Hvar is bomvol

Šime zorgt ervoor dat de reis door Kroatië precies zo verloopt als gehoopt. Zelfs als er een belangrijk medicijn ontbreekt.

De Šime Razovic die ons opwacht in Zadar lijkt in niets op de Šime die wij uit Nederland kennen. In plaats van de achterdochtige, schuwe man die elke winter de lange busreis naar ons land ondernam om voor weinig geld klussen op te knappen, staat er een man vol zelfvertrouwen voor ons.

De hitte op het vliegveld werkt verlammend. We hebben het even niet meer. Šime neemt het voortouw. „Ik maak plan. Komt goed”, zegt hij en hij vouwt een kaart van Kroatië open, waarop hij een route heeft uitgestippeld die over de eilanden en langs de kust loopt, met uitschieters naar de watervallen in het binnenland. Precies wat we in gedachten hadden.

Daarnaast heeft hij een schema gemaakt met tijden van vertrek en aankomst van bussen en boten. Ook heeft hij opties genomen op schone en betaalbare appartementen. Hij heeft zelfs de nodige rustdagen gepland. „Snapput”, vraagt Šime. Dat doen we. „Mooi stad, veel toeristen”, licht hij toe als zijn wijsvinger Hvar bereikt. Een week later kunnen we het beamen. Hvar is schitterend. En bomvol.

Het is duidelijk dat Šime ons een wederdienst wil bewijzen. We hadden thuis een paar karweitjes voor hem en boden hem een tijdje onderdak. Zelf gooit hij het erop dat hij ons helpt omdat dit nu eenmaal de aard van een Kroaat is. Dat klopt, ervaren we, maar Šime overdrijft. Als hij geld had zou hij het liefst ook nog alles voor ons betalen. Hij is beretrots op zijn land en wil zijn landgenoten tot voorbeeld zijn.

Regelmatig belt hij ons op om te informeren of alles naar wens is. Op een dag ben ik een medicijn kwijt. De apothekers kennen het merk niet en de artsen van de eerste hulppost en het ziekenhuis in Zadar durven geen alternatief voor te schrijven. We worden van het kastje naar de muur gestuurd. Tot Šime ingrijpt. Binnen de kortste keren word ik door de medische molen gehaald en krijg een ander medicijn met dezelfde werking.

Wat een verschil, deze Šime en die in Nederland! Het geld dat hij bij elkaar kluste ging naar zijn familie in Kroatië. Niet alles: af en toe dronk hij de verschrikkingen van vijf jaar frontlinie van zich af in de kroeg. Dan wilde hij zijn verhaal kwijt, maar de stamgasten hadden er geen boodschap aan. Toen er ook nog eens een golf van vreemdelingenhaat door Nederland ging, vond hij het welletjes en hield het hier voor gezien.

Niet dat Kroatië de oplossing is. Het land krabbelt overeind, maar een man als Šime Razovic kan geen kant uit. Voordat de Balkanoorlog uitbrak, was hij stuurman en machinist op de veerboten van Jadrolinija. Nu is hij 48 en heeft niets. Geen huis, geen vrouw, geen werk. Een vaste baan zit er niet meer in. Oorlogsveteranen zijn gauw ziek en snel van slag. De jongere generatie heeft hun plaatsen ingenomen.

Ik wil van Šime weten hoe het nu precies zit met die oorlog. Wie stond wie naar het leven en waarom? Gerarda onderbreekt me. Ze heeft het feilloos aangevoeld. „Oorlog niet goed voor jij”, zegt Šime: „Noe vakantie.” Hij voegt er nog iets aan toe: „Gerarda mooi vrouw. Meisje.”

Samen met onze Kroatische steun en toeverlaat kijken we rond in een eeuwenoud havenstadje, waar de nieuwbouw de grond uitschiet. „Allemaal appartementen, veel toeristen, goed voor economie”, roept hij.

We kijken en zwijgen. Dit is ons voorland. In het Groene Hart, waar wij wonen, staan projectontwikkelaars op het punt om op grote schaal toe te slaan. Dat de natuur eraan gaat en een leefgemeenschap ontwricht wordt, interesseert de overheid al net zo min als de sores van Šime.

„Kom je nog een keer naar Muiden Šime”, vraag ik. Voor het eerst zien we een glimlach over zijn gezicht glijden: „Alleen als toerist.”