Economisch populisme viert hoogtij bij de EU

Na het echec van de stemming over het Grondwettelijk Verdrag probeert de Europese Unie de bevolking voor zich te winnen. Deden de Romeinen het destijds met brood en spelen, de EU doet het met zaken van deze tijd waar ieders sentimenten mee kunnen worden bespeeld: computers en mobiel bellen. Het kopt mooi, ‘Europa maakt na mobiel bellen nu ook sms’en in het buitenland goedkoper’.

Welke consument protesteert? Maar hoe weet je dat het goedkoper kan en moet? Gewoon de kostprijs bepalen? Dat betekent terug naar af, terug naar de fout van de planeconomieën en de westerse industriepolitiek. Vanuit die optiek bepalen de (arbeids)kosten de prijs. Zoals de EU nu ook doet om te hoge prijzen aan te tonen en met maximumprijzen te komen. Volgens de EU meten prijzen iets: de kosten die nodig zijn om een product te maken.

Kosten zijn helemaal niet zo eenvoudig te bepalen. Wat zijn bijvoorbeeld de afschrijvingskosten op investeringen in mobiele netwerken? Wat is hun technische en economische levensduur? Maar afgezien daarvan, een ondernemer in een markteconomie bepaalt zo helemaal de prijs niet. Hij schat in wat de gek ervoor geven wil en weet dat met massaproductie meer te verdienen valt dan met produceren voor de jetset. Vervolgens zoekt hij een manier om goedkoper te produceren dan de door de consument ‘bepaalde’ prijs.

Willen we een mobiele airco in onze woonkamer voor 3.000 euro? Waarschijnlijk kopen dan slechts enkelen zo’n apparaat. Voor 1.000 dan? Misschien. Maar voor 300 zullen velen er eentje aanschaffen. Vervolgens probeert hij er eentje voor minder dan 300 te maken. Het begin van de prijsbepaling is de subjectieve waardering van de consument. Een bekend autoproducent riep zijn ontwerpers altijd op waarde toe te voegen en geen kosten. Geef de auto een voorname uitstraling, die bij voorkeur niets kost, maar waar kopers wel voor willen betalen.

Winst is een restcategorie en niet iets wat een ondernemer ‘kwaadaardig’ bij de kosten optelt. Winst demonstreert dat materialen worden gebruikt op een manier die mensen dient en die zij waarderen. Uiteindelijk zal de winst verdwijnen. Concurrenten nemen het idee over, de prijzen dalen, en de kosten worden – inderdaad – gelijk aan de prijs. Maar tegen die tijd is er allang weer een ander en beter product op de markt. Het bepalen van de prijs behoort tot de kerntaken van de ondernemer; het vereist creativiteit en ondernemerschap waarbij risico wordt gelopen. Iets wat het Brusselse apparaat nooit kan en zou willen moeten doen.

Bovendien hebben we te maken met communicatiemarkten die ondernemers zelf in korte tijd hebben geschapen. Als het aan de EU had gelegen waren ze er waarschijnlijk nooit gekomen. Als overheden afwegen wat nodig en nuttig is, hebben waarschijnlijk alleen eerste-hulpdiensten en onmisbare politici de beschikking over een mobieltje.

Hoe zit het met Bill Gates? Hij levert het schrijfgereedschap voor deze tijd. Twee eeuwen geleden had je alleen al in Birmingham 13 fabrieken die verschillende kroontjespennen produceerden. Nu schrijven we met één systeem: Word. De concurrentie is ook anders geworden. Destijds concurrentie via kleine veranderingen in kwaliteit en prijs.

Nu is een grote verbetering nodig om Gates van zijn troon te stoten in een reeks van elkaar opvolgende monopolies. Zijn Wang, Wordstar en Word Perfect niet vervangen door Word? Bovendien, wat doet Gates verkeerd? Bij zijn schrijfgereedschap levert hij – gratis – de verkeerde zaken, zoals een mediaplayer. Van de EU moet hij gratis het geheim van de smid, zijn broncode, aan andere fabrikanten ter beschikking stellen. Zoiets als dat Coca Cola zijn geheime formule moet delen opdat er meer enige echte cola’s komen om mee te concurreren.

Bovenal, waar begint de EU aan? Stel de kosten veranderen. Moeten de bedrijven dan voortaan bij de EU aankloppen alvorens de prijzen aan te passen? Zo krijgen ze het in Brussel inderdaad behoorlijk druk. En dat was nu net één van de bezwaren tegen het Grondwettelijk Verdrag. Geen beperkt aantal duidelijk omschreven taken zoals in de grondwet van de VS maar een oeverloze lijst van daadwerkelijke en mogelijke taken.

Beter is het de taken van de EU te beperken tot daar waar zij goed in is of zou moeten zijn. Taken die de macht van de overheid vereisen zoals vrede, veiligheid en illegale immigratie. Zolang in de westerse wereld alleen Amerika en Israël zich op eigen militaire kracht kunnen beroepen, ligt daar nog een lange weg te gaan.

Tot die taken behoren ook de bescherming van eigendom (zoals een uitvinding) – niet het verplichten dat gratis uit te delen – en het bevorderen van het vrije ondernemerschap – niet het voeren van een industriepolitiek door ondernemende politici.

Die laatsten zijn ook maar gewone mensen die zich hebben vermomd als politici en zich voordoen als halve goden. Het is te hopen dat de EU na de zomer zich daar op gaat richten: een kleine Brusselse overheid, opgewassen tegen haar beperkte taken, zich verre houdend van populistisch beleid om haar bestaan te rechtvaardigen.

Auke Leen is econoom en filosoof.