Geweld Midden-Oosten verhevigt

Bij Israëlische luchtaanvallen in het zuiden en oosten van Libanon en in de hoofdstad Beiroet zijn gisteren ten minste 28 mensen om het leven gekomen. Een toegangsweg naar havenstad Tyrus werd door een bominslag afgesloten.

De Libanese premier Fouad Siniora barstte gisteren in tranen uit op een bijeenkomst met Arabische leiders. Hij vertelde dat door Israëlische luchtaanvallen in het grensplaatsje Houla een „gruwelijk bloedbad” had plaatsgevonden, waarbij 40 burgers waren omgekomen. Later moest hij op dat aantal terugkomen. Op een persconferentie maakte Siniora bekend dat slechts één burger om het leven was gekomen.

Aan Israëlische zijde sneuvelden gisteren drie militairen. De Israëlische minister van Defensie Peretz maakte bekend het grondoffensief in Libanon uit te breiden als er niet snel een diplomatieke oplossing voor het conflict komt. Hij zal in dat geval het leger inzetten om de controle te krijgen over de raketlanceerinstallaties van de shi’itische organisatie Hezbollah. Bij inslagen door de katjoesja-raketten van Hezbollah kwamen zondag vijftien burgers om het leven. Daarmee was het de bloedigste dag voor Israël in het nu vier weken durende conflict.

Libanon heeft gisteren bezwaar gemaakt tegen de door Frankrijk en de VS opgestelde tekst voor een VN-resolutie die volgens de Amerikaanse minister Rice „de eerste stap, niet de enige stap” moet zijn naar een beëindiging van de oorlog. De Amerikaanse president Bush liet weten de resolutie zo snel mogelijk te willen doorvoeren. Hij riep Syrië en Iran op Hezbollah in bedwang te houden.

Libanon dringt aan op een duidelijk tijdschema voor terugtrekking van de Israëlische troepen. Het Libanese kabinet besloot gisteren unaniem 15.000 Libanese militairen naar het zuiden van Libanon te sturen, zodra de Israëlische strijdmacht zich daar terugtrekt. Het leger riep eerder al reservisten op. (Reuters, AP)

De Israëlische economie groeit minder uitbundig: pagina 11 Gemanipuleerde foto van Reuters: pagina 25