‘Het zijn niet zo heel veel incidenten’

Weer een incident bij het Britse olieconcern BP. En weer in Amerika. Topman Browne ontkent het bestaan van structurele problemen. Maar reorganiseert wel in de VS.

Het begint aandacht te trekken, de lijst van recente incidenten bij de Britse oliemaatschappij BP. Gisteren meldde het bedrijf dat het de productie van een groot olieveld in Alaska tijdelijk stopzet, omdat de transportleidingen her en der onverwacht ernstige roestplekken vertonen. Onmiddellijk stegen wereldwijd de olieprijzen. Het is het zoveelste probleem waarmee BP kampt.

In het afgelopen jaar kreeg het Britse bedrijf al te maken met een explosie, een grote olielekkage en een beschuldiging van fraude. Opvallend genoeg doen de problemen zich allemaal voor in Amerika. Is het goede imago van het bedrijf en zijn charismatische leider wel terecht?

De problemen begonnen vorig jaar maart, toen zich een explosie voordeed bij een raffinaderij in Texas City. Er viellen 15 doden, meer dan 170 mensen raakten gewond. De overheid begon een onderzoek naar de veiligheid bij de raffinaderij, en plaatste BP op een safety watch list, een lijst met bedrijven die verdacht zijn wegens veiligheidskwesties.

Begin maart van dit jaar kwam er een strafrechtelijk onderzoek naar het Britse bedrijf, in verband met een grote olielekkage in het noorden van Alaska. Er stroomde 760.000 liter olie over de noordelijke toendra. Onderzoek toonde ernstig verroeste pijpleidingen aan.

Eind juni werd het Britse bedrijf ervan beschuldigd zijn monopoliepositie op de Amerikaanse markt voor propaangas (met een waarde van 30 miljard dollar) te hebben misbruikt. De problemen zouden zich toespitsen op het handelskantoor in Houston.

En dan nu de sluiting van het olieveld bij Prudhoe Bay, het grootste olieveld in Amerika. Heeft BP een structureel probleem? Volgens bestuursvoorzitter Browne niet. Afgelopen juni liet hij weten dat het om een „serie van ongerelateerde gebeurtenissen” gaat. „En ik wil het punt maken dat het niet zo heel veel incidenten zijn, wat overigens geen excuus voor een ervan is”, zei hij.

Maar toch. Dat de problemen zich juist voordoen in Amerika en voornamelijk bij BP – bij andere oliemaatschappijen hebben zich soortgelijke problemen in de VS niet voorgedaan – duidt op dieper liggende problemen. Zo gaan er geruchten dat het Britse bedrijf de afgelopen jaren veel te weinig geld heeft vrijgemaakt voor controle en onderhoud van de verouderende pijpleidingen in Amerika. De aandacht zou meer uitgaan naar de winning van nieuwe velden in Rusland, de Golf van Mexico en India. Ook in het veiligheidssysteem in Amerika zou BP te weinig hebben geïnvesteerd.

Hoewel BP het bestaan van een structureel probleem ontkent, heeft het afgelopen juni wel zijn directeur vervangen die verantwoordelijk is voor de activiteiten in Amerika. Het nieuwe hoofd, Robert Malone, heeft meteen een adviseur voor gezondheid en veiligheid aangesteld. Malone zegt overigens niet dat er niets aan de hand is. „Ik ga niet zeggen dat het een opeenvolging van pech is”, zei hij twee weken geleden tegen de Britse zakenkrant Financial Times. „Als we ons veiligheidssysteem verder moeten verbeteren, zullen we dat doen.” Twee dagen later maakte topman Browne bekend dat het bedrijf 1 miljard dollar extra uittrekt, bovenop de 6 miljard dollar, om de bedrijfsvoering en -controle in Amerika te verbeteren.

Dat de koers van BP nog geen klappen heeft opgelopen is volgens een analist van het Amerikaanse Oppenheimer & Co te wijten aan de succesvolle marketing van het bedrijf. Met zijn zonnebloemlogo straalt het een verantwoordelijke en milieubewuste houding uit. Ook de betrokkenheid van Browne helpt. Een dag na de explosie in Texas City bezocht hij de raffinaderij en sprak met de werknemers. Eind vorige week was hij in Prudhoe Bay in Alaska. Maar de vraag is of het goede imago van BP en Browne de koers kunnen beschermen tegen verdere incidenten?