers waren de vier VN’ers die op 25 juli onder Israëlisch vuur kwamen te liggen. Onbedoeld zijn de VN-militairen, met hun geringe bewapening, beperkte mandaat en flinterdunne draagvlak, schietschijf in een conflict waarvan de context opeens drastisch is veranderd.

Op 31 augustus loopt het Unifil-mandaat officieel af. Het is volstrekt ongewenst dat onder de huidige gewelddadigheden Unifil ongewijzigd wordt voortgezet. De formule is uitgewerkt; dat blijkt wel uit het feit dat de VN’ers niets konden doen tegen de plaatsing van Hezbollah-rakketen. Er zal een nieuwe vredesmacht moeten komen, maar die mag geen westers onderonsje zijn. De Arabische landen zullen moeten delen in deze last. Het belangrijkste is dat een vredesmacht in dit conflict, in deze regio, alleen kan werken met een afdoende mandaat en navenante bewapening en beveiliging.

En dan nog blijft de vraag: wie wil hier zijn handen aan branden?