Fed nadert het einde van de roltrap

Komt er vanavond een einde aan de meedogenloze reeks van renteverhogingen in de Verenigde Staten van de afgelopen twee jaar? De financiële markten zijn overtuigd geraakt van wel.

Zeventien maal achtereen. Zo vaak heeft de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board, in de afgelopen twee jaar haar rentetarieven opgeschroefd. Maar het einde, van wat er grafisch uit begon te zien als een roltrap, nadert. Op de financiële markten wordt vandaag druk gespeculeerd of de ‘Fed’ na de vergadering van vanavond voor het eerst in lange tijd van een verhoging afziet en zijn belangrijkste tarief, de federal fund rate, op de huidige 5,25 procent houdt.

De afgelopen dagen is de balans van meningen op de markt doorgeslagen naar de laatste mogelijkheid. Maar liefst 17 van de 22 belangrijkste banken die actief zijn op Wall Street verwachten dat de Fed vanavond niets doet. In de loop van vorige week was uit de termijncontracten op de geldmarkt nog af te lezen dat de kans op een verhoging 40 procent was, maar dat is inmiddels afgenomen tot onder de 20 procent.

Wat veroorzaakt die omslag? Vooral de onduidelijkheid die door de Fed zelf in het leven is geroepen. Sinds halverwege 2004 is de rente stelselmatig opgeschroefd van een ultralage 1 procent tot de huidige 5,25 procent, in een proces van ‘normalisering’. Het is nu de vraag in hoeverre de verhogingen uit het verleden al doorwerken. Veranderingen in de rente doen er een tijd over, vaak wordt een jaar of anderhalf genoemd, om effect te sorteren in de reële economie. Het zou heel goed kunnen dat de verhogingen die er tot nu toe zijn geweest nog moeten doorwerken in een beteugeling van de economische activiteit en een afnemende druk op de inflatie. Een verdere stap zou er dan eentje te veel kunnen zijn.

Daarom liet de Fed na de vorige renteverhoging doorschemeren zijn beleid vanaf toen af te laten hangen van verdere gegevens over de economie. En daar zit nu een probleem. De inflatie in de VS loopt nog steeds op, terwijl de economische activiteit al lijkt af te nemen. De doorsnee prijsstijging in Amerika zit nu op 4,2 procent op jaarbasis, en dat is veel te hoog. Trek daar de invloed van de brandstoffen- en voedselprijzen vanaf, en vereng de definitie tot wat de consument daadwerkelijk uitgeeft, en er resteert een inflatie van 2,3 procent. Tegelijkertijd blijkt de economie in het tweede kwartaal met 2,5 procent gegroeid, en dat is voor Amerikaanse begrippen bescheiden. Bovendien bleek de banengroei over juli afgelopen vrijdag laag te zijn geweest, en liep de werkloosheid op van 4,6 procent naar 4,8 procent. Dat zijn tekenen van een afnemende economische activiteit.

Om de zaak verder te compliceren is ook de economische groei van de afgelopen jaren neerwaarts herzien. Dat impliceert weer dat de productiviteitsgroei in de Verenigde Staten niet zo hoog is geweest als gedacht. Het is juist de productiviteit die bepaalt hoe hard een economie kan groeien zonder dat er inflatiedruk begint op te treden.

Geen wonder dat Fed-bestuurslid Janet Yellen de situatie onlangs „tricky” noemde. Het is zeer lastig om nu besluiten te nemen, en dat geldt niet alleen voor het beleid maar ook voor het imago van de centrale bank. Fed-voorzitter Ben Bernanke, die begin dit jaar de levende legende Alan Greenspan afloste, heeft al een paar voorvallen achter de rug waarbij de markt zijn uitspraken verkeerd interpreteerde en op het verkeerde been stond. De mededeling van de vorige vergadering dat verdere besluiten meer afhankelijk worden van binnenkomende data over de economie, is een uitnodiging aan de financiële markten om er zelf op los te gaan interpreteren. Terwijl van een centrale bank mag worden verwacht dat die in staat is, of tenminste moeite doet, om zelf verder vooruit te kijken.

De Amerikaanse centrale bank heeft statutair een dubbele opdracht: het handhaven van prijsstabiliteit én het bevorderen van de werkgelegenheid. Houdt Bernanke rekening met de werkgelegenheidsgroei, dan moet hij ervoor waken de economie te ver af te remmen. Is prijsstabiliteit het doel, dan kan de Fed zich geen inschikkelijke reputatie permitteren. Makkelijk zal het besluit van vanavond niet worden.