Hulpverlening, een Libanese nachtmerrie

Chaos op kapotgeschoten wegen, bombardementen, vrijgeleides die niet komen – het is voor hulporganisaties zo goed als onmogelijk de benarde bevolking van Zuid-Libanon van water en voedsel te voorzien.

Zes zware open vrachtwagens volgeladen met voedselpakketten, matrassen en andere noodhulp van de Verenigde Naties gingen enkele dagen geleden laat in de middag langs de Libanese kust op weg naar het zuiden. De tocht van Beiroet naar de zuidelijke stad Sidon via de autoweg langs de kust duurt onder normale omstandigheden een uurtje, maar dit zijn allerminst normale tijden. Voorbij de luchthaven van Beiroet kwam het konvooi bij de eerste gebombardeerde brug – de autoweg naar het zuiden is nu al wekenlang op tal van plaatsen geblokkeerd – en de chauffeurs moesten een lange omweg maken via het Shoufgebergte.

Volgens Robin Lodge, woordvoerder van het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP), blijft het een gevecht om de goederen die klaar staan in Syrië of op schepen die voor de kust voor anker liggen bij de mensen te krijgen. De VN kregen na lang onderhandelen en wachten uiteindelijk toestemming van het Israëlische leger om met de zes vrachtwagens hulpgoederen te vervoeren naar het zuiden, naar Tyrus en vervolgens naar een paar afgelegen dorpen vlakbij de Israëlische grens.

Maar ook met een Israëlisch vrijgeleide blijft het moeilijk. Het konvooi kwam onderweg urenlang vast te zitten in het chaotische verkeer en moest telkens weer omwegen maken, onder andere via Shehim, een stadje in de Shouf. In dit anders rustige bergstadje heerst dezer dagen chaos. Shehim is al overvol met vluchtelingen uit het zuiden, en er arriveren steeds meer vluchtelingen. Langs de weg door de stadskern staan de wagens in lange rijen dubbel geparkeerd. Het VN-konvooi reed zich hopeloos klem in een kluwen van vluchtende families die in hun volgepropte auto’s richting Beiroet wilden, en honderden automobilisten die een van de zeldzame benzinepompen die nog over een voorraadje beschikken, belegeren.

Er zijn tal van hindernissen die de hulpverlening in Libanon bemoeilijken: kapotgeschoten wegen, moeilijk of niet loskomende vrijgeleides, Israëlische bombardementen en Hezbollahraketten. De humanitaire coördinator van de VN in Libanon, David Shearer, deed gisteren opnieuw een beroep op het Israëlische leger zijn aanvallen op Libanons civiele infrastructuur en alle acties die de hulp aan honderdduizenden ontheemden hinderen, te staken. Hij zei dat Libanon door de Israëlische aanvallen op de rand van een humanitaire ramp staat.

Hulporganisaties moeten grote risico’s nemen om met vrachtwagens vanuit Sidon tot in de verste uithoeken voedsel en medische hulp tot bij de burgers te brengen. „Onze konvooien worden regelmatig bestookt. We hebben al veel mensen verloren en het is haast onmogelijk om nog chauffeurs te vinden die bereid zijn dit soort risico te lopen”, vertelt Habib Malik van Islamic Relief Scotland, een hulporganisatie die al jaren werkzaam is in Libanon. Habib is net teruggekeerd uit het zuiden. „Het gaat vooral om voedsel en water. Op dit moment wordt hier in de haven van Beiroet een lading voedsel gelost uit een Amerikaans schip, een schenking van een christelijke hulpgroep aan Islamic Relief. We moeten dat voedsel eerst naar onze opslagplaatsen in Sidon zien te krijgen en van daaruit met vrachtwagens naar Nabatiye en andere plaatsen in het zuiden vervoeren. Maar op de lokale markt is er niet alleen tekort aan voedsel, het is haast onmogelijk om nog brandstof te vinden. Op de zwarte markt schieten de prijzen de hoogte in. Daardoor wordt transport ook echt moeilijk. Gisteren hebben wij drieëneenhalf uur gewacht aan de pomp.”

Shaista Aziz van de ontwikkelingsorganisatie Oxfam-UK werkt met een kleine groep specialisten samen met Libanese organisaties die „op de hoogte zijn van de plaatselijke nood. Dat maakt het werk veel makkelijker. Wij hebben onze 14 Libanese partners geld overgemaakt om voedsel en andere hulp te kopen. Maar we hebben absoluut geen zicht op de ware schade en de tol aan mensenlevens en gewonden omdat een groot deel van het land gewoon niet toegankelijk is voor hulpverleners. De humanitaire veilige corridor die ons was beloofd is niet tot stand gekomen.”

Robin Lodge van het WFP legt uit dat zijn organisatie normaal vooral voedselhulp verleent, „maar nu zijn we hier de belangrijkste logistieke organisatie: of het nu over tenten en dergelijke gaat van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, of om geneesmiddelen van het Internationale Rode Kruis of om water van UNICEF, wij staan in voor het transport, wij vervoeren hier alles, voor de VN-agentschappen en voor de ngo’s die erom vragen.”

„Ook voor ons is het belangrijkste logistieke probleem toegang krijgen. We plannen een konvooi, bedingen een vrijgeleide na 72 uur wachten, en dan wordt de weg die we hadden uitgestippeld gebombardeerd, en kunnen we opnieuw beginnen.”

Volgens WFP-rapporten zitten tienduizenden mensen al weken zonder voedsel in Tibnin, Bint Jbeil en Naqoura en veel van die mensen hebben geen drinkwater meer. Maar door het aanhoudende geweld is het ook voor de VN uitermate moeilijk om hen te bereiken. „We krijgen veel te weinig hulp bij die mensen”, zegt Lodge. Tot nog toe zijn tien VN-konvooien in het zuiden gearriveerd met noodhulp, goed voor 80.000 mensen voor één week.

Vanuit Shehim zie je de dikke zwarte rook opstijgen boven de twee weken geleden gebombardeerde olieopslagtanks van Jiyyeh aan de zee. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde gisteren dat Libanon nu haast door zijn olievoorraad heen is en dat 60 procent van de ziekenhuizen, die nu afhankelijk zijn van op brandstof draaiende generatoren, eind deze week zullen ophouden te functioneren als er geen nieuwe voorraden worden aangevoerd. Het Israëlische leger heeft twee tankschepen toestemming gegeven de havens van Beiroet en van Tripoli in het noorden binnen te varen, maar de de reders hebben nog onvoldoende vertrouwen in de Israëlische toezegging.

Het VN-konvooi dat enkele dagen geleden op weg ging, heeft door alle oponthoud een nieuw vrijgeleide moeten vragen aan het Israëlische leger. In afwachting daarvan zit het bij Tyrus vast.